Door de vrije markt afspraken en mogelijkheden in de vlees- en zuivelsector is de Nederlandse export in de laatste helft van de vorige eeuw enorm toegenomen, maar is het aantal vaderlandse boeren beduidend afgenomen. De veestapel blijft de laatste jaren ongeveer gelijk, wat betekent dat de overgebleven bedrijven in aantal stuks vee zijn gegroeid: er vond en vindt schaalvergroting plaats.

Leidt schaalvergroting tot minder dierenwelzijn?

  • Niet direct. Een boer met veel dieren is minder begaan met het lot van een individueel dier. Hij heeft er minder een band mee en het kost hem ook minder moeite om het dier volkomen en uitsluitend te zien in haar economische rentabiliteit.
  • Eén boer die 5000 varkens houdt kan in principe net zo of zelfs diervriendelijker werken dan 5 boeren met 1000 varkens. Het welzijn is voor een dier niet afhankelijk van (de frequentie van) het contact met de boer of werknemers. Wel is het afhankelijk van de grootte van het hok en de mogelijkheden waarin de boer aan de natuurlijke behoefte van het dier tegemoet kan komen. Aan die voorwaarden kan een grote boer weliswaar niet voldoen door het dier in de wei te laten, maar dat geldt ook helaas in de praktijk ook al voor kleine boerenbedrijven. Die boeren kunnen het dier weliswaar meer individuele aandacht geven, maar hebben vaak weinig financiële armslag om te investeren in diervriendelijke stalsystemen.

Wie varen wel bij schaalvergroting?

  • Bouwsector: er worden nieuwe stallen gebouwd
  • De aan- en afleverende sector: met minder stops wordt meer vracht vervoerd
  • De veehouder: het inkomen kan groeien, in sommige gevallen ook zijn status.

Voordelen schaalvergroting:

  • kosten nieuw aangeschafte machines relatief laag, doordat zij bij deze bedrijfsgrootte beter kunnen worden benut.
  • kortingen kunnen worden gekregen op grondstoffen omdat ze meer grondstoffen aanschaffen.
  • De vleesprijzen kunnen nog verder dalen.

Wanneer leidt schaalvergroting wel tot minder dierenwelzijn?

  • Als het dier niet meer buiten kan komen in de wei vanwege de mestdruk op het omliggende land. Dit is vrijwel altijd het geval. Wel is er soms een betonnen uitloop.
  • Als het dier met zoveel meer soortgenoten wordt gehouden dat het voor het dier als bedreigend wordt ervaren of dat het niet meer als gezond individu kan opgroeien (vleeskuiken).

Of de schaalvergroting kan doorgaan is vooral een politieke vraag. De huidige nieuwe stallen zijn zo groot dat velen deze bedrijfstak industrieel noemen en men vindt dan ook dat de bedrijfsuitoefening op een industrieterrein moet plaatsvinden. Varkensflats die worden gecombineerd met een korte afstand tot de vleesverwerkende industrie voorkomen ook nog eens ellende en ziekten die gepaard gaat met het internationale gesleep van varkens naar de best betalende slachthuizen in het buitenland.
Toch is er ook veel verzet. Logisch, want zijn we (ze) met varkensflats niet definitief doorgeschoten in het dingmatig denken over dieren in de vleesproductie?
Er is niet meer sprake van natuurlijkheid en van gesloten ecologische systemen. Mest moet via vergisting worden aangewend als brandstof of worden geëxporteerd, want er is teveel mest voor de directe omgeving.

Zoals gesteld: het is een politieke zaak geworden of en waar er grenzen worden gesteld. Beleidsbeslissingen worden steeds vaker op Europees niveau genomen en daar is weinig waardering voor het heen- en weer slepen van dierlijke producten waarbij een klein aantal landen de gang van zaken in andere landen domineren.
Ook rijst het verzet tegen het drogargument dat de WTO geen mogelijkheid voor landen toelaat om heffingen te doen om dieronvriendelijk geproduceerd vlees uit het buitenland.
Of en hoe snel deze overwegingen worden doorgevoerd is ook afhankelijk van het roeren van de grote trom in de publieke opinie.

Concluderend: het is niet gezegd dat de schaalvergroting en de ontwikkelingen in de intensieve veehouderij nog slechter gaan aflopen voor het dierenwelzijn. Het gaat nu slecht en met name rigoureuze verandering in het voedselpatroon van de consument kan verlichting geven.