Misstanden bij:

varkens
koeien en kalveren
legkippen en mestkuikens
kalkoenen
ganzen / foie gras
nertsen
konijnen
internationaal transport
visindustrie
overige "verborgen" bio-industrie en meer

(bron: o.a. Dierenwelzijnsnota LNV, landelijke Dierenbescherming)

 


Voor meer beelden van de levens in onvrijheid van deze dieren (en andere diersoorten) voordat ze gedood werden, bezoek de website van fotografe Jo-Anne McArthur.

Op deze pagina staan de misstanden per diersoort. We hebben de bezwaren tegen de bio-industrie ook per type bezwaar gerangschikt.

   
Klik hiernaast op het plaatje voor een vergroting

De controlefrequentie is zo laag (1 keer per 10 jaar), de kans op een boete zo klein bij constatering van een overtreding (90% krijgt slechts een waarschuwing) en de boete zo laag, dat het voor varkenshouders financieel loont om de wet te overtreden.
Verbouw van stallen om aan de regels te voldoen is veel duurder dan een boete van de AID. Veel wetsbepalingen zijn onduidelijk waardoor de AID niet kan handhaven. Zo moet bijvoorbeeld ‘voldoende afleidingsmateriaal’ worden verstrekt. Maar hoeveel en welk materiaal? Kale betonhokken met 1 bijtketting zijn het gevolg.
Veel wettelijke voorschriften zijn oncontroleerbaar. Een voorbeeld is de verplichting van een aantal uren licht in de stal. Omdat er geen registratie is van de lichttijden kan een AID-controleur nooit vaststellen of deze regel wordt nageleefd. Duistere hokken zijn het gevolg.

Varkens worden soms bijna 24 uur per dag in het donker gehouden om hen rustig te houden. Vanaf 2002 is verplicht dat varkens voor tweederde op een vaste bedrijfsvloer staan. Eenderde van de bedrijfsruimte bestaat uit roosters zodat de mest in een ruimte onder hen valt. Zodoende staan ze de hele dag in een ammoniaklucht. Door hun verblijf op de roostervloer lijden de dieren aan pootgebreken. Door het leven in voortdurende duisternis in die kleine hokken zijn ze niks gewend en raken bij het vervoer naar het slachthuis (na 3 tot 6 maanden) in paniek. Dit wordt des te erger tijdens langdurige exporttransporten. Alleen al vanuit Nederland gaan elke dag zo'n 10.000 varkens en biggen op transport, om in een ver land geslacht of vetgemest te worden. Varkens zijn slechte reizigers. Ze zijn gevoelig voor stress en worden onderweg snel ziek. Twee op de drie varkens zijn ziek ten tijde van de slacht.
Zeugen worden als ze jongen hebben ingeklemd tussen 2 stangen zodat zij zich niet kunnen omdraaien of verzorgen. Men doet dat opdat de biggetjes niet worden doodgedrukt door hun moeder als gevolg van ruimtegebrek.

 

De biggen gaan na een zoogperiode van 3 tot 4 weken (i.p.v. de natuurlijke 14 weken) naar de speenafdeling. Op de leeftijd van ongeveer 72 dagen gaan ze naar het mestbedrijf. Vanaf deze leeftijd tot ze naar de slachterij gaan op de leeftijd van ongeveer 6 maanden krijgen ze 0.7 m² ruimte per dier.

De mannetjes (beertjes) werden in het verleden zonder verdoving gecastreerd, omdat de buitenlandse markt dat zou vragen vanwege de veronderstelde invloed van mannelijke hormonen op de geur (smaak) van het vlees. Hoewel dit niet geldt voor varkens die al zo jong geslacht worden, gebeurde het toch als een soort "voorzorgsmaatregel". Tegenwoordig worden de biggetjes verdoofd.
Al met al ondervinden varkens ernstige stress (o.a. hart- en maagklachten) door beperking van bewegingsvrijheid. Uit frustratie kauwen ze vaak op de stangen, waartussen ze staan geklemd. Van nature zijn het speelse en intelligente dieren.

Varkens hebben een robuust immuunsysteem, dat in het algemeen goed tegen stress kan. Toch zijn er een aantal specifieke omstandigheden die er toe leiden dat stress het risico van infecties vergroot. Dr Johanna de Groot noemt in haar proefschrift onder andere het gewond raken na onderlinge gevechten door het mengen van dieren die elkaar niet kennen, het onverdoofd castreren en het inspuiten van inactief virus als vaccin. De Groot: 'Veehouders doen er goed aan, die zo veel mogelijk te vermijden'.
Deze stressvolle omstandigheden ontstaan bij groepshuisvesting als varkens zonder beleid uit verschillende tomen worden gemengd en tijdens transport en bij aankomst in het slachthuis.

   
Klik op de plaatjes hiernaast voor een vergroting.

Koeien worden gemiddeld niet ouder dan vier-en-half jaar. Ze kunnen onder ideale omstandigheden wel 30 jaar worden, maar de productie is na 6 jaar (melken) niet meer op topniveau: ze zijn uitgemolken. Tijdens hun volwassen leven krijgen ze elk jaar opnieuw een kalf, omdat dat de enige manier is om hun melkgift op te wekken. Het kalf wordt direct of na maximaal 1 week bij de moeder weggehaald om een band tussen moeder en kind te voorkomen. Een boer is verplicht om binnen 3 dagen na de geboorte een kalf te voorzien van oormerken. Het is pas na 10 dagen toegestaan om het kalf naar de slacht te laten transporteren of naar een ander (vetmest)bedrijf. Sommige landen als Engeland exporteren zelfs kalveren naar Nederland om hen hier in korte tijd slachtrijp te laten "mesten".

De eerste dagen na de geboorte is de smaak van de moedermelk (biest) afwijkend van smaak en extra gezond voor kalveren (om het de eerste levensdagen extra te beschermen). De biest wordt dan ook aan kalveren gevoerd.

Zembla besteedde 2 uitzendingen over de ontwikkelingen in de melkveehouderij.

  1. De topsporters van de melkveeindustrie.
  2. FrieslandCampina: “Weidemelk is vooral imago”.
Koeien zijn een productiemiddel die niet meer hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Er wordt bespaard op zoveel mogelijk kosten om te concurreren op de exportmarkt.

 

 

Kalveren

De eerste acht weken worden de kalveren veelal apart van hun moeder en elkaar (in "iglo's") gehuisvest omdat zij een sterke zuigbehoefte hebben. Zouden ze in groepen geplaatst worden dan zuigen ze aan elkaar. Daarnaast is de hedendaagse melk door selectie op economisch aantrekkelijke samenstelling eigenlijk te vet voor kalveren.

Kalveren die voor de vleesproductie zijn uitgekozen worden hooguit zes maanden oud. Stierkalfjes, die soms buiten worden gehouden, zijn later slachtrijp en worden hoogstens ongeveer achttien maanden oud.

Tijdens zijn korte leventje krijgt het kalf in plaats van groenvoer "melkvervanger" te drinken, met veel vet en later zonder ijzer of vezels, om het vlees er bloedeloos (blank) uit te laten zien. Het dier vreet vaak aan zijn hok en likt aan spijkers of zijn eigen vacht in een poging om wat ijzer binnen te krijgen. De kalveren (binnengehouden) leven een groot deel van de dag in het pikkedonker, want dat houdt hen rustig. Vlak voor de slacht hebben ze zo'n hevige bloedarmoede, chronische diarree en zijn ze zo ongezond, dat ze dood zouden gaan als deze behandeling nog langer zou voortduren.
Over het leven en de slacht van kalveren hebben we een speciale videopagina. Klik hier voor achtergrondinformatie en meer cijfers uit de kalverhouderij.

 
Klik op de plaatjes hiernaast voor een vergroting.

Legkippen

Als kuikens in de broederij uit hun ei kruipen, verhuizen ze afhankelijk van hun ras en geslacht naar een leg- of mestbedrijf. De haantjes zijn "waardeloos" en worden in een plastic zak met koolzuurgas gedood of in een hakselaar versnipperd.

Legkippen worden ongeveer 1 jaar, dan hebben ze ongeveer 300 eieren gelegd en zijn ze alleen nog maar geschikt voor de soep.
Zie ook de korte video-opnames.

 

 

We hebben een speciale pagina met verwijzingen naar dia's en video's over het leven van kippen in de mesterij en voor de leg.

 

Mestkuikens leven ongeveer 6 weken, dan worden ze geslacht. In die korte tijd groeien ze met speciaal voedsel razendsnel op van kuiken tot halfwassen kip. Zouden ze langer in deze omstandigheden leven dan zouden ze te zwaar worden en zichzelf letterlijk doodgroeien.
Voor het vervoer naar het slachthuis worden ze met geweld in kratten geperst met kans op vleugel- en pootbreuk. In deze stressvolle omstandigheden worden ze op (halfopen) vrachtwagens naar het slachthuis vervoerd.
Om te voorkomen dat nog meer botbreuken en bloedpunten ontstaan wordt in veel pluimveeslachterijen bij het bedwelmen een lagere electrische spanning gebruikt dan wettelijk is voorgeschreven.
Het vlees van deze kuikens wordt als vlees van een kip verkocht: misleiding en dierenleed.

"De kippen van nu kunnen binnen 6 weken 2,6 kg zwaar worden. Ze kunnen lam worden en hebben hartproblemen. Men verwacht dat over 5 jaar de kippen in dezelfde periode 3 kg zijn. Er zijn al zulke kippen gefokt. Dierenbeschermers menen dat gezondheidsproblemen bij kippen zullen toenemen. Fokkers zeggen dat kippen daarentegen erop worden gefokt: ze worden robuuster.

De meeste supermarkten zeggen er geen weet van te hebben dat zulke zware kippen in zo'n korte tijd gefokt worden.

Wie is verantwoordelijk?    
Tijdens de aanvoer van kippen naar het slachthuis op 13 mei 2004 stelde een dierenarts onregelmatigheden vast. De kippen hadden onvoldoende ruimte om in een natuurlijke houding te kunnen rechtstaan. "Sommige kooien waren leeg, terwijl andere overvol zaten", lichtte substituut Vera Van Den Heede toe. "Tijdens de inspectie werd vastgesteld dat nogal wat kippen letsels aan poten, vleugels en kop hadden opgelopen. Omdat de problemen bleven duren, werd het transportbedrijf gedagvaard".   Volgens een dierenarts zaten 91 kippen met de koppen geklemd, terwijl bij 714 kippen bloeduitstortingen werden vastgesteld. Meester Vanden Bogaerde trok die bevindingen in twijfel: "Hoe kan iemand op een totaal van bijna 24.000 kippen zoiets controleren? Er zijn bij elk transport dode kippen. De transporteur is maar een radertje in de ketting van boer tot slachthuis. Elk transport wordt door de boer geladen".
 
 

Kalkoenen

In de commerciële kalkoenenhouderij worden de dieren met duizenden tegelijk in een kleine, donkere ruimte gehouden. Dit leidt veelal tot agressiviteit, pootproblemen, stress, verenpikken en kannibalisme.

Door de intensiviteit van de houderij (vergelijkbaar met de vleeskuikenhouderij) kan er in de eerste levensweek van de jonge dieren een uitvalspercentage (sterfte) van 40% voorkomen! De doelstelling van deze bedrijfstak is gelegen in het zo snel mogelijk vetmesten van de kalkoenen. Het fokbeleid is dan ook gericht op een hoge groeisnelheid.

Een ingrijpend gevolg van deze selectie is dat de dieren niet meer op een natuurlijke manier kunnen paren. De hanen zijn te zwaar gefokt. Kunstmatige inseminatie is de enige manier waarop de hennen kunnen worden bevrucht.

 

Ganzen Foie Gras (rm-video)

De productie van foie gras is in Nederland verboden, maar het wordt wel geïmporteerd. De productie gaat als volgt. De ganzen lopen de eerste maanden van hun bestaan gewoon los. Per dag nemen ze ongeveer 2 ons voedsel tot zich, verdeeld over de dag. Dan komt het moment dat ze productierijp zijn: bij eenden twee weken voor hun dood, bij ganzen drie weken. Opgesloten in kleine individuele kooien (eenden) of in kleine gezamenlijke ruimten (ganzen) krijgen ze twee- (eenden) of driemaal daags (ganzen) een 30 centimeter lange trechterbuis in hun strot geduwd.
Per dag wordt -onder pneumatische druk- bijna een kilo maïspap naar binnen geperst, tot in de krop en de maag. Deze overdosis aan eenzijdig voedsel leidt ertoe dat vetten zich razendsnel ophopen in de lever. Bloedsomloop en ademhaling van de vogels raken verstoord, want de acht tot tien keer vergrote lever drukt de longen aan de kant.

 
 

Nertsen (maar ook vossen, konijnen, wasberen, muskusratten en chinchilla's)

In het voorjaar worden de jonge nertsen in een kooi geboren. Na zeven maanden (als de dieren hun wintervacht hebben) worden ze gedood en gevild. Tijdens hun korte leven zitten de dieren in veel te krappe kooien. Ze kunnen niet rennen, zich verstoppen of vluchten. Zwem- en viswater ontbreekt. In de kooi is slechts een drinknippel waar ze hun drinkwater uit krijgen. Nertsen zijn ongedomesticeerde roofdieren die dezelfde eigenschappen hebben als hun in het wild levende soortgenoten. Geen wonder dat zij gek worden van verveling en frustratie als zij in een klein kooitje leven. Dat is ook te zien aan het abnormale, stereotype gedrag dat nertsen in gevangenschap vertonen. Dit gedrag bestaat uit het eindeloos herhalen van zinloze bewegingen (vergelijk het met het continue heen en weer lopen van roofdieren in slechte dierentuinen). Daarnaast bijten nertsen regelmatig hun eigen staart en vacht kapot. Ze lopen vaak langdurig in rondjes of draaien voortdurend met hun kopje rond de drinknippel.

 

Konijnen

Deze categorie dieren is er relatief het slechtst aan toe. De voedsters (vrouwtjeskonijnen) zijn niets meer dan wegwerpartikelen. Als een voedster niet langer zeven nesten per jaar kan werpen, dan wordt ze afgevoerd. Het vervangingspercentage bij de voedsters ligt rond de 90%! Daarnaast wordt jaarlijks nog eens 55% van de voedsters wegens ziekte afgevoerd! Dit betekent dat er onder de voedsters een vervangingspercentage van ruim 145% is! Ook onder jonge konijnen is sprake van een hoog sterftecijfer; van de jonge dieren sterft 15% voor ze bij het moederdier worden weggehaald. Daarna sterft nog eens 10% van de jonge dieren. Dit zijn schrikbarend hoge percentages die vooral te wijten zijn aan de slechte huisvesting van de dieren in de intensieve konijnenhouderij.

 
 

Internationale dierentransporten.

Op de site van Compassion In World Farming (CIWF) worden alle misstanden tijdens de dagenlange internationale transporten toegelicht. De dieren die internationaal worden getransporteerd zijn schapen uit Engeland die o.a. in Griekenland zonder verdoving geslacht worden. Paarden en ezels uit Litouwen die in Italië geslacht worden, maar ook varkens uit Nederland:
"Om te voorkomen dat ze in de vrachtauto gaan braken, krijgen de dieren vaak een dag voor het inladen al niets meer te eten. Op ruwe wijze worden de dieren uit de donkere stal de vrachtwagen in gedreven. Nog voordat de reis goed en wel begonnen is, zijn ze al volledig over hun toeren.

Internationale transporten vergroten de kans op verspreiding van Mond- en Klauwzeer. De dieren die dagen onderweg zijn komen op allerlei plaatsen waar ook dieren uit andere landen langskomen.

"Niet of onvoldoende verdoofd slachten".
Dit lot treft met name dieren in Zuid-Europese landen, maar ook de kippen in de slachterijen in ons land. Ook het ritueel slachten door Moslims gaat vaak onverdoofd, wat tot dierenleed leidt.

 

De visindustrie

Bij het gebruik van sleepnetten wordt niet alleen gewenste vis gevangen. Sterker nog, 70% van de vangst gaat weer overboord, omdat het door ondermaats zijn wettelijk verboden is deze vis aan land te brengen, of omdat het toegestane quotum reeds bereikt is, of omdat de vissoort commercieel oninteressant is. De overboord gezette vis is op dat moment reeds doodgedrukt, gestikt of anderszins overleden. Voor zeevis zijn er nog geen regels voor humane doding.
Voor degene die van het lijden van de vis tijdens de vangst niet onder de indruk is, wordt verwezen naar de bijvangst van bijvoorbeeld zoogdieren als dolfijnen bij de vangst van tonijn. Dolfijnen raken in de kilometerslange netten verstrikt en hen wacht niets anders dan een langzame verdrinkingsdood.
De sleepnetten ruïneren de zeebodem, waardoor het ecologische systeem volkomen verstoord en voor lange tijd verloren raakt. De zeeën worden leeggevist en kaal achtergelaten. Op dit moment is het totale visbestand op aarde 50% van wat het een aantal decennia terug was.
Vis wordt niet alleen gevangen, maar ook gekweekt. Zij wordt gevoerd met vismeel afkomstig van wildvangst. Sommige vis, zalm bijvoorbeeld, wordt in enorme grote drijvende bakken gehouden, waardoor deze vorm sprekend lijkt op de bio-industrie, met alle nadelen van dien.

   
Helaas blijft het niet bij deze diersoorten. De Landelijke Dierenbescherming beschrijft ook nog de deplorabele situatie voor eenden en struisvogels.
In het contactblad van Rechten Voor Al Wat Leeft staat over diverse hierboven genoemde misstanden meer te lezen. We hebben voor de diersoorten uit de bio-industrie per provincie de aantallen in kaart en beeld gebracht. Er zijn ook korte video-filmpjes en foto's.