Nou breekt mijn klomp. Dat was mijn reactie bij het lezen van het stukje van Coenraad Hendriksen over proefdiergebruik (Forum, 31 december 2007). Hij ageert daarin tegen een artikel van Jeremy Rifkin (Forum, 19 december) die dierproeven barbaars noemde.

Marc Bracke is onderzoeker, etholoog, dierenarts, filosoof-ethicus en lid van een dierexperimentencommissie.

Dit artikel verscheen woensdag 9 januari 2008 in het forum van de Volkskrant.

protesting rabbitHendriksen stelt dat in Nederland minder dan 15 procent van alle proefdieren ernstig ongerief ondervindt, maar zegt er niet bij om welke aantallen het gaat en wat die dieren dan zoal wordt aangedaan. En hij zegt dat het systeem van ethische toetsingen door dierexperimentencommissies (DEC's) en toezicht door welzijnsfunctionarissen niet barbaars genoemd kan worden. Terwijl daar juist veel vraagtekens bij te plaatsen zijn.

Proefdiergebruik is sterk geïnstitutionaliseerd. Alleen instellingen met een vergunning mogen dierproeven doen. Onderzoekers moeten een speciale opleiding volgen om proefdieren te mogen offeren. Proefplannen moeten door een DEC worden beoordeeld op de vraag of het doel van de proef opweegt tegen het ongerief voor de proefdieren. Om hun proeven gefinancierd en goedgekeurd te krijgen verwijzen onderzoekers naar hoge wetenschappelijke en maatschappelijke doelen, en naar grote gevaren wanneer dat onderzoek zou worden nagelaten. Het lijden van mensen aan kanker, hart- en vaatzieken en aids wordt daarbij geclassificeerd als 'onmenselijk lijden', terwijl het lijden van proefdieren, die soms een vergelijkbaar lot ondergaan, wordt geclassificeerd als 'ernstig ongerief'.

In 2006 ervoeren ongeveer 90.000 dieren dergelijk 'ernstig ongerief' op een totaal van ruim 600.000 proefdieren in Nederland. Dat ongerief wordt door de DEC overigens niet wetenschappelijk, maar subjectief ingeschat. Terwijl er inmiddels methoden zijn om een dergelijke inschatting van een steviger wetenschappelijk fundament te voorzien.

Bovendien toetst een DEC alleen preventief, er wordt niet gecontroleerd of de beloofde doelen ook gerealiseerd zijn, zelfs niet of er wel (openbaar) gepubliceerd wordt over het onderzoek, en of de inschatting van het ongerief strookt met de werkelijkheid.

De wetenschap zoekt, zo lijkt het soms, naar niets minder dan de eeuwige jeugd, en dat gaat nog wel even duren. Elk onderzoek roept nog steeds meer nieuwe vragen op dan het beantwoordt. Zo maakt de maatschappelijke angst voor een wereldwijde griepepidemie grote sommen belastinggeld los voor onderzoek naar een goed vaccin. Dat lijkt onlangs te zijn gevonden door een Brits bedrijfje. Het onderzoek naar vogelgriep gaat ondertussen onverminderd door, daar kunt u zeker van zijn.
Ook het besluit van de Europese Commissie om alsnog de veiligheid te laten onderzoeken van zo'n dertigduizend al op de markt toegelaten stoffen (het Reach-programma) vraagt veel proefdieren. Hendriksen bagatelliseert dat probleem in zijn artikel op een voor mij onbegrijpelijke wijze.

Van een ethische toets door een DEC is werkelijk geen sprake. Veel aanvragen worden op aanwijzing van de DEC wel aangepast, maar zelden of nooit wordt er een proefplan afgewezen. Daarvoor zijn maatschappelijke discussies en politieke besluiten onontbeerlijk, dat moge duidelijk zijn.

Maar pas op. Wie denkt dat de wetenschap een objectieve discussie kan voeren over haar eigen functioneren zou wel eens bedrogen uit kunnen komen. Opmerkelijk daarbij is dat de meest fanatieke voorvechters van dierenwelzijn vaak zelf de aanleiding vormen voor nieuwe dierproeven.
Marianne Thieme maakt bijvoorbeeld bezwaar tegen castratie van varkens. In reactie daarop liet het ministerie van Landbouw een grote dierproef uitvoeren naar het ongerief bij (on)verdoofd castreren van varkens. Nog opmerkelijker is dat, terwijl een DEC totaal geen wetenschappelijk onderzoek nodig heeft om de ernst van een dergelijke ingreep vast te stellen, dat wel noodzakelijk was voor een politiek besluit. Zijn dierproeven dus toch barbaars? Daarover moet een maatschappelijke discussie worden gehouden. Cruciaal is volgens mij de gouden regel: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.

Als hoogleraar Alternatieven voor Dierproeven zou Coenraad Hendriksen misschien een stroomstootapparaat kunnen ontwikkelen waarmee in de toekomst op volstrekt veilige wijze het ongerief van proefdieren bij mensen gesimuleerd kan worden. Dan zou de ethische toetsing wel eens anders kunnen uitvallen dan we nu gewend zijn.