Dierenpolitie

Hoe staat het er nu voor?

Marijke Vos schreef dit stuk op dierendag 2005. Haar oproep heeft effect gehad: in 2011 kwamen er een dierenpolitie en een eigen meldnummer. Maar het aantal meldingen is sindsdien zo sterk gestegen dat de capaciteit opnieuw tekortschiet.

Wat er sinds 2005 is veranderd

144meldnummer voor dierennood, sinds 2011
300+agenten met dieren als specialisatie
25inspecteurs bij de inspectiedienst, in 2005 waren het er 13
  • De dierenpolitie: het plan uit 2011 was 500 agenten die zich voltijds met dieren bezighouden. Dat is later veranderd. Nu werken er ruim 300 agenten met dieren als specialisatie in gewone politieteams. Ze doen het dierenwerk naast hun andere taken.
  • Meer meldingen: bij 144 kwamen eerst ongeveer 50.000 meldingen per jaar binnen. In 2023 waren het er al ruim 135.000. De landelijke meldkamer van de Dierenbescherming kreeg in 2025 bijna 195.500 telefonische meldingen.
  • De inspectiedienst: de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn telt nu 25 inspecteurs met opsporingsbevoegdheid. Vos vroeg om 50. Samen deden ze in 2025 ruim 15.000 inspecties, zo'n 600 per inspecteur.
  • Wie doet wat: het meldpunt 144 beoordeelt elke melding. Daarna gaat de politie, de dierenambulance, de inspectiedienst of de NVWA erop af. De NVWA controleert onder meer de veehouderij en het vervoer van dieren.

Zie je dierenmishandeling of verwaarlozing? Bel 144 Red een Dier. Is er gevaar voor mensen? Bel 112.

Lees ook: Wat valt er onder dierenmishandeling? en Wat je zelf kunt doen voor dieren.

Bronnen: EenVandaag, Recordaantal meldingen bij 144 Red een Dier (november 2023); Dierenbescherming, Jaarverslag 2025; Inspectiedienst, De inspecteurs; Politie, Wat doet de politie met mijn 144-melding? Bijgewerkt op dierendag 2026.

Zo was het in 2005

Hieronder de oorspronkelijke oproep van Marijke Vos, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, van 4 oktober 2005.

Dierenmishandeling wordt in Nederland veel te weinig aangepakt. Jaarlijks worden er tienduizenden dieren mishandeld zonder dat de daders worden vervolgd. GroenLinks stelt voor dat er een speciale dierenpolitie komt om mishandeling en verwaarlozing van dieren op te sporen en te vervolgen. De politie zelf doet te weinig aan dierenbescherming. Dierenleed heeft bij de politie geen prioriteit. De politie schuift steeds meer zaken door naar de inspectie van de Dierenbescherming. Deze heeft slechts 13 bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) in dienst en kan het grote aantal meldingen nauwelijks aan. Jaarlijks komen er bij de Dierenbescherming nu al 36.000 meldingen van dierenleed binnen en dit aantal loopt nog steeds op.

GroenLinks wil dat 50 personen zich volledig gaan richten op opsporing en vervolging van dierenmishandeling en -verwaarlozing. GroenLinks zal daarom bij de begroting van het ministerie van LNV het voorstel indienen om geld vrij te maken om de inspectie van de Dierenbescherming uit te breiden van 13 naar 50 bijzondere opsporingsambtenaren. Zo ontstaat er een landelijk opererende, gespecialiseerde opsporingsdienst. Intensieve controle is nodig omdat veel misstanden niet in het openbaar plaatsvinden. In juni 2005 concludeerde een interdepartementale werkgroep in opdracht van het ministerie van Justitie, dat de opsporingscapaciteit ‘onvoldoende’ is om dierenwelzijnsregels te handhaven (zie het rapport ‘Naar een effectieve borging van dierenwelzijn’ uit juni 2005, p. 41). De minister neemt een afwachtende houding aan, maar GroenLinks vindt dat meer dan voldoende is aangetoond dat er snel moet worden ingegrepen. Marijke Vos 4 oktober 2005.