Tot wereldwijde verontwaardiging staat de jaarlijkse Canadese zeehondenjacht weer op het punt om te beginnen. Toch lijken ook de protesten enig effect te gaan sorteren, want diverse landen, waaronder Nederland, hebben onlangs een importverbod van producten van zeehonden aangekondigd. Niettemin: de Canadese overheid is enorm actief in het lobbyen vóór de jacht. Men stuurde een paar weken geleden een delegatie Inuit op Nederland af en gisteren organiseerde Canada de vertoning van een, eufemistisch uitgedrukt, nogal tendentieuze film.  

Paul Cliteur is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap
Claudia Linssen is directeur van Bont voor Dieren

Dit artikel verscheen dinsdag 3 april 2007 in de Volkskrant.

     

De Canadese verdediging van de jacht rust hoofdzakelijk op vier pijlers. Allereerst: zeehonden zouden geen bedreigde diersoort zijn. Ten tweede: de jacht zou humaan geschieden. Het derde argument is dat de jacht cruciaal zou zijn voor het voortbestaan van de traditioneel levende Inuit. De laatste pijl op de Canadese oog is niet zozeer een argument, maar een argumentum ad hominem: het zwartmaken van je tegenstander, in casu dierenbeschermers.
Laten we de argumenten eens wat nader bezien. Het eerste punt is natuurlijk op zijn minst eenzijdig. Geen zeehond zal vrede hebben met zijn eigen afslachting omdat zijn soort niet met uitsterven wordt bedreigd. Bovendien: het is niet waar. Er zijn wel degelijk recente wetenschappelijke rapporten die vrezen voor het uitsterven van de soort. Het tweede argument gelooft geen hond (en zeehonden al helemaal niet) – de beelden van de jacht zijn overbekend. Die laten zien dat hier niets ‘humaan’ geschiedt. Bovendien heeft wetenschappelijk onderzoek uitgewezen dat 42% van de dieren levend en deels bij bewustzijn wordt gevild. Moet worden uitgelegd hoe afschuwelijk dat is?
Het derde argument is sluwer en daarom ook interessanter. Van oudsher vindt in Canada jacht op zeehonden plaats door de Inuit. Hun bestaan is daar goeddeels op gebaseerd. Het beeld dat de Canadese overheid nu wil neerzetten is dat het wereldwijde protest gericht is tegen deze Inuit. Slim bedacht. Hoe zet je zo’n beeld neer? Heel simpel, vlieg een Inuit over, laat die een larmoyant verhaal houden over de noodzaak van de zeehondenjacht om te overleven en vooral, laat haar inspelen op het Westers schuldgevoel ten aanzien van het kolonialisme door de zaak voor te stellen als een tussen edele natuurmensen versus verstedelijkte ‘witte mensen’.
Dit door de overheid opgezette beeld is echter een gotspe. Wat Canada probeert te verdoezelen is dat er twéé zeehondenjachten zijn. Zeker, de Inuit hebben hun jacht die hun in staat stelt hun traditionele leefvormen te handhaven (hoewel dat niet eenvoudig is). Daarvoor bestaat ook een officiële regeling waarbij Inuit voor hun levensonderhoud mogen jagen. In 2006 bestond bijvoorbeeld voor hen een quotum van 10.000 zadelrobben. Het gaat hier ook niet per se om jonge dieren, want alles van de zeehond wordt gebruikt – de huid voor kleding, vet voor verlichting, vlees voor voedsel et cetera. Geen politiek correcte burger of organisatie die hiertegen in het geweer durft te komen. Inderdaad, zoals de Canadese spin doctors goed inschatten, is de angst voor cultureel imperialisme in Europa groot.
Maar dat is één kant van het verhaal. Daarnaast bestaat er namelijk de commerciële zeehondenjacht voor bont. Daarvoor ‘mochten’ er afgelopen jaar 330.000 zadelrobben worden geknuppeld. Het bont wordt van hun lichaam gestroopt en de karkassen blijven achter op het ijs te verrotten. Dit is de jacht van de overbekende beelden en dit is, uiteraard, de jacht waartegen massaal geprotesteerd wordt. De poging déze jachtpraktijk achter die van de Inuit te verschuilen zou men als lachwekkend kunnen beschouwen als het niet om zo’n treurige geschiedenis gaat. Los daarvan: de traditionele levenswijze van de Inuit is niet gebaseerd op export van bont naar modehuizen in Parijs. Traditioneel levende Inuït gebruiken de zeehond zélf. Zij hoeven zich dus niet druk te maken over importverboden elders in de wereld.
De vierde strategie van de Canadese regering is het besmeuren van het engagement van de dierenbeschermers. Een fraai staaltje daarvan zagen we gisteren in het Tropenmuseum. Daar vertoonde Canada een film waarin, zoals het persbericht luidde, ‘te zien is hoe dierenactivisten een stervende zeehond een uur lang aan zijn lot overlaten’. Het bekijken van die beelden gaat je niet in de koude kleren zitten. En de film weet kwaadheid op te roepen jegens die dierenbeschermers omdat, zo lijkt zonneklaar, zij het arme dier laten lijden – om heftig beeldmateriaal te produceren ten bate van hun campagne.
Het geval wil echter dat Bont voor Dieren ten tijde van dit incident aanwezig was op de Canadese basis van de desbetreffende dierenbeschermingsorganisatie. Bont voor Dieren was getuige van de verwoede pogingen het dier te helpen – en van de terneergeslagen stemming toen dit onmogelijk bleek. Hoe dit te rijmen? Deels ligt de verklaring in een suggestieve montage. De koortsachtige reddingspogingen zijn simpelweg eruit gelaten. Deels zit de kneep ‘m in de wetgeving. Alleen zeehondenjagers en dierenartsen mogen zeehonden doden en de dierenbeschermers op het ijs zijn niet in een positie de wet te overtreden.
Het brutale van de hele opzet zit hem erin dat je bijna zou vergeten dat de film de zaak diametraal op zijn kop zet. Want wie hadden ook alweer die zeehond levensgevaarlijk verwond?
Is de Canadese overheid kortom niet in haar eerste leugen gestikt, met één gevoelig punt lijkt zij toch te kunnen scoren. Is het inderdaad niet hypocriet dat ‘wij’ ons in Nederland druk maken over slachtpartijen in Canada terwijl wij hier óók massaal dieren mishandelen? Twee antwoorden daarop. Allereerst: de ene misstand mag nooit een rechtvaardiging voor de andere zijn. Doet men dat wel, dan zou de ene misstand de andere tot in eeuwigheid in gijzeling houden. Ten tweede: de situatie aangaande de bontindustrie lijkt zich in Nederland wel degelijk te verbeteren, zij het langzaam. Zo is medio jaren negentig een fokverbod voor vossen en chinchilla’s afgekondigd en komt er binnenkort een wetsvoorstel in stemming om ook de nertsenfok te beëindigen. En als dat het haalt, dan zullen de nertsenfokkers keurig worden gecompenseerd. Zoiets kun je als overheid namelijk gewoon regelen in plaats van je tijd en geld te verknoeien om een ridicuul propagandacircus rond te laten reizen.