De meeste konijnen worden in een bos uitgezet om zich vervolgens maar zelf te redden of op internet te koop aangeboden alwaar ze worden doorverkocht om wellicht te eindigen als slangenvoer.

Daarnaast komt het veelvuldig voor dat ze over de hekwerken van kinderboerderijen worden gegooid.

 

Tekst en foto’s: Agnes Groot Roessink
Namens de werkgroep regelgeving van Politie, Dier en Milieu.

Vanwaar dit artikel in het augustus 2005 nummer Dier en Milieu?

Om de lezer op de hoogte te stellen van de vele vrijwillige stichtingen die in het leven zijn geroepen die zich het lot van deze dieren aantrekt. Daarnaast blijkt dat deze stichtingen soms onbekend terrein zijn voor de handhaver.

Een tijdje geleden heeft er discussie plaatsgevonden over het feit of een konijn geschikt zou zijn als huisdier. Op dat moment had iedereen er wel een mening over. Maar uit de praktijk blijkt helaas maar al te vaak dat het met veel konijnenlevens slecht is gesteld of is geweest.

Zo ook mijn eigen konijnen, behorend tot de groep “wegwerpkonijn” ofwel konijnen die “gedumpt” zijn bij een konijnenopvang. Gedumpt om het simpele feit dat de kinderen waarvoor het dier werd aangeschaft er geen animo meer voor hadden of dat de verzorging van dit dier toch te veel tijd met zich meebracht. Een dergelijk konijn heeft dan soms het “geluk” te belanden bij een konijnenopvang.

 

   

Hieronder het verhaal van twee konijnenopvangcentra’s, te weten Bunny Bin te Ermelo en Asiel Goofy te Oldenzaal waar ik een gesprek mee ben aangegaan.

Stichting Bunny Bin te Ermelo is in het leven geroepen door Wilma Moolenbeek en stelt zich tot doel om het leed, dat er naar haar ervaring heerst onder tamme konijnen, een beetje te verlichten. Met opzet geeft ze een beetje aan omdat ze zich realiseert dat er in heel wat straten in Nederland konijnen wegkwijnen in eenzaamheid, soms verkeerd verzorgd worden en dat deze eigenaren nooit allemaal bereikt zullen worden. Maar volgens Wilma is elk dier er één. Naar haar zeggen zitten in dierenwinkels de liefste en schattigste konijntjes, levende knuffeldieren ... en te koop voor slechts een luttel bedrag. Kinderen kunnen hun ouders soms snel overtuigen dat dít is wat hen gelukkig zou maken. Helaas wordt maar al te vaak overgegaan tot impulsieve aanschaf van het dier - meestal in z’n eentje. Vaak worden dieren verkocht als dwergkonijn die dat later niet blijken te zijn en tevens wordt de sekse van het dier vaak verkeerd beoordeeld aangezien de dieren veel te vroeg worden verkocht. Maar goed economisch gezien verkoopt een jong konijn nou eenmaal beter dan een volwassen exemplaar. Veel van deze jonge konijnen worden hiermee veroordeeld tot een levenslange te kleine huisvesting (want het bedrag van het hok valt wel tegen …..) en vaak is voeding/behandeling gebaseerd op naïeve onwetendheid. Weinig is bekend over de ziektes die konijnen kunnen krijgen en nog minder over het gedrag van het dier en noodzakelijkheden voor een lang en vooral gelukkig leven in prettige harmonie met de mensen eromheen. Een ander dramatisch gegeven is dat konijnen 8-12 jaar kunnen worden en in Nederland de gemiddelde leeftijd op een jaar of drie ligt. Toegegeven, konijnen zijn kwetsbaar, veel kwetsbaarder dan velen zich realiseren, maar met meer kennis en een betere afweging voor men eraan begint moet deze leeftijd zeker omhoog kunnen. Tot de schrik van Wilma kwam ze jaren terug een moeder tegen die een beetje schrok van die mogelijke leeftijd van 8-12 jaar ... dan was haar dochter al bijna puber-af! Het leek bijna beter uit te komen als het diertje het niet zo lang zou maken - en cynisch gezegd hoeft ze daar niet zoveel voor te doen .... Maar, zo zegt Wilma, het leven van dit intelligente grappige dier telt toch, en de kwaliteit van dit leven toch ook? Een land in relatieve welvaart ... en hopelijk met moraal ... dan zou dit toch beter moeten kunnen !

     

Die uitdaging wilde Wilma en haar crew aangaan. En mét haar trouwens nog tal van andere konijnen-opvangen, waaronder Asiel Goofy te Oldenzaal - geenszins concurrenten, maar belangengroepen die de noodklok luiden en mensen trachten te bereiken en voor te lichten.

Stichting Bunny-Bin is in 2002 begonnen met haar werkzaamheden. Sedert die tijd heeft zij een totaal van 1921 konijnen weten op te vangen en voor 1854 een goed tehuis weten te vinden.
Een voorwaarde die Bunny Bin aan de mensen stelt die een “wegwerp”konijn in huis willen nemen is het ondertekenen van een formulier waarop vermeld staat dat men niet met het konijn zal gaan fokken. Een ander belangrijk gegeven is het feit dat indien men om welke reden dat ook weer afstand van het konijn wil doen Bunny Bin het dier weer terug zal nemen. Bunny Bin zorgt er ook voor dat de rammen gecastreerd worden en dus niet meer voor nageslacht kunnen zorgen. Al met al een konijnenopvang die het goed geregeld heeft want heel Nederland weet haar te vinden. De aanschaf van een “wegwerpkonijn” ligt iets hoger dan in een dierenwinkel aangezien de kosten voor castratie vergoedt moeten worden. Is het dier niet gecastreerd dat wordt een vrijwillige bijdrage gevraagd.

Asiel Goofy te Oldenzaal is in het leven geroepen door Truus van Gaalen en haar man Gerrit. Beide personen zijn 15 jaar geleden begonnen met de opvang van konijnen omdat er nergens opvangmogelijkheden waren. Beide personen waren vrijwilliger op de dierenambulance. Vorig jaar alleen al vingen ze 788 dieren op. Dit jaar zullen het er vele malen meer worden aangezien ze nu al bijna aan het totale aantal van vorig jaar zitten.

Verwaarlozing
Maar zo af en toe komen konijnenopvangen situaties tegen die ook hen even doet terugdeinzen. Zo ook het praktijkverhaal uit Apeldoorn. Eind mei van dit jaar kwam ik achter het verhaal van verwaarloosde konijnen in Apeldoorn. Konijnenopvang Goofy, ofwel Truus van Gaalen had zich het lot van deze dieren aangetrokken naar aanleiding van een melding die bij hen was binnengekomen. De eigenaresse van de konijnen had zelf contact gezocht met de konijnenopvang omdat ze niet meer wist om te gaan met de situatie die was ontstaan. Acht jaar geleden ging ze over tot aanschaf van twee konijnen voor de kinderen. Een aantal jaren later kwamen er nog twee konijnen bij. Ze gaf aan dat ze nu ongeveer 60 konijnen had. De konijnen waren gehuisvest in een volière van 4 bij 5 meter en naast de konijnen bevonden zich in de volière ook een aantal kippen en duiven. In de volière zelf stonden vijf hokken en buiten de volière 3 hokken, allen voorzien van konijnen.

Truus van Gaalen heeft 40 van deze konijnen weten mee te krijgen naar de opvang. De eigenaresse heeft vrijwillig afstand van deze dieren gedaan omdat het er naar haar zeggen wel erg veel waren geworden. Van de andere konijnen kon ze geen afstand doen. Naast het grote aantal konijnen in een te kleine huisvesting was er sprake van verwaarlozing van deze dieren. Er zaten konijnen bij met ontstoken ogen, abcessen aan de ruggen, kapotte oren etc. om over de gevolgen van inteelt nog maar niet te spreken.

Een aantal dagen nadat konijnenopvang Goofy 40 konijnen uit de Apeldoornse volière hadden meegenomen heb ik samen met een collega een onderzoek ingesteld. Ter plaatse zagen wij dat er in de volière nog 18 volwassen konijnen aanwezig waren, waarvan twee met een nest. Middels hulp van een ingeroepen dierenambulance hebben we er voor gezorgd dat de nog aanwezige konijnen bij konijnenopvang Goofy zijn ondergebracht. De lokale afdeling van de dierenbescherming gaf te kennen dat zij, indien konijnenopvang Goofy de dieren niet had kunnen opvangen, in de problemen zouden komen. Ze hadden maar plek voor drie konijnen.

     

In de afgelopen tijd zijn er 50 konijnen geboren waarvan er nu nog 20 in leven zijn. De overige jongen zijn geëuthanaseert aangezien er jongen tussen zaten zonder oortjes, pootjes of met open ruggetjes ofwel het gevolg van inteelt. In totaal komt dit dus neer op 108 konijnen waarvan er nu nog 78 in leven zijn en waarvoor een geschikt huis moet worden gevonden.
Alle onkosten die gemaakt worden zoals dierenartsrekeningen, voeding, huisvesting etc. worden uit eigen middelen betaald. De konijnenopvangen moeten het hebben van donaties die bij hen binnenkomen.

Dumpplaats voor konijnen
Een ander voorbeeld betreft een wantoestand in een park genaamd De Groene Scheg te Putten. Dit park wordt gebruikt als dumpplaats. Niet voor vuil – of eigenlijk toch wel een beetje - want zo zegt Wilma, zo lijken mensen over hun huisdieren te denken. Omwonenden die uitkijken op het park kunnen vrijwel dagelijks zien welk nieuw dier er weer gedumpt is. Met name gaat het om konijnen en cavia’s. Wat gebeurt er met deze dieren? De daar al langer levende konijnen zijn verwilderd en beschouwen dit als hun territorium. Tamme konijnen zijn niet gemaakt om in het “wild” te overleven. De vrouwtjes zijn constant zwanger … en de rammen vechten onderling en vaak tot de dood van één van hen erop volgt. Nieuwkomers worden onmiddellijk te grazen genomen. Buurtbewoners van het park hebben konijnen en cavia’s zien verdrinken tijdens achtervolgingen. De dieren die door de buurtbewoners kunnen worden gevangen, vaak degene die er slecht aan toe zijn, worden vervolgens ondergebracht bij Bunny Bin en hier zijn ze inmiddels een kapitaal aan dierenartskosten kwijt voor het oplappen van deze dieren. Er moesten er zelfs enkelen geëuthanaseert worden. BunnyBin houdt nauwkeurig bij welk dier waar vandaan komt. De cijfers spreken boekdelen. Ach “het zijn maar dieren?”

Maar goed dit zijn maar twee verhalen die verteld kunnen worden over het leed van het huisdier genaamd: konijn. Mocht u meer informatie willen omtrent konijnen kijk dan eens op www.konijnenbelangen.nl