Wereldwijd zijn er volgens de WUR (oktober 2011) gemiddeld ca. 30 katten, 30 honden en bijna 9 paarden per 1000 inwoners.
In Nederland hebben we per 1000 inwoners 192 katten, 109 honden en 25 paarden. Voor de EU is de schatting 120 katten, 112 honden en 12 paarden per 1000 inwoners. Ter vergelijking: Nederland heeft per 1000 inwoners ca. 250 runderen en 750 varkens, de EU 170 runderen en 300 varkens. Meer dan de helft van de huishoudens heeft een huisdier. In bijna 40 procent van alle huishoudens is een kat of hond aanwezig. In Nederland worden meer dan 5 miljoen honden en katten gehouden. Van alle katten in Nederland is 40 procent acht jaar of ouder. 35,5 Procent van de honden bereikt diezelfde leeftijdcategorie. Jaarlijks komen zo'n 70.000 honden en katten in een asiel terecht. Voor alle andere dieren die niet in gevangenschap zouden moeten en konden worden gehouden hebben veel organisaties noodgedwongen vele opvangadressen moeten creëren.

  De meeste huisdieren (vogels en vissen samen) zijn in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt niet aaibaar en worden "voor de sier gehouden."
soort huisdier aantal gehouden in Nederland
honden 1,5 miljoen
katten 3.6 miljoen
aquariumvissen 2.9 miljoen
zang en siervogels 2.6 miljoen
vijvervissen 2 miljoen
honden 1.76 miljoen
postduiven 1 miljoen
konijnen 0.6 miljoen
knaagdieren 0.4 miljoen
paarden en ponies 0.2-0.4 miljoen
reptielen en amfibiën 0.1 miljoen
     
Veel ouders zullen op de vraag "is het houden van huisdieren goed voor de ontwikkeling van een kind" verbaasd antwoorden "hoezo, ja toch?". Er wordt vaak aangenomen dat huisdieren goed zijn voor kinderen, maar is dat wel waar? In dit artikel willen wij ouders die overwegen of zij een huisdier zullen nemen een aantal overwegingen voorleggen, die hen kunnen helpen een weloverwogen besluit te nemen.

Uit een onderzoek van Nienke Endenburg aan de universiteit van Utrecht bleek dat 14% van de mensen huisdieren houdt omdat zij verwachten dat het goed is voor de ontwikkeling van het verantwoordelijkheidsgevoel van hun kind.

 

In de enquête die AVRO en het AD hielden in april 1999 antwoordde men als volgt: hoe belangrijk zijn huisdieren voor de opvoeding?

  • heel erg belangrijk - 45 %
  • belangrijk - 40 %
  • om het even - 7 %
  • onbelangrijk - 6 %
  • heel onbelangrijk - 1 %
  • weet niet - 2 %

In Engeland is het verboden dat minderjarigen een huisdier kopen. Is dat een goed idee? Wij vinden van wel.

     

Tekening van Sigrid de Jong van Heldere Ster

     

Zijn huisdieren goed voor de ontwikkeling van een kind?

In de Telegraaf van dierendag 1995 wordt zelfs beweerd dat kinderen met huisdieren intelligenter zouden zijn dan kinderen zonder huisdieren. Een huisdier kan leuk zijn voor het kind, maar is het kind ook altijd leuk voor het dier? Om te weten of een kind het huisdier goed en op een verantwoorde manier verzorgt, zou het dier dat eigenlijk moeten kunnen aangeven. Misschien kun je aan een hond of kat zien hoe die zich voelt, maar hoe kun je zeker weten dat het goed gaat met een vogel of konijn? Of sterker nog, wanneer weet je of een schildpad of vis zich lekker voelt? We weten pas zeker dat het dier zich niet goed voelde, wanneer het ziek wordt, of als het overlijdt. Omdat de prijs van dieren vaak in geld wordt uitgedrukt, is het voor sommigen helaas aantrekkelijker om een ziek dier los te laten of te laten sterven dan geld uit te geven aan een dure dierenarts.

Een kinderboerderij zou een goede plaats kunnen zijn waar kinderen kontakt kunnen maken met dieren. Helaas is door gebrek aan toezicht als gevolg van geldgebrek en laksheid van de ouders ook de kinderboerderij een plaats waar kinderen (per ongeluk?) dieren mishandelen. Bij de vereniging Rechten voor al wat Leeft is een zwartboek op te vragen met voorbeelden.

 

Gevolgen van het gedrag van kinderen voor dieren

Het welzijn van de meeste huisdieren is moeilijk te bepalen en zeker voor kinderen moeilijk in te schatten. De meeste huisdieren kunnen een leeftijd bereiken tussen de drie en 15 jaar. Dat is voor kinderen een erg lange periode om te kunnen overzien. Als zij na verloop van tijd hun belangstelling voor het dier verliezen, breekt er voor het dier een eenzame periode aan.

Grote delen van de dag en nacht, wanneer de kinderen naar school zijn of slapen, is het huisdier alleen. Wanneer het dier gevoerd moet worden krijgt het enige aandacht en soms tussendoor ook wel, maar de meeste tijd is het zonder aandacht opgesloten in een kleine ruimte. De ouders zullen het grootste deel van de zorg (uitlaten etc.) op zich moeten nemen.

Kleine kinderen zeulen soms met dieren; ze gaan dan met het dier om alsof het een pop is. Op andere momenten reageren kinderen de frustraties van hun eigen onmacht af op het dier. Het gevolg is dat het dier van zich afbijt. Als de ouder deze situatie niet goed inschat, krijgt het dier de schuld: het kan immers niet de ware toedracht vertellen.

     

Wanneer het huisdier niet meer gewenst is

Als de ouders merken dat de aandacht en de gehechtheid definitief verdwenen is, proberen zij vaak het huisdier aan anderen te slijten. Dat in de praktijk hele hordes goudvissen en schildpadden in de vrije natuur worden losgelaten, honden aan bomen worden gebonden en katten uit de auto worden losgelaten is een bekende en verwerpelijke gewoonte. Het is niet gemakkelijk om een dier op een fatsoenlijke manier kwijt te raken. De dierenwinkel neemt het dier niet terug want het is te oud en het asiel zit vol. Meestal moet men het dier en zijn toebehoren gratis van de hand doen of een spuitje laten geven. Het lijkt wel of er een luchtje zit aan afgedankte dieren; zo'n dier is een kat in de zak, of is het een kater?

 

Is een dier een leermiddel?

De beperkte tijd die een kind bezig is met het huisdier zou het kind een gevoel van verantwoordelijkheid moeten leren, maar in feite leert het dat men dieren naar willekeur mag opsluiten en alleen mag laten en dat dieren hoogstens aandacht vragen voor eten.

Weinig mensen vragen zich af of opsluiting wel in het belang is van het dier. Om de belangen beter te leren kennen, zou iemand zich in gedachten eens moeten verplaatsen in het leven en de levensruimte van een dier. Zou het dier als de kooi open stond daar blijven? Zou het niet proberen te ontsnappen en de vrijheid verkiezen ondanks een onzekere toekomst en een vermoedelijk gebrek aan voedsel? De dieren die vrijwillig blijven of komen aanlopen, zouden eigenlijk huisdieren moeten zijn en alle andere dieren, die de vrijheid verkiezen, niet.

     

Bij twijfel geen huisdier nemen

Het moge duidelijk zijn dat hier gepleit wordt om de aanschaf van een huisdier goed af te wegen. Liefst geen dieren die opgesloten moeten worden. Overwegingen in de trant van: "het is goed voor het kind of voor het dier" snijden niet zoveel hout. Alleen een volwassene kan de verantwoordelijkheid voor de aanschaf van een huisdier op zich nemen. Hij, immers, kan inschatten hoeveel tijd, zin en geld hij daarvoor overheeft.
Wanneer u wel een huisdier wilt, neem er dan een uit een asiel. Dieren van speciale fokkers kopen, betekent het systeem van uitbuiting in stand houden en garandeert u geen gezond dier.

Als iemand een huisdier krijgt aangeboden en ook maar enige twijfel voelt of er bij zichzelf en bij het kind in de praktijk voldoende aandacht voor het dier zal zijn, dan zou hij of zij "nee" moeten zeggen. Het is niet nodig het gevoel te hebben dat het dier of eigen kind tekort wordt gedaan. Hier geldt hetzelfde gezegde als in het verkeer: "bij twijfel niet inhalen".

 

 

Kinderen hechten zich aan een dier of niet. Maar hoe zou dierenliefde tot uiting moeten komen? Van iemand, die zegt van dieren te houden kun je je ook voorstellen dat hij zelf geen huisdieren houdt. Wat is trouwens de rol die een dier in de opvoeding van een kind zou moeten spelen? Welk beeld van dieren zou een kind zich moeten vormen? Is een huisdier achter tralies dan wel de juiste boodschap? Zou een kind niet moeten leren dat er een verband is tussen vrijheid en dierenliefde? Zou juist het niet hebben van een huisdier dan een betere les zijn?

Wij willen niet beweren dat we ons niet met dieren zouden mogen bemoeien, maar in het algemeen is de belangstelling tussen mens en dier eerder één- dan tweerichtingsverkeer: de belangstelling van mensen voor dieren is groter dan andersom. Over het algemeen lijken dieren zich ten aanzien van mensen slechts twee dingen af te vragen: is-tie gevaarlijk? en levert-tie wat te eten op? Het lijkt erop dat dieren in alle onafhankelijkheid met rust gelaten willen worden.

     

Een van onze vertaalsters stuurde ons de volgende ervaring:

In het pand waar ik werk zitten meerdere bedrijfjes en ik had het net met iemand over dat vertaalde stuk over konijnen dat ik vanmorgen had doorgestuurd. Die vrouw had 2 konijnen en eentje is er vorige week dood gegaan. Haar ene kind moet daar voor zorgen en ze had dit jaar geen zin meer om hem eraan te herinneren dat het beest elke dag eten moet hebben. Daar moest hij zelf maar aan denken, en zo is het dus amper meer gebeurd! Arm beestje, ik was zo boos! Dat dier is er dus de dupe van geworden dat dat kind zogezegd verantwoordelijkheidsgevoel moest krijgen. Het andere konijn wordt door het andere kind wel goed verzorgd, en dat is dan ook nog het mooiste konijn schijnbaar. Is dat even fijn. Toen ik vroeg waarom ze het beestje niet naar het asiel had gebracht als er toch niet voor gezorgd werd, zei ze dat die 'toch ook vol zitten met konijnen'. Ongelofelijk, dat je een dier (dat geen kant op kan) zo aan zijn lot over kan laten. En tegen dat mens moet ik dan nog geregeld aan kijken!

     

Zie ook: Hoogleraar ethologie Berry Spruijt over 'dierenliefde'.
en: dierenverzorging als therapie wordt niemand beter van.

Op de pagina met persoonlijke verhalen vertellen actievoerders wat hun bewoog om tegelijk dieren te helpen en toch geen huisdieren (meer) te nemen.

Zie ook de ervaringen van de Konijnenstichting op een dierenbeurs.

 

Bestseller auteur Eckhart Tolle laat in dit boek zien dat onze relatie met dieren, niet alleen maar bestaat uit genegenheid, maar dat er ook een spirituele band is.

     

Weblogs over huisdieren: