Discussies over de Nederlandse landbouw, zeker over intensieve veehouderij, eindigen steevast met de vaststelling, dat het beter is die hier te houden. Want stel je voor, dat de productie verhuist naar andere landen. Dat kan nooit goed komen. Het is een arrogante houding, die meer zegt over de Nederlander dan over het buitenland. Artikel uit Eindhovens Dagblad van 23-10-2003

Door Nico Hylkema, landbouwjournalist

Daar was ie weer, de boer die opstond en het publiek waarschuwde voor de rampen die ons staan te wachten, als de vleeskuikens in perfide landen als BraziliŽ en Thailand worden gemest. Het gebeurde tijdens het nationaal debat over de intensieve veehouderij. Het is een breed gedragen opvatting, ook onder niet-boeren. Natuurlijk gebeuren er in andere landen wel eens dingen met voedsel die wij liever niet hier zien gebeuren. In BelgiŽ bijvoorbeeld, waar de hormonenmaffia zelfs moord niet uit de weg ging. Of in Polen, waar onze afgeschafte batterijkooien voor leghennen zo vlot aftrek vinden en de diergezondheid zorgen baart. En laten we Groot-BrittanniŽ niet vergeten, dat dankzij de niet aflatende pogingen van de ijzeren dame Margaret Thatcher de publieke sector om zeep te helpen, erin slaagde de halve wereld op kosten te jagen door de creatie van de gekke koeienziekte BSE, ontstaan doordat geliberaliseerde destructiebedrijven bespaarden op stookkosten en kadavers minder verhitten.
Vooruit, nog maar eens een land waar je beter geen zaken mee kunt doen, als het om veilig voedsel gaat: de Verenigde Staten. Geen stukje vlees dat niet bol staat van de hormonen. Soja waarin genetisch zoveel is gerommeld, dat niemand meer kan garanderen, dat er ook nog niet gemodificeerde soja Europa binnen komt. Toch zijn de favoriete boosdoeners landen in Zuid-Europa, Zuid-Amerika, AziŽ en Afrika. Inderdaad, allemaal wat zuidelijk. Wat daar niet allemaal gebeurt met vleeskuikens, runderen en varkens, dat grenst aan het misdadige. Terwijl de vleeskuikens in Nederland toch maar een luizenleventje hebben, worden ze in BraziliŽ door boosaardige mesters doodgemarteld, als ze al een leven voor die dood hadden. De runderen op de pampa's van ArgentiniŽ hebben allemaal mond- en klauwzeer, of zijn daartegen ingeŽnt. En hun leven is miserabel. En wee de arme varkens in Spaanse en Italiaanse handen.
Nee, het is onbegrijpelijk dat de supermarkten hier de voorkeur geven aan het vlees van die dieren en het heerlijke vlees van onze eigen verwende koeien alleen in gehaktvorm in de schappen willen. Goed, het is een beetje gechargeerd, maar in wezen komt de kritiek op alles wat van zuidelijke en oostelijke verten komt hier toch wel op neer.
En het moet maar eens gezegd, het is echt flauwekul. De supermarkten zouden van lotje getikt zijn om hier elders onveilig geproduceerd vlees te importeren. Herefords, Limousins, Blonde d'Aquitanes, prachtige Europese dieren, waar je het heerlijk vlees vanaf ziet, dat soort dieren maar dan iets andere rassen zie je in Zuid-Amerika over de pampa's zwerven. Onze Holstein-Frisian-melkkoeien daarentegen zijn de topatleten, die enorme hoeveelheden melk kunnen produceren. Mooie beesten, maar je denkt niet onmiddellijk aan eten, als je ze ziet. In Zuid-Amerika is het toedienen van hormonen en andere dure middelen niet zo gebruikelijk. Wel mag je aannemen, dat de dieren een redelijk dierwaardig bestaan hebben geleid.
De productie van vleeskuikens is een industriŽle aangelegenheid, die net zo goed in BraziliŽ als hier kan plaats vinden. Ook daar wordt gecontroleerd door de supermarkten. De xenofobe reacties op producten uit verre landen wordt meer ingegeven door -bedenkelijke- hoogmoed dan door feitenkennis. De supermarkten weten wel beter. Wel Iers en Argentijns vlees in de schappen, maar vlees uit de VS wordt geweerd. Overigens zijn die supermarkten ook niet onfeilbaar. Nog altijd kopen ze soms producten in uit landen waar de gifspuit meer wordt gehanteerd dan hier en de resten daarvan zo'n beetje van de tomaten afdruipen. Terwijl Nederlandse tomaten doorgaans gifvrij zijn, als ze op de schappen liggen tenminste.
Maar over buitenlands vlees moeten we voortaan maar zwijgen.

Auteur Nico Hylkema beschrijft honderdvijftig jaar landbouwgeschiedenis en geeft de nieuwste ontwikkelingen aan.