Aspecten van vrijheid als grondrecht

Vrijheid voor mens en dier
waarom is vrijheid zo belangrijk?
vrijheid, ethiek en verantwoordelijkheid
het begrenzen van vrijheid
inconsequent beleid ten aanzien van dieren
de bio-industrie moet worden begrensd
zie ook:
wat wordt voor een dier onder het recht op vrijheid verstaan?
de 5 vormen van vrijheid waar vee recht op heeft
de proclamatie "Rechten van het dier"
dierenrechten is niet hetzelfde als dierenwelzijn
"Recht op vrijheid moet ook voor dieren gelden" Volkskrantforum (1995).
 

Dit artikel gaat in op de centrale rol die vrijheid speelt in onze gevoelens van rechtvaardigheid. Volgens Ruut Veenhoven, al 25 jaar onderzoeker van geluk, is vrijheid zelfs de belangrijkste factor in het vinden van geluk. Zou dat voor dieren anders zijn?

Dat vrijheid een grondrecht is, is een zaak die zo fundamenteel is en zo voor de hand ligt dat we geneigd zijn dit over het hoofd te zien. Men gaat er letterlijk aan voorbij. Ten onrechte, want voorbijgaan aan grondrechten is immoreel, ook als het gaat om dieren.
Net zoals de ene mens de ander geen eis kan stellen aan de invulling van vrijheid, moet het dier vrij gelaten worden om deze in te vullen met haar natuurlijke gedrag, ook wanneer dit op een dwangmatige (instinctieve) manier lijkt te gebeuren.
Hoe dieren zelf hun vrijheid invullen is irrelevant voor rechten van dieren. Ook irrelevant is dat dieren met ons niet over het concept vrijheid kunnen communiceren. Het recht op vrijheid is als het ware een gegeven of een principe.

Vrijheid is een grondrecht

Wat is een grondrecht? Klassieke en sociale grondrechten vormen de uitdrukking van het beginsel dat de overheid in een rechtsstaat een tweezijdige verantwoordelijkheid heeft voor de vrijheid van de burger. Enerzijds moet zij zich zo min mogelijk met de invulling van vrijheid bemoeien. Anderzijds heeft de overheid de taak voorwaarden te scheppen voor het vrij functioneren van de burger.

     

Waarom is vrijheid zo belangrijk?

Voor het antwoord gaan we te rade bij de bronnen waaruit we normaalgesproken informatie halen over wat hoort en wat niet hoort: de Grondwet, de religie, de natuur, hoe om te gaan met anderen (etiquette en sociale omgangsnormen) en uit onszelf: wat we voelen.

Grondwet
In de formulering van onze grondrechten is gelijkheid (geen discriminatie op o.a. ras) het eerste thema. In artikel 6 tot en met 15 is vrijheid het voornaamste thema. Een grondrecht voor mensen betekent een recht dat zelf niet ter discussie staat. Voor mensen is het nodig om in de wet (en voor sommigen in de religie) dit grondrecht vast te leggen, omdat wij de grenzen van de ander niet (h)erkennen of de neiging hebben om andermans grenzen te overschrijden of de ander te sterk te begrenzen.

Religie
De geschiedenis van vrijheid als basis van onze wetgeving gaat terug tot ver voor Christus. Ook in de religie is vrijheid het voornaamste controleerbare thema in de regels die gelovigen zichzelf opleggen. Tenminste wanneer je het er mee eens bent dat het adagium "wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet" vertaald mag worden met "zoals jij wilt dat jouw vrijheid wordt gerespecteerd, respecteer zo andermans vrijheid".
In 1988 maakte het overleg van de Afdeling Kerk & Samenleving van de Wereldraad van Kerken een rapport over de relatie kerk en dier onder de titel Bevrijding Van het Leven. Ook daarin pleit men voor de vrijheid van het dier en voor bevrijding van mens en dier.

Gezondheid
Het belang van vrijheid lijkt op het belang van gezondheid. Ook gezondheid is een vorm van vrijheid. Vrijheid en gezondheid worden ook wel fundamentele behoeftes genoemd, die naast veiligheid, begrip, affectie, ontspanning en de mogelijkheid om creatief te zijn de kwaliteit van ons leven (biologisch, sociaal en intellectueel) mede bepalen.
Of alle dieren lijden en ziek worden onder vrijheidsverlies weten we niet zeker voor alle diersoorten, maar we weten wel dat dieren uit de vrije natuur er alles aan doen om te zorgen dat ze niet worden opgesloten. Dat dierenwelzijn lijdt onder gebrek aan vrijheid of gebrek aan mogelijkheden om natuurlijk gedrag te vertonen is vaak af te leiden uit het afwijkend gedrag dat dieren gaan vertonen. In onze taal hebben we de uitdrukking "ijsberen" daaraan te danken.

Natuur
In de natuur is het recht op vrijheid intrinsiek. De term "vrije natuur" duidt daar al op. Het is de mens die dit intrinsieke recht ten aanzien van de natuur met voeten treedt.
Onvrijheid in de natuur bestaat alleen als door ziekte of ouderdom de krachten minder worden en dan is er al snel de bevrijdende dood. Vrijwel geen van de vele soorten gewervelde dieren in de natuur beneemt een andere soort de vrijheid, behalve kortstondig om de ander op te eten. Wanneer dieren elkaar opeten, hebben veel menselijke vleeseters en vegetariërs, die tegen het doden van dieren zijn, er gek genoeg geen moeite mee.

Gevoel
Ten slotte is er het gevoel. Ons gevoel zegt ons dat we op moeten komen voor iemand die gedwongen wordt om in een onrechtvaardige situatie te leven. Onvrijheid is zo'n onrecht.

   

Vrijheid, ethiek, plicht en verantwoordelijkheid

Vrijheid is voor mensen een goede basis om ethiek op te baseren: wat vrijheid vergroot, is goed en wat vrijheid verkleint, is mogelijk fout. Oftewel: nastrevenswaardig is de grootste vrijheid voor het grootste aantal individuen (mens en dier). Waarbij aangetekend moet worden dat vrijheid niet kan bestaan zonder het trekken van grenzen. Waar de grens ligt, ligt niet vast in tijd en plaats, terwijl meer (keuze)vrijheid wel meer verantwoordelijkheid oplevert. De grens van vrijheid is daarmee altijd weer onderwerp van discussie. Je kunt dit vervelend vinden, maar ook als een bewijs van haar waarde zien.
Natuurlijk moeten we onderscheid maken tussen het lot en de eigen, vrije keuze. Voor het laatste zijn wij verantwoordelijk, voor het eerste ook, wanneer aannemelijk kan worden gemaakt dat we te weinig voorzorgsmaatregelen hebben genomen.

 

Het dragen van veel verantwoordelijkheid vindt niet iedereen aantrekkelijk, daarom kiezen sommigen bewust of onbewust voor minder vrijheid en voelen zich vervolgens vrijer.
Iedereen mag voor zichzelf bepalen en aangeven waar zijn grens voor een ander getrokken wordt. Het is goed gebruik en volgens de etiquette om de grens voor een ander proberen in te schatten en te voorkomen dat de ander ons tot het trekken van grenzen moet dwingen.

Niemand is verplicht om zich met dieren te bemoeien zolang hij een dier vrij laat of niet zelf heeft gekooid, geschaad of verwond. Veehouders hebben een zorgplicht. Dieren hebben geen plichten, zij houden geen dieren in onvrijheid.

     

Het begrenzen van vrijheid

De Amerikaanse rechtsgeleerde Peter Berkowitz wijst in zijn essay The Liberal Spirit in America (in het tijdschrift Policy Review) op de paradox van de vrijheid: hoe meer vrijheid we verwerven, hoe meer we geneigd zijn elke autoriteit als arbitrair af te wijzen, waardoor we onze vrijheid tegen onze bedoeling in juist ondermijnen.
Het is niet voor niks dat iemand een vrijheidstraf krijgt opgelegd als hij of zij de door de maatschappij bepaalde grenzen overschrijdt. De overtreder wordt gestraft met dat wat hem het liefst is: zijn vrijheid. Voor de mens geldt dat deze in principe vrij is, tenzij men duidelijk grenzen overschrijdt.
Bij dieren is het lastiger om te constateren of we hun grenzen hebben overschreden. We kunnen daar met dieren geen gesprek over voeren en dieren hebben beperkte middelen om een grens te trekken. Ze kunnen soms (als hun snavels, tanden en nagels tenminste niet geknipt of getrokken zijn) alleen maar letterlijk van zich afbijten.

 

Vrij naar filosoof Isaiah Berlin: er is vrijheid van en vrijheid tot.
In de wet hebben sommige dieren de vrijheid om verlost te zijn van pijn en ongemak e.d..
Hun recht op vrijheid tot natuurlijk gedrag is niet vastgelegd of gegarandeerd.

Vrijheid is en wordt niet zozeer verleend. De menselijke vrijheid is fysiek begrensd, de metafysische ziel is onbegrensd.

Het begrenzen en proberen te vergroten van de eigen ruimte is een natuurlijke zaak. Bij het fysiek begrenzen van andermans ruimte, wat een uitvinding van de mens is, moet de mens zich als het om mensen gaat verantwoorden. Sommige mensen vinden dat zij zich niet hoeven te verantwoorden ten aanzien van dieren, behalve bij opzettelijke mishandeling.

Hoe is zoiets dan wettelijk geregeld?

     

In de geest van de wet

In de letter van de moderne wet wordt in de bio-industrie het recht van het dier niet geschaad, want het dier is rechtsobject en niet rechtssubject. In de geest van de (grond)wet echter vertoont een bio-industrieel als het ware crimineel gedrag, want de geest van de wet ademt vrijheid voor alles en iedereen uit: vrijheid en gelijkheid (en broederschap). Degene die bio-industrievlees eet is te vergelijken met een heler: je weet dat het niet klopt, maar je koopt het wel, want het is goedkoop.

Object of subject?

Volgens de Grondwet maakt het niet uit of je nu een spaarvarken of een mestvarken een aantal maanden in de schuur laat staan. Tussen ding en dier wordt geen onderscheid gemaakt.

Grondrechten wegen zwaarder

Iedere oproep om een uitzondering te maken op grondrechten of hieraan voorbij te gaan, is immoreel. Het maakt niet uit of de oproep op economische of emotionele gronden wordt gebaseerd of wanneer de bio-industrie wordt verdedigd omdat werkgelegenheid en nationaal inkomen "in gevaar" komen. Grondrechten komen het eerst en het laatst. Er staan ook geen plichten tegenover.
Economische gevolgen even zwaar laten wegen is immoreel.

 

Beschermen van grondrechten

Om aan criminelen grenzen te stellen hebben we politie en justitie. Zij bezitten de dwangmiddelen om onze grenzen te verdedigen tegen mensen die ze overschrijden. Politie en justitie zijn zelf ook weer aan de verplichting gebonden om criminelen net zo kort (lang) de vrijheid te benemen als noodzakelijk is. In ons rechtssysteem is vrijheid zo goed gegarandeerd dat ook een crimineel recht heeft op vrijheid. Dit is de paradoxale kracht van het vrijheidsbeginsel: als praten niet helpt, kun je, mag je en moet je een ander op morele en ethische basis dwingen om andermans grenzen te respecteren. Het is de plicht van de samenleving om de zwakke partij te beschermen. We doen dat in onze maatschappij ook ten aanzien van gehandicapten. Het dier is ten opzichte van de uitbuitende bio-industrieel duidelijk de zwakkere partij, die niet voor zichzelf kan opkomen. In de natuur geldt voor het individu het recht van de sterkste, slimste of snelste. Door het beschermen van de zwakke partij tegen onszelf in combinatie met het garanderen van de vrijheid overstijgen we de natuur. Door het recht van de sterkste in eigen hand te nemen, bijvoorbeeld in de bio-industrie of in de plezierjacht, vervalt de mens in liefdeloos of onverschillig gedrag. Het feit dat een jager of een varkensboer er belang bij heeft dat dieren gezond zijn en goed gevoerd worden, moet meer worden gezien als een sportief of economisch belang dan als zorg.

     

Inconsequent beleid ten aanzien van dieren

De mens is in wezen een diersoort. Net als mensen hebben dieren een bewustzijn en intelligentie. Het is alleen minder ver ontwikkeld en we noemen het anders. Dit wil overigens niet zeggen dat de mens op een hoger plan staat, het betekent alleen dat de mens meer macht heeft dan het dier. Vergelijkbaar met de positie van kinderen ten opzichte van volwassenen.
Het dier is helaas nauwelijks bij machte om ons duidelijk te maken in hoeverre het onder menselijk handelen te lijden heeft. Je kunt ook omgekeerd stellen dat mensen nauwelijks in staat zijn om de signalen van het dier over zijn lijden op te vangen. De boodschap hiervan is dat we op geen enkele grond kunnen verdedigen dat de mens meer grondrechten dan een dier heeft. Het dier heeft evenveel recht op vrijheid.

 

Het recht op vrijheid geldt onvoorwaardelijk

Je hoeft je vrijheid niet te verdienen, die is je onvoorwaardelijk gegeven. De mens heeft wel plichten, maar die komen voort uit de grotere verantwoordelijkheid dan hij soms kan dragen.
Voor het individuele dier is vrijheid niet vanzelfsprekend. Als de diersoort economisch aantrekkelijk is, lief om te aaien of lekker om te eten, voert de mens een inconsequent beleid. Een dier kan zich in de bio-industrie niet aan onvrijheid onttrekken, niet door zich vrij te kopen, niet door te protesteren, niet door ziek te worden en niet door boete te doen.
Voor dieren uit de "vrije" natuur zijn we zo "genereus" dat we (behalve de jagers) ze onvoorwaardelijk vrij laten. We plannen zelfs deze vrijheid door ons land te herverdelen op basis van ecologische hoofdstructuren. Deze wegen geven plant en dier de mogelijkheid om binnen zekere grenzen vrij te reizen en zo de overleving van de soort te garanderen.
Zolang economisch gebruik van dieren zich "beperkt" tot het maken van een omheining rond een wei om het vee binnen te houden, zullen weinig mensen daar problemen mee hebben. Het wordt pas een probleem bij het te extreem inperken van deze individuele ruimte, zodat er te weinig bewegingsruimte overblijft.

     

De bio-industrie moet worden ingeperkt en het liefst worden afgeschaft

Mogen we vervolgens de bio-industrie weer grenzen opleggen of perken we dan het recht op vrijheid van de bio-industrie op onze beurt weer te ver in? Op basis van de constatering dat vrijheid op de belangrijkste gebieden in het leven een centrale rol speelt, kunnen we niet anders concluderen dan dat vrijheid ook voor een economisch aantrekkelijk dier een grondrecht is.

Wat we niet bedoelen
Let wel: hier wordt niet gepleit voor een recht om niet gegeten te worden of te mogen blijven leven, het laatste wordt zelfs voor mensen niet in onze Grondwet geformuleerd. We doen dat niet om in extreme gevallen (oorlog of noodweer) ons het recht voor te behouden om een ander te doden, die het gemunt heeft op onze vrijheid.
Een individu op zich, bijvoorbeeld als vegetariër, kan wel voor zichzelf stellen dat een dier het recht heeft om niet door hem of haar te worden gegeten. Dit recht om vlees te eten kun je niet aan een ander ontzeggen.
Er wordt ook niet gepleit voor een gelijke behandeling of omgang tussen dier en mens. Dat is ook niet nodig. Net zomin als het nodig is om eerst aan te tonen dat dieren kunnen lijden of gevoelens of bewustzijn hebben of intrinsieke waarde bezitten, voordat we met hun grondrechten rekening zouden moeten houden. We vragen mensen ook niet om eerst te bewijzen dat hun welzijn wordt aangetast, voordat we hun grondrechten respecteren, terwijl een mens dat voor zichzelf veel gemakkelijker kan bewijzen dan een mens voor een dier. Wel wordt gepleit voor gelijke grondrechten voor alle dieren onderling. Dierenrechten gaan over een dierwaardig leven vóór de dood, zoals de mens ook een menswaardig leven wenst.

 

We moeten consequenties trekken

We vinden dat in de bio-industrie de grondrechten van het dier geschonden worden door de extreme inperking van de bewegingsvrijheid, door belemmering om natuurlijk gedrag te vertonen, door hen op te voeren tot onnatuurlijke gewichtstoename en door de graseters slachtafval te voeren. Daar komt nog bij dat er een overproductie is: er wordt voornamelijk voor het buitenland geproduceerd. Daarmee wordt het dierenleed des te overbodiger en het onrecht des te groter. Een afbouw van de bio-industrie en van de export van haar producten met daarnaast een vervanging in eigen land door ecologische veehouderij is een minimale vereiste om aan landbouwhuisdieren recht te kunnen doen.
In de bio-industrie en soms in de politiek wordt het recht op vrijheid genegeerd en als het ware doodgezwegen. In een gezonde maatschappij die haar grondrechten respecteert en probeert te handhaven zal een dier door sommigen nog wel worden gegeten, maar heeft het voor zijn dood een dierwaardig leven. Voor de overheid betekent dit de morele plicht om de bio-industrie voor de volle 100% om te bouwen tot een ecologische veehouderij waarin vrijheid als basis voor welzijn voorop staat. Het is de taak van de overheid om grenzen te stellen aan het misbruik van de vrijheid die de mens begaat in de omgang met het dier. Alleen als de overheid de wet consequent doortrekt naar dieren kan er daadwerkelijk een einde worden gemaakt aan het onrecht. Tevens wordt daarmee haar eigen positie gelegitimeerd; macht kan en mag alleen worden (over)gedragen door degene die het misbruik daarvan uitsluit.
Voor de consument geldt dat niet het eten van vlees verkeerd is, maar het eten van "besmet" vlees. Je bent (vrij in) wat je eet, maar kies je voor het eten van vlees uit de bio-industrie dan ben je mede verantwoordelijk voor het in stand houden van de schending van de grondrechten van het dier.

     

Weblogs over vrijheid voor dieren:

 

Een uitgebreide lijst van boeken over vrijheid en innerlijke bevrijding met beschrijving, vind je hier.

Dit artikel is beschikbaar in een boek via Lulu.com en bol.com (printing on demand) met als titel "Vrijheid als grondrecht voor dieren".



 

De drogredenen zijn beschikbaar op papier in een boek via printing on demand. De titel is "Smoesjes om dieren te gebruiken; en hoe op deze drogredenen te reageren". Geïnteresseerd? Ga naar Lulu.com of bol.com.