Open brief aan Christelijk Nederland Diana Saaman,
Scharrelvarkens boerin en communicatie adviseur.
www.frankenfrij.nl

Al jaren loop ik rond met een basale vraag. Hoe symbolisch ook: het is een hamvraag die ik vandaag bij u als lezer neer wil leggen, hopend op antwoord(en). Zelf heb ik een Nederlands Hervormde opvoeding genoten. Dat betekende trouwe kerkgang, geen kerststal onder de boom (want dat was katholiek), na de avondmaaltijd bijbel lezen en uiteraard vooraf bidden. Dus ik hoor te weten wat christelijk zijn zoal inhoudt. Als jong meisje had ik al voorliefde voor dieren. En dan ook echt. Kippen in de tuin, een hond en een zieke vogel oplappen. Als twaalfjarige ging ik op vakantie naar Brabant en het was daar dat ik mijn kinderlijke onschuld verloor. Ik belandde door mijn nieuwsgierigheid in een schuur met naar bleek wel honderden varkens: donker, stank, gekrijs en toen mijn ogen aan het donker gewend waren, zag ik daar al die dieren. Ik weet nog precies wat ik toen als kind dacht: dit kan toch niet Gods bedoeling zijn? Ik was echt aangeslagen, niets van dit alles leek op de plaatjes van vrolijke dieren met krulstaarten in mijn boekjes. Dit bleek de intensieve veehouderij. Ik zwoer ter plekke dat ik later iets voor varkens zou gaan doen. En dat heb ik ook gedaan: als stads witneusje ben ik buitenaf gaan wonen en houdt scharrelvarkens. Want dat gevoel van onrecht, van ik zou bijna zeggen onchristelijkheid, is namelijk niet verdwenen. En daarom dit schrijfsel. De vraag die me al jaren bezig houdt, is: hoe kan het dat christenen, de kerk, christelijk gelieerde (politieke) partijen zich hierover niet verbazen? Dat miljoenen dieren in de intensieve veehouderij op een manier worden gehouden die totaal niet overeenkomt met de aard van hun wezen? Waar is de verbazing of liever gezegd de verbijstering? Het kan toch niet zo zijn dat enkel economische belangen een christelijk standpunt of leidmotief kunnen zijn? Toch is het al jaren stil in uw kringen. Te stil. Ik zou oprecht graag een antwoord krijgen. Hoe is dat te verenigen: je enerzijds christen noemen, maar tegelijkertijd omgaan met medeschepselen alsof het louter productie eenheden zijn? En waar is de kerk met een christelijk moreel standpunt over de intensieve veehouderij? Weet je, dat vind ik echt een groot gemis. Wetenschap, zowel moraalfilosofisch  als onderzoekers op fysiologisch gebied spreken zich uit over de wijze waarop in Nederland miljoenen dieren worden gehouden.

Is het niet zo dat juist de kerk als hoeder ook een taak heeft voor medeschepselen, namelijk de dieren die aan de mens zijn toevertrouwd goed te bejegenen? Ieder dier naar zijn eigen aard? Of heb ik dat mis?
 
Daar komt nog bij dat mijn verbazing groeit door het feit dat veel intensieve veehouders juist christelijk georiënteerd zijn en ook als zodanig als electoraat hun stem uitbrengen op christelijke partijen. Dus daarvan denk ik nu, dat Christelijk Nederland goedkeuring geeft aan de intensieve veehouderij, omdat ik geen ander duidelijk signaal of standpunt verneem van kerkelijke instituten of christelijke (politieke) partijen. Maar zeker weten doe ik dat niet. Het is stil. Ik heb behoefte aan een christelijk standpunt als het gaat om de intensieve dierhouderij. Waar is in deze de Eerbied voor de Schepping?

Tot zover.

Zie ook het standpunt van de Wereldraad van Kerken.