‘Als je alles nieuw koopt, dood je je creativiteit’.

  Dit artikel is geschreven door Renate van der Zee en verscheen in de NRC-Handelsblad-bijlage van 2 september 2006.
 

Het beslissende moment in mijn leven was een bijna dood ervaring. Ik was drieëntwintig jaar oud en ik stond in een boomgaard in Noord-Israël grapefruits te plukken op een aluminium ladder. Opeens gleed die ladder weg en raakte een elektrische leiding die niet was geïsoleerd. Ik kreeg een zware elektrische schok en viel bewusteloos op de grond. Tenminste, ik leek bewusteloos, maar in werkelijkheid heb ik mijn hele leven niet zo intensief geleefd als die twintig minuten. Ik herleefde alle ervaringen uit mijn leven die mij hadden gefrustreerd of die ik niet begreep. In een aanzwellende golf van opluchting na opluchting zag ik van al die zaken hoe het werkelijk zat. In een overweldigend besef van goedheid en geluk begreep ik opeens dat alle problemen in de wereld schijnproblemen zijn. Dat alles wat niet goed lijkt te zijn, slechts een kwestie is van misverstanden en onbegrip. Dat er geen mensen met slechte intenties bestaan, maar alleen onvoldoende inzicht. En dat wij mensen de aarde hebben gekregen als een kostbaar geschenk.   

Toen ik bijkwam, was mijn eerste gedachte: jammer dat ik terug ben. Vervolgens dacht ik: nu ben ik vrij en er is niets om bang voor te zijn want doodgaan is prachtig. Omdat de ladder snel van de leiding was afgegleden, had de elektrische schok maar kort geduurd. Dat is mijn redding geweest. Lichamelijk was er niets met mij aan de hand: ik kon gewoon opstaan. Maar geestelijk zou ik nooit meer dezelfde zijn. Ik had ingezien hoe ongelofelijk mooi de wereld is en besloot voortaan mezelf en andere mensen altijd goed te behandelen en zo weinig mogelijk te doen om de aarde te schaden. Als mens krijg je elke dag gratis lucht, gratis schoonheid, de hele wereld, het hele heelal. Dat is zoveel! Waarom zou je dan als dank de boel verpesten? Ik heb mijn leven daarna zo ingericht dat ik zo zuinig mogelijk op de aarde ben. Dat betekent dat ik maar twee vuilniszakken afval per jaar produceer. Ik koop in principe geen artikelen die in plastic of metaal verpakt zijn. Glas recycle ik en papieren zakken hergebruik ik. Ik doe mijn boodschappen op de markt en zorg dat ik altijd een tas en wat zakken bij me heb zodat ik, als ik onverwachts iets wil kopen, nooit een verpakking hoef te accepteren. Mijn huis is goed geïsoleerd en heeft zonnepanelen op het dak, die evenveel energie produceren als ik ’s winters aan gas verbruik.

Mijn energieverbruik wordt verder nog verminderd doordat ik bijvoorbeeld geen televisie heb. Dat ding slurpt mij te veel aandacht op en daar houd ik niet van. Ik heb liever aandacht over. De wasmachine deel ik met de bovenburen, maar ik gebruik hem slechts tien keer per jaar omdat ik niet veel vuil maak en kleine wasjes met de hand doe. Mijn stookkosten kan ik beperken omdat ik gewend ben aan kou. Ik ben een echte buitenman, dus ik ga pas stoken als het kouder dan dertien graden wordt in huis. Behalve natuurlijk als ik bezoek heb, want vrienden laat ik niet in de kou zitten. Verder verbruik ik maar acht kubieke meter water per jaar. De wc trek ik door met regenwater. Afwaswater hergebruik ik om de keuken schoon te maken en om de wc door te trekken als er geen regenwater voorhanden is. Voor de afwas gebruik ik biologisch afwasmiddel dat ik in de winkel aftap uit een grote jerrycan. Zo kan ik de fles lang hergebruiken. Iedereen denkt dat het veel moeite en tijd kost om zo te leven. Maar het kost mij geen minuut extra en ik lever aan leefplezier niets in. Ik ben om te beginnen heel zuinig opgevoed. Mijn ouders hadden de hongerwinter meegemaakt en dat zijn ze nooit meer kwijt geraakt. Ze waren bovendien streng christelijk en spaarden liever dan dat ze uitgaven. Ik groeide op in het Drentse Bovensmilde en zat bij veenarbeiderskinderen in de klas die ’s winters zonder sokken op klompen liepen. Dat mijn ouders zuinig waren, viel mij dus niet op. Ik trok er vaak op uit, de natuur in. Ik kende alle planten en vogels, alleen wist ik de namen niet. Als kind vond ik al dat als mensen zich met de natuur gingen bemoeien het er eerder lelijker op werd dan mooier.

Toen ik tien jaar oud was, verhuisden we naar Rotterdam. Ik voelde me daar doodongelukkig. Geen natuur meer, maar huizen, straten en winkels vol spullen die grotendeels overbodig waren. Dat vond ik als kind al. Ik droomde van een leven als boer en als zeventienjarige ging ik naar de middelbare landbouwschool. Maar ik had er niet zo bij stil gestaan dat je alleen boer kon worden als je een boerderij bezat. Ik werkte nog wel een jaar als boerenknecht in Drente. Maar dat was niets voor mij, want ik houd er niet van als mensen mij vertellen wat ik moet doen. Dus besloot ik boswachter te worden en deed toelatingsexamen voor de bosbouwschool. Maar toen overleed mijn moeder. In het jaar voor haar dood was ons contact steeds beter geworden en toen ze er opeens niet meer was, leek alles onbelangrijk. Ik zocht een baantje via een uitzendbureau en nam het huishouden en de zorg voor mijn twee jongere broertjes over en dat hield ik bijna drie jaar vol. Toen werd het me teveel: ik besloot de wereld in te trekken. Met vierhonderd gulden op zak reisde ik een jaar door Zuid-Europa en het Midden-Oosten. Ik sliep in hooibergen of huizen die in aanbouw waren. Ik leefde op water, brood en fruit en vond altijd wel ergens een baantje waardoor ik even voort kon. Die reis leerde mij dat je heel veel kunt beleven met heel weinig geld. Ik zag dat ik voor nop overal kon komen omdat veel mensen in de wereld gastvrij en goed zijn.

 

En toen had ik die bijna dood ervaring in die boomgaard. Je zou denken dat ik daarna een gelukkiger mens was. Maar omdat ik zo streng gelovig was opgevoed met al dat schuld en boete-gedoe, eiste ik van mezelf dat ik nauwgezet volgens die ervaring ging leven. Toen dat niet lukte, voelde ik me schuldig. Pas jaren later zag ik in dat je wel een prachtige spirituele ervaring kunt hebben, maar dat je daarna gewoon terug komt in je oude lichaam en je oude hoofd. En dat zit al vol met gewoontes en opvattingen die je niet zomaar verandert.
Omdat mijn ouders nooit met mij hadden gepraat, kwam het niet in me op dat ik met anderen zou kunnen praten over mijn ervaring. Dat is doodzonde geweest, want daardoor bleef ik lang vast zitten in mijn schuldgevoelens. Ik leidde een extreem sober leven. Ik huurde in Rotterdam een kolenzolder voor twintig gulden per maand en deed avondschool gymnasium omdat ik filosofie of theologie wilde studeren. Mijn vader schrok vreselijk van mijn Spartaanse levensomstandigheden. Hij vond dat dat niet kon. Streng christelijke mensen zoals hij zien hun opvattingen niet als een mening maar als de waarheid. Dat maakte me boos. Maar ik had niet in de gaten dat mijn ideeën net zo radicaal waren.   
In Rotterdam werd ik door een dominee met vooruitstrevende opvattingen bij een ruim denkende christelijke jongerenclub betrokken. Daar leerde ik dat je met andere mensen kunt praten over alle dingen die je bezig houden. Ik had altijd heel erg gestotterd, maar opeens hield dat op. Ik werd een spraakwaterval. Door te praten met anderen leerde ik mijn eigen mening te relativeren en werd ik minder extreem in mijn sobere levenswijze. Ik leerde dat je ook van het leven kunt genieten.

 

Uiteindelijk studeerde ik geen theologie of filosofie, maar biologie. Daarna ging ik bij een milieuorganisatie werken en ben jarenlang actief geweest in de strijd tegen kernenergie en wapens. Totdat ik op een dag wakker werd en dacht: ik wil niet meer tégen iets strijden maar vóór iets. Niet tegen kernenergie, maar voor zonne-energie. Toen ben ik een bedrijfje begonnen dat zonnepanelen plaatst. Ik verdien daar niet veel mee, maar ik heb niet meer nodig dan vijfhonderd euro per maand. Ik schaf meestal spullen aan in tweedehands winkels. Want waarom zou je iets nieuws kopen als er zoveel goede spullen zijn die door anderen zijn afgedankt?
Je doodt je creativiteit als je alles nieuw koopt.
Ik probeer zoveel mogelijk alles te hergebruiken. Tandenborstels zijn van plastic, daar kan ik niet om heen. Maar ik hergebruik ze weer om dingen schoon te maken waar je niet goed bij kunt. Wat de kosten ook drukt, is dat ik geen vlees eet. Ik heb het nooit lekker gevonden en toen ik tijdens mijn studie ontdekte dat mensen helemaal geen dierlijke eiwitten nodig hebben, was het voorgoed afgelopen. Toen ik in 1990 een fietstocht maakte door Oost-Nederland en de boeren overal aan het gieren waren, besloot ik ook de zuivel te schrappen. Ik stel mensenrechten en dierenrechten op één lijn. Met vlees en zuivel eten tast je de vrijheid van dieren aan, terwijl dat niet nodig is. Je moet niet denken dat ik minder lekker eet, hoor.
Op brood eet ik bijvoorbeeld zelfgemaakte appel-vlierbessen jam, aardbeien-rabarberjam of aubergine-spread met kruiden. Ik zie het als een wedstrijd om nieuwe lekkere dingen te bedenken. Omdat ik geen vlees en zuivel eet, heb ik geen ijskast en daarmee bespaar ik elektriciteit.

Het is me nooit gelukt om bier lekker te vinden, dus er hoeven geen flesjes koud te staan. Ik geniet wel graag van een glas wijn. Die maak ik zelf, want er groeien druiven achter mijn huis. Ik verbouw mijn eigen groente in mijn volkstuin en ik bezit in Drente een stuk grond waar ik een boomgaard aanleg. Daar ga ik op de racefiets vanuit mijn huidige woonplaats Groningen naar toe. Ik hoef dus geen lid te worden van een dure sportclub.

 

Een computer heb ik overigens wel en ik zit er ook elke dag achter. Een mobiele telefoon heb ik niet, maar omdat mijn vrienden er op aan dringen, zit ik er nu over te denken.
Veel mensen vinden mijn levenswijze vreemd. Maar voor mijn gevoel ontzeg ik mezelf niets. Doordat ik weinig geld hoef te verdienen, heb ik veel tijd over. Ik ben een tijd alleenstaand geweest, maar sinds kort ken ik een heel leuke vrouw, die ook veganist is. Dat bevordert het wederzijds begrip, al had ik mezelf wel voorgenomen dat als ik aardig iemand zou ontmoeten, ik haar niet bij voorbaat zou afwijzen als ze een iets andere levenswijze er op na zou houden.  
Ik vind dat mijn levenswijze mijn leven rijker maakt, maar hoe andere mensen leven, dat is hun verantwoordelijkheid. Met het veroordelen van anderen schiet je niets op. Wat ik wel zie is dat het met de materiële welvaart in het Westen steeds gekker wordt en dat het mensen niet gelukkiger maakt. Ik ken mensen die hele wanden vol cd’s hebben. Ik kijk er naar en verbaas me. Want zijn ze blij met dit bezit? Nee, ze denken vooral aan de cd’s die ze niet hebben.

Tot zover de NRC.

Dit schreef Francisco van Jole naar aanleiding van een TV-interview over Joop:

Hij is een echte 'geitenwollensokken'-type maar het paar geitenwollensokken dat iedere gast na afloop van De Geitenwollensokkenshow krijgt aangeboden sloeg hij gisteravond beleefd af. Hij is immers veganist en wil geen producten die afkomstig zijn van dieren.

Joop Boer heeft een website Leefbare wereld.