Waarom zou je een dier rechten geven?

Dieren hebben zelf niets met rechten, maar komen bij conflicten voor zichzelf op of vluchten.

Het concept "rechten" is uitgevonden door de mens en wordt door geen enkel ander wezen gehanteerd.

Waarom spreken we dan wel van dierenrechten? Het antwoord is simpel: dierenrechten zijn mensenrechten en ze zijn er om de mens grenzen te stellen.

Je zou de rechten die grenzen stellen aan de omgang van mensen met andere diersoorten 'dierenrechten' kunnen noemen.

Wanneer we geen grenzen stellen aan de mens in de omgang met dieren in de vorm van rechten, dan kunnen we ook geen juridische aanspraken doen wanneer we vinden dat andere mensen de grens overschrijden.
Dieren zijn kwetsbaar ten opzichte van de mens, omdat de mens meer macht heeft.

Mensen die de belangen van dieren schenden zouden door andere mensen voor het gerecht moeten kunnen worden gedaagd.

 

 

Aspecten
Verschillende uitingsvormen van dierenliefde
Op basis waarvan zouden aan dieren rechten moeten worden toegekend?
Sommige concepten vallen af als basis voor dierenrechten
Dierenrechten is wat anders dan dierenwelzijn
Is er een uitgangspunt dat voldoet?
Is vrijheid als grondrecht hanteerbaar als sommigen dit schenden?
 
Zie ook:
Is het eigenaarschap van een dier niet eigenlijk in tegenspraak met het recht op vrijheid?
Dieren hebben allemaal evenveel recht op kwaliteit
Het opkomen voor dierenrechten zou financieel aantrekkelijk moeten zijn
Waarom gaan de verbeteringen van het dierenwelzijn in de veehouderij zo langzaam?
Moeten alle vormen van onrechtmatig handelen ten aanzien van dieren verboden worden?
De 5 vormen van vrijheid waar vee recht op heeft
De proclamatie "Rechten van het dier"
   

Verschillende uitingsvormen van dierenliefde

Mensen gaan zeer verschillend met dieren om:

de meeste mensen die van dieren houden, houden ze als huisdieren

veel mensen die van dieren houden, vinden dieren lekker en eten ze op

enkele mensen die van dieren houden, zijn geïnteresseerd in het liefdesleven van dieren

hoeveel mensen die van dieren houden, laten dieren met rust en vrij?

     
Hoe we met dieren moeten omgaan en welke rechten we aan dieren toekennen heeft te maken met ethiek. Albert Schweitzer zei al dat ethiek geworteld moet zijn in mededogen. Geen enkel rationeel uitgangspunt kan veel mensen er van overtuigen dat dieren rechten hebben. Het helpt ook niet om aan te nemen dat een dier intrinsieke waarde heeft. Zonder mededogen wordt een recht niet omgezet in rechtvaardig handelen.
Het concept dierenrecht kan volstrekt verschillend worden ingevuld. Sommigen zullen zich het recht willen voorbehouden om dieren te doden ten behoeve van consumptie of voor de sport. Anderen zullen zichzelf het recht ontzeggen om zelfs maar het kleinste diertje per ongeluk te doden. Hoe deze zaken met elkaar samenhangen wordt in dit artikel uiteengezet.
Grondrechten gelden onvoorwaardelijk, het is daarom essentieel om deze zorgvuldig te formuleren. Het maakt daarbij overigens niet uit of de formulering positief of negatief is.
     

Op basis waarvan zouden aan dieren rechten kunnen worden toegekend?

Alvorens deze vraag te beantwoorden moeten we duidelijk maken dat we onderscheid maken tussen dierenrechten en dierenbescherming. De reden waarom mensen dieren beschermen is hier niet aan de orde. Ieder mens is vrij om zijn eigen motivatie daarvoor te kiezen.

Er is geen doorslaggevend argument voor dat voor iedereen onomstotelijk tot de conclusie leidt dat dieren rechten hebben. Het totaal aan argumenten (biologisch, ecologisch, psychologisch, sociaal, ethisch, esthetisch, economisch, juridisch, politiek) is bij aanvaarding door een meerderheid daarmee het 'rationele denken en handelen' geworden. Tot het moment dat voldoende mensen de belangen van dieren serieus nemen en politiek kan worden afgedwongen, kan de minderheid alleen maar hopen dat het totaal van aangevoerde argumenten en overwegingen een groeiend aantal mensen brengt tot anders denken en handelen ten aanzien van dieren.

Het liefst zouden we de vraag of zij rechten hebben aan dieren willen voorleggen, maar helaas is van hun kant geen bruikbaar antwoord te verwachten. Zij kunnen slechts op een indirecte manier protesteren tegen een slechte behandeling. Het antwoord zal daarom door mensen aan mensen moeten worden gegeven.
Concepten die in aanmerking komen als basis voor dierenrechten zijn: intrinsieke waarde, welzijn, respect, vrijheid, (eigen) belang, natuurlijk gedrag, gelijkheid, mededogen e.d.. Veel van deze concepten lijken bruikbaar, maar zijn dat bij nader inzien minder, met name als we kijken naar concrete, praktische situaties. We bekijken hieronder de bruikbaarheid van elk concept. Om helderheid te krijgen in de bruikbaarheid ervan moeten we duidelijkheid hebben over de uitgangspunten waarop we dierenrechten willen baseren.
De hier gehanteerde uitgangspunten zijn:

  1. Rechten voor dieren moeten zo geformuleerd worden dat er in de praktijk mee gewerkt kan worden en dat juridische toetsing mogelijk is
  2. Dierenrechten gelden voor alle individuele dieren: uit de vrije natuur en uit de landbouw, huisdieren, zoogdieren, maar ook voor insecten.
  3. Dieren zijn onderling zo verschillend dat rekening moet worden gehouden met hun specifieke aard
  4. Dierenrechten gelden voor mensen en er moet door mensen een beroep op kunnen worden gedaan. Dieren kunnen niet worden gehouden aan plichten.
  5. De dood neemt een bijzondere positie in onder dierenrechten: de slacht, de beheersjacht door deskundigen en de beroepsvisserij. Deze vormen van doden moeten zo geregeld worden dat het dier snel en pijnloos en niet nutteloos is (bijvoorbeeld als ongewenste bijvangst of bij massale ruimingen).
    Dit geldt ook voor schadelijkheid van ongewervelde dieren, die niet anders dan door doden kan worden bestreden.
  6. Rechten van de soort gaan boven die van het individu (als een dieren- of plantensoort dreigt uit te sterven mag je mensen verbieden dat leven te verstoren). Ook heeft een soort (bijvoorbeeld een varken of een zalm) het recht om niet in excessieve hoeveelheden te worden geproduceerd of gevangen ten behoeve van export, waarbij de productie of vangst bijna per definitie door de massaliteit dieronvriendelijk gebeurt en niet gericht is op bevrediging van basale levensbehoeften.

De Gezondheids- en WelzijnsWet voor Dieren (GWWD) uit 1992 bevatte een moreel afwegingskader voor het beoordelen van productiedoelen in de dierenhouderij. Dit kader is gebaseerd op de erkenning van de intrinsieke waarde van het dier en het zogenaamde "nee, tenzij principe". In dat kader moeten bij gebruik van dieren de vragen worden gesteld 1) hoe belangrijk het beoogde doel is, 2) of er alternatieven aanwezig zijn en 3) hoe ernstig de dieren in hun welzijn worden aangetast.
Het eerste lid van artikel 36 van de GWWD van 1992 luidt: "Het is verboden om zonder redelijk doel, of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen."
De GWWD is opgevolgd door de Wet Dieren, maar het uitgangspunt is gelijk gebleven.
In de theorie lijken dierenrechten goed geregeld, in de praktijk wordt het "redelijk doel voor de mens" (te) ruim opgevat. Is de basis van de wet voor dieren wel goed genoeg gelegd?

     

Sommige concepten vallen af als juridische basis voor dierenrechten

Als we uitgaan van het eerste uitgangspunt dan valt al een aantal concepten af: allereerst respect. Het is een veel gehanteerd en door veel mensen naar voren geschoven begrip. Hierop kan echter geen eenduidig dierenrecht worden geformuleerd. Het kan geen kwaad als deze begrippen in dit verband worden genoemd, maar dergelijke concepten kunnen niet worden gehanteerd om het gedrag van mensen ten aanzien van dieren juridisch te toetsen: "Mevrouw, we dagen u voor het gerecht want u behandelt uw schoothondje zonder respect". Of: "boer, je moet je kippen in hun waarde laten".
Iemand respecteren betekent dat je gepaste afstand (ruimte of vrijheid) houdt, bijvoorbeeld door een ander of een groep niet te veroordelen (in een "hokje stoppen").
Je kunt wel mensen wijzen op een tekort aan respect in de omgang met dieren (bijvoorbeeld bij spelletjes met levende dieren als "zwientie, knientie tikken") of bij excessen in amusement (kunstjes met circusdieren).
Het indirecte en het vage van deze begrippen is tactisch in de omgang tussen mensen, maar om andere mensen nu precies te kunnen wijzen op wat zij ten aanzien van dierenrechten fout doen, zijn de beide begrippen onbruikbaar en ook niet juridisch toetsbaar.
Je kunt mensen ook niet opleggen om smaak te hebben of beschaafd te zijn. Je kunt ze wel aanspreken op ongewenst gedrag, maar om de belangen van dieren te beschermen zijn sterkere begrippen nodig.

Om soortgelijke redenen is het begrip "intrinsieke waarde" onbruikbaar als juridische basis voor dierenrechten. Dit begrip kan hoogstens worden aangevoerd ten aanzien van zeldzame dieren in de zin van: "dit stukje natuur moet worden beschermd, omdat hier een diersoort leeft die nergens anders voorkomt". Voor het overige heeft het begrip te weinig inhoud. Geen varkenshouder is te bewegen beter voor zijn dieren te zorgen vanuit de oproep dat een dier intrinsiek een goede verzorging waard is. Een varkenshouder zorgt net zo goed voor zijn dier als hij economisch verantwoord acht.

Het tweede uitgangspunt (voor alle dieren geldig) is geformuleerd om te voorkomen dat voor iedere diersoort een aparte regeling zou moeten worden getroffen. Onder dieren vallen regenwormen, maar ook olifanten; vissen maar ook insecten. Een formulering van een dierenrecht zal een zekere mate van algemeenheid moeten inhouden, waarbij voor hoofdindelingen van dieren verschillende randvoorwaarden kunnen worden geformuleerd. Randvoorwaarden gelden met name voor dierenwelzijn.

Een voorbeeld van een verschillende uitwerking van de randvoorwaarden kan zijn:

  • de beschikbaarheid van geschikt voedsel voor een dier: vlees (prooidieren) of plantaardig voedsel
  • solitair of in groepsverband levend
  • een gezondheidsrisico voor de mens zijn of gevaarlijk voor de openbare veiligheid
  • de grootte en aard van het natuurlijke leefgebied

Een dierenrecht moet inhouden dat dieren -afhankelijk van hun geaardheid- de mogelijkheid hebben en houden om hun soortspecifieke natuurlijke gedrag te vertonen. Maar ook dat in het geval van "schadelijke dieren" hun vrijheid om schade aan te richten door mensen kan worden ingeperkt.
In de uitwerking van de eisen aan natuurlijkheid of natuurlijk gedrag gelden vijf criteria (door de Farm Animal Welfare Council vastgelegd in vijf beperktere vrijheden). De oorspronkelijke vijf criteria waren:

  1. vrijheid van beweging;
  2. vrijheid van voedselvergaring;
  3. vrijheid van voortplanting en populatieopbouw;
  4. de mogelijkheid dat elk dier en elke diersoort naar zijn aard kan leven en deel kan nemen aan de natuurlijke kringlopen, waarbij de mens niet ingrijpt bij (natuurlijke) ziekte en dood;
  5. afwezigheid van benutting, bestrijding en verstoring door de mens.

N.B.: deze criteria gelden niet voor dieren die "faunavervalsing" zijn (bijvoorbeeld verwilderde katten).
Dieren die nooit in het water komen hebben niets aan een uitwerking waarin hun voldoende zwemruimte wordt gegarandeerd. Een leefgebied voor walvissen kan zich niet beperken tot een zwembad. Wolven laat je niet toe in een gebied, waarin de kans op contact met mensen en dieren in de veeteelt te groot is.
Landbouwhuisdieren moeten verzorgd worden, dieren in de vrije natuur moeten juist niet gevoerd worden.
Zowel ecologische "vervuiling en verloedering" als "faunavervalsing" als "bescherming" door het afschieten van predatoren (roofdieren) of het introduceren van ziektes moet worden voorkomen.

   

Dierenrechten is wat anders (ruimer) dan dierenwelzijn

Als we kijken naar zaken als (eigen)belang, welzijn van dieren, hun intelligentie, gevoelens en instinct e.d., dan moeten we concluderen dat het vrijwel onmogelijk is om elkaar op deze zaken aan te spreken. Welzijn is een doel en geen uitgangspunt en ligt voor iedere diersoort letterlijk en figuurlijk op een ander terrein. Je moet dan vragen beantwoorden als "hebben vissen gevoel" of "verveelt een varken of een huisdier zich?" of "schaadt een veehouder het belang van koeien als deze 's zomers niet in de wei mogen"? Dergelijke zaken zijn niet voor alle dieren met 100% zekerheid controleerbaar en kunnen daarom niet de algehele grond zijn waarop dierenrechten zijn gebaseerd. Daarentegen zijn de concepten wel bruikbaar als we dierenrechten moeten uitwerken in de praktijk (via de randvoorwaarden en de vijf vrijheden) of wanneer we denken vanuit het voorzorgprincipe, dwz we proberen schending van de randvoorwaarden en vrijheden zoveel mogelijk te vermijden.

Klik hier voor de factoren die verbeteringen in dierenwelzijn vertragen.
Over de uitwerking in de praktijk later meer, nadat we het beste uitgangspunt voor dierenrechten hebben vastgesteld, of lees de universele verklaring voor het welzijn van dieren van de WSPA.
De strafbaarheid van het mishandelen van dieren door ze pijn te doen is al in de welzijnswet geregeld, maar nog niet het passief mishandelen door bijvoorbeeld extreme inperking van hun bewegingsvrijheid. Dat is het deel van de aantasting van het welzijn van het dier dat nog niet wettelijk is geregeld. Welzijn schaden heeft wel met aantasten van dierenrechten te maken, maar dieren hebben ook grondrechten als de relatie van het menselijk handelen met het welzijn van dieren onduidelijk is. Op dit punt wijken we af van de filosoof Jeremy Bentham (1748-1832) die stelde dat de hamvraag is "kan een dier lijden"? Dit vermogen om te lijden geeft een dier qua welzijn recht op een gelijke consideratie als mensen. Het is een basis voor mededogen, maar het antwoord leidt nog niet tot dierenrechten.

     

Samenvattend zetten we de behandelde concepten in een schema. In de cellen wordt aangegeven hoe de verschillende zaken in verhouding tot elkaar moeten worden gezien. Uitgangspunt bij het schema is dat dieren rechten hebben en dat het doel van het toekennen van rechten is het garanderen van voldoende voorwaarden voor welzijn.
Een voorbeeld hoe het schema te lezen: "emoties" hebben te maken met welzijn, maar niet met rechten.

  Heeft niets te maken met welzijn Heeft te maken met welzijn
Heeft niets te maken met dierenrechten Intrinsieke waarde, aaibaarheid, eetbaarheid, dierenliefde, schoonheid, intelligentie, instinct, geheugen, natuurbescherming Emoties van dieren, pijn kunnen voelen, verveling, stress, coping-gedrag (aanvallen, vermijden, vluchten)
Heeft te maken met dierenrechten Respect, gelijkheid, belangen (bijv. voortplanting) Vrijheid, natuurlijk gedrag, kwaliteit van leven

Het is frappant om te constateren dat de zaken die niets te maken hebben met welzijn precies die zaken zijn waarin dieren sterk van mensen verschillen en de zaken die wel met welzijn te maken hebben voor mensen en dieren vrijwel gelijk zijn. Er is rond de belangrijke aspecten van welzijn geen principieel verschil tussen mens en dier en dit zou tot uitdrukking moeten komen in het erkennen van dierenrechten.

     

Is er dan wel een juridisch uitgangspunt denkbaar dat voldoet en wel werkbaar is?

Bruikbaar is hetzelfde uitgangspunt dat voor rechten van mensen wordt gehanteerd, namelijk recht op vrijheid. Vrijheid is geen concreet begrip, maar krijgt betekenis in een context. Mensen gaan pas begrijpen wat vrijheid is, wanneer je per situatie of diersoort uitlegt of je zelf ervaart wat het inhoudt.
Vrijheid kan worden opgevat als een paradoxaal concept. Om het concept werkbaar te maken moeten er grenzen worden geformuleerd om het begin en het eind van de gevolgen aan te geven. Voor de uitwerking van het begrip vrijheid in de praktijk moeten we omschrijven wat het niet is: alles wat de vrijheid van het dier (om natuurlijk gedrag te vertonen) onmogelijk maakt (bijvoorbeeld honger en dorst of stress bij vee), druist in tegen zijn of haar rechten.
Het stellen van grenzen aan vrijheid geldt zowel voor mensen als voor dieren en is juist de kracht van het concept. We kunnen denken aan een ondergrens aan de vrijheid voor een dier, maar ook aan fysieke grenzen (bijv. hekken).
Hoe het nee, tenzij principe moet worden gehanteerd is eenvoudig voor te stellen: alle vrijheidsbeperking van dieren is verboden, tenzij men kan aantonen dat met een bepaalde maatregel de vrijheid om natuurlijk gedrag te vertonen mogelijk blijft.

Een belangrijk voordeel van vrijheid is dat er een bovengrens is aan de verplichting voor de mens om zich druk te maken over dierenrechten. Zodra dit recht op vrijheid is gegarandeerd vervalt de verantwoordelijkheid van de mens voor een nadere invulling.
Recht op vrijheid voor dieren omvat voornamelijk de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen. Dat en hoe een dier dat vervolgens op een eigen en "vrije" manier invult of niet, doet niet ter zake voor het uitgangspunt van zijn rechten.
Voor dieren in de vrije natuur is het voldoende om de natuurlijke balans zonder menselijk ingrijpen in de natuur te garanderen (voor uitzonderingen, klik hier). Voor dieren in het huishouden of in de veeteelt is het zaak om er voor te zorgen dat deze dieren zoveel mogelijk hun natuurlijke gedrag kunnen handhaven.
Wat recht op vrijheid nog meer inhoudt, is het recht op lichamelijke integriteit: geen onnatuurlijke lichamelijke ingrepen als snavels kappen, geen castratie van biggetjes, genetische manipulatie (wel selectie) of extreem doorfokken (bijv. dikbilkoeien wier kalveren met de keizersnede moeten worden gehaald).

     
     

Grenzen die je aan dieren kunt stellen zonder het recht op vrijheid fundamenteel te schaden zijn:

  • sterilisatie en castratie van huisdieren; aparte huisvesting van mannelijke en vrouwelijke (landbouw)huisdieren met als doel geboortebeperking.
  • hekken om weilanden en afscheidingen van snelwegen
  • euthanasie en abortus in vergelijkbare omstandigheden als bij mensen met wie geen communicatie (meer) mogelijk is of waar sprake is van ondraaglijk lijden.

Waar voor ieder dier de grens ligt is, zou het onderwerp van dierenstudies moeten zijn. Belangrijk is dat we vrijheid als startpunt nemen van het inschatten van de situatie van dieren, zodat we preciezer kunnen weten hoe we dieren in hun waarde kunnen laten.

Compromissen zijn mogelijk
Een belangrijk voordeel van het concept vrijheid is dat het ook bruikbaar is voor mensen die het niet eens zijn met de meest uiterste consequenties. Iemand vindt bijvoorbeeld dat dieren niet als huisdier mogen worden gehouden, omdat dit het recht van dieren op vrijheid aantast. Een gesprek met iemand die een huisdier houdt is dan goed mogelijk, want het gaat er om de omstandigheden te formuleren waaraan huisdierhouders zich moeten en willen houden. Het uitkomen op een compromis maakt het concept vrijheid niet onbruikbaar, maar juist sterker.

Een ander belangrijk voordeel van het concept is de directe controleerbaarheid. Wanneer is vastgelegd welke omstandigheden de vrijheid van een dier belemmeren is in een split-second vast te stellen of de vrijheid van een dier wordt aangetast, terwijl de status op de overige concepten (bijvoorbeeld welzijn) alleen door langduriger observatie kan worden vastgesteld.

Tenslotte kan vrijheid ook als basis gelden voor dierenwelzijn en is al concreet uitgewerkt in de 5 vrijheden (zie hiervoor).

     

Als sommige personen de grondrechten van dieren schenden, is dan vrijheid als grondrecht nog wel bruikbaar?

Je zou kunnen stellen dat er 2 niveaus van uitwerking zijn:

  1. wettelijke schending die onder strenge voorwaarden wordt toegelaten
  2. wettelijk ontoelaatbare schending

Het houden van huisdieren en het tot op een zekere hoogte gebruiken en slachten van landbouwhuisdieren lijken inconsequent ten aanzien van de hier geformuleerde rechten van dieren. Ook voor dieren die gehouden worden voor de slacht kan de eis worden gesteld dat zij een leven leiden waarin zij maximaal de gelegenheid hebben om natuurlijk gedrag te vertonen. De conclusie dat je het beste vegetariër kunt zijn om dit dilemma te voorkomen, ligt voor de hand.
Wanneer dieren geslacht worden of wanneer vissen voor consumptie worden gevangen, dan hebben zij recht op een snelle en pijnloze dood. Ook kun je de eis stellen dat, wanneer iemand de vrijheid van een dier inperkt, het wel mogelijk is dat het dier zich natuurlijk kan gedragen.
Een concretisering van vrijheid in de vijf vrijheden vergroot de kans op een brede maatschappelijke acceptatie en er gaat een duidelijke boodschap van uit.
Om het recht op vrijheid als uitgangspunt door te voeren tot in zijn uiterste consequentie, is een zaak voor de toekomst.

Zie ook:
Is het eigenaarschap van een dier niet eigenlijk in tegenspraak met het recht op vrijheid?
Dieren hebben allemaal evenveel recht op kwaliteit
Het opkomen voor dierenrechten zou financieel aantrekkelijk moeten zijn
Moeten alle vormen van onrechtmatig handelen ten aanzien van dieren verboden worden?
De 5 vormen van vrijheid waar vee recht op heeft

 

 
Dit artikel is beschikbaar in een boek via Lulu.com en bol.com (printing on demand) met als titel "Vrijheid als grondrecht voor dieren".  
     

 

De drogredenen zijn beschikbaar op papier in een boek via printing on demand. De titel is "Smoesjes om dieren te gebruiken; en hoe op deze drogredenen te reageren". Geïnteresseerd? Ga naar Lulu.com of bol.com.