Mensen plaatsen anderen, maar ook dieren in morele kringen om zich heen. Dat betekent dat zij willen zorgen voor wie binnen de kring valt.
Dieren uit de bio-industrie vallen buiten onze morele kring. Huisdieren vallen juist weer wel binnen deze kring.
Bovendien zijn er omstandigheden die de kip en het varken niet mee zitten.
  Wie op de bres springt voor het dier uit de bio-industrie moet veel geduld hebben en rekening houden met veel spot, want bij de Nederlandse bevolking is weinig animo om dit dier te steunen. Hoe komt dat?
     

Uit de psychologie kennen we de theorie van de zogenaamde cognitieve dissonantie-reductie: een mens past zijn opvattingen aan zijn gedrag aan. "omdat ik dieren eet, zal het leven van een dier wel niet zoveel waard zijn" i.p.v. "ik geef om dieren, zal ik een dier wel eten"?

  In tegenstelling tot kat en hond zijn kippen en varkens van oorsprong geen natuurlijke bondgenoten in de jacht. Door te fokken op niet-agressief gedrag zijn de dieren steeds meer geschikt gemaakt als volgzame prooidieren, die met weinig moeite gehouden konden worden in de directe omgeving van de boerderij. Door hen nog verder te ontdoen van hun natuurlijke waardigheid (zij voeden hun eigen kroost niet op, kunnen geen partner meer zoeken, de voortplanting wordt elders geregeld), stralen de dieren geen trots meer uit. Ze zien er uit als een junk met een haveloos uiterlijk (gekapte snavels en staarten) en ze eten voornamelijk afval. Het zijn als het ware 'born losers' geworden, die afhankelijk zijn, die onderling agressief gedrag vertonen als gevolg van stress, maar die ook niet in opstand komen. Een kip of varken probeert niet te ontsnappen uit zijn gevangenschap. Het lijkt wel of zij het hebben opgegeven.
     

De bio-industrieel is zelf ook afhankelijk geworden. Omdat hij zich diep in de schulden heeft gestoken, vertoont hij zelf ook het gedrag van een junk: gevoelloos laat hij als de spreekwoordelijke geldwolf de prooidieren opdraaien voor zijn verslaving aan de kick van het grote geld.

Iedereen werkt mee aan het verborgen houden van de grote schande van de bio-industrie omdat elke vleeseter als het ware "heler" is van het goedkope product. Vraag niet naar de herkomst van het vlees want "wat niet weet wat niet deert".

Het probleem is als het ware te groot om als individu op te pakken. Men wendt de ogen af om zichzelf niet te confronteren met de eigen machteloosheid.

 

In een sluipend proces met de volgende kenmerken:

werden mens en dier door de producent en zijn sector uit elkaar gedreven.

Kippen en varkens leven tegenwoordig in grote aantallen binnen achter blinde muren en dichte deuren. Zij zijn niet meer zichtbaar in hun deplorabele toestand.

     
De consument beschouwt het als een luxe om veel vlees te eten en wil dit vlees zo goedkoop mogelijk kopen. Het gaat nauwelijks om de smaak of gezondheid van het vlees, het gaat erom dat je vlees eet.   Het zijn bedreigde individuen en geen bedreigde diersoorten. De grote hoeveelheid (450 miljoen) maakt onverschillig, alsof het leven van een dier minder waard wordt als de soort veeltallig is.
   

Wakker Dier en Compassion In World Farming maakten een video "dier of ding". In deze film, die ruim een kwartier duurt, kun je zien dat dieren veel intelligenter zijn dan je eigenlijk zou denken.

PvdD-lijstduwer Kees van Kooten zei het ooit zo: ze liegen niet, ze bedriegen niet, ze stellen zich niet aan, en toch hebben de dieren geen poot om op te staan!

"Until he extends his circle of compassion to all living things, man will not himself find peace". (Albert Schweitzer)

 

Terwijl een mens voor een rechtbank mag zwijgen, wordt aan varkens en kippen de onmogelijke eis gesteld dat zij aantoonbaar gevoelens bezitten voordat men geneigd is met de belangen van het dier rekening te houden. Mensen hoeven niets te bewijzen om grondrechten te hebben, dieren krijgen pas rechten als er overduidelijk sprake is van aantasting van het welzijn. Wie zou het pikken als zijn rechten werden genegeerd, omdat iets zijn welzijn niet zou aantasten?

Daarnaast noemen we wat bij mensen gevoelens en intelligentie heet bij dieren instinct, bijvoorbeeld "moederinstinct" i.p.v. "moedergevoelens". Aan huisdieren als hond en kat worden dergelijke eigenschappen weer wel toegekend. Dergelijke willekeur werd vroeger bij slaven en vrouwen ook gehanteerd als vorm van vernedering om het onrecht van de eigen mentale instelling te maskeren.

Zij worden in het taalgebruik vaak dom afgeschilderd: "het domme, verloren, zwarte schaap", "slome koe", "lui, vies, schreeuwerig, vet varken", "kakelen als een kip zonder kop".

     

Economische druk en verleiding weghalen

Wil het dier in de veehouderij weer een gerespecteerd dier worden en willen wij dat de veehouder navenant handelt, dan zal de economische druk en verleiding van de spreekwoordelijke schouders van het dier en zijn baas moeten worden weggenomen. Het dier moet weer vrij worden gelaten om zich te gedragen zoals het zelf (van nature) wil. Een effectief middel is het stoppen van de export.

Economische druk weghalen betekent dat de veehouder uit de schulden moet komen. Niet door massaal te produceren, maar eerder door alle partijen die geld (uit)lenen een deel van het risico te laten dragen van een verbod op bio-industrie. De gevolgen van een eventueel faillissement zullen dan gelijkelijk moeten worden verdeeld over banken, veevoedermaatschappijen, overheid en de veehouders zelf. De overheid kan helpen bij omscholing naar een fatsoenlijker beroep of bedrijfsvoering.
Wie vindt dat deze vier partijen recht hebben op een inkomen via bio-industrie leze de opsomming van drogredenen.

Meer over de status van het dier in de oratie van hoogleraar De Cock Buning.

 
Dit artikel is ook beschikbaar via printing on demand als onderdeel van een boek.