Hogere macht verlost ons niet van plastic kip

Hoe staat het er nu voor?

Diny Schouten schreef dit stuk in 2003, na het schandaal over kipfilets met te veel water en eiwitten van varkens en runderen. Ze schreef dat Nederland zich eerst zelf moest gaan schamen. Er is sindsdien veel veranderd, maar lang niet alles.

Kip in 2026

  • Het etiket moet eerlijker zijn. Sinds december 2014 gelden Europese regels (verordening 1169/2011). Ziet vlees eruit als een filet of een ander stuk vlees? Dan moet in de naam staan dat er water is toegevoegd als dat meer dan 5 procent is. Eiwitten van een andere diersoort moeten ook in de naam staan, met hun herkomst.
  • Geen plofkip meer in het verse schap. Sinds 2024 verkopen alle supermarkten vers alleen kip met minstens 1 ster van het Beter Leven-keurmerk. Zo'n kuiken is van een langzamer groeiend ras. Het heeft daglicht en een overdekte uitloop en wordt minstens 56 dagen oud. Een gewoon vleeskuiken wordt na 38 tot 46 dagen geslacht.
  • Toch is de helft nog snelgroeiend. In 2024 was 47 procent van de Nederlandse vleeskuikens van een langzaam groeiend ras. Buiten het verse supermarktschap wordt nog volop gewone snelgroeiende kip verkocht: in de export, in restaurants en in bewerkte producten.
  • Minder kuikens, minder antibiotica. Het aantal vleeskuikens per jaar daalde van 408 miljoen in 2015 naar 292 miljoen in 2024. Het antibioticagebruik in de pluimveesector daalde tussen 2009 en 2024 met meer dan 80 procent. Langzaam groeiende kuikens krijgen ongeveer een zevende van de antibiotica van gewone kuikens.
  • Nog steeds een exportindustrie. In 2023 voerde Nederland ongeveer 900.000 ton pluimveevlees uit en 450.000 ton in. De belangrijkste afnemers waren Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Lees ook Ook het vleeskuiken wil lekker buiten joggen, Het leven van een kip in de bio-industrie en over goedkoop vlees.

Bronnen: Verordening (EU) 1169/2011, bijlage VI; Wageningen Social & Economic Research, Pluimveevleessector in Nederland (december 2025), met cijfers van Avined en Nepluvi. Bijgewerkt op 6 oktober 2026.

Het artikel uit 2003

Hoe voer je doeltreffend actie tegen een dierenindustrie waarvan je maag zich omdraait? Kregen buitenlanders maar net zo'n hekel aan de Nederlandse slachtkippen als de Duitsers aan de Wasserbombe-tomaat, dan zou de slachtkippenbranche zich net zo rotschrikken als de glastuinbouw, en dan zou je eens zien tot welke verbeteringen dat leidt, verzucht Wim Köhler bij de nieuwste voedselcrisis. ('Pak de bio-industrie wereldwijd aan', 26-04-03, NRC) Köhler merkt op dat de Nederlandse bio-industrie bovenal een exportindustrie is, waar volgens hem 'Nederlanders, en de Nederlandse politiek' weinig over te zeggen hebben, vandaar dat hij zijn hoop op onze reputatie in het buitenland heeft gesteld. In de strijd tegen de uitwassen in bio-industrie moet niet teveel op hulp uit het buitenland worden gerekend. Wij moeten ons eerst zelf eens gaan schamen over de manier waarop we in Nederland met dieren omgaan, meent Diny Schouten. Diny Schouten heeft een eetrubriek in Vrij Nederland. Dit artikel verscheen in de NRC op 9 mei 2003.
Köhlers bede is reeds verhoord, nog voordat hij zich erover uitsprak. In de afgelopen maand hebben Britse kranten met geschoktheid gereageerd op het plastic chicken uit Nederland. Dit naar aanleiding van berichten over het injecteren van meer water in kipfilets dan er op de etiketten stond. De fraudes werden verergerd doordat varkens- en rundereiwitten als 'waterbinders' waren gebruikt, en de Nederlandse exportbedrijven de chicken breasts - die wettelijk alleen 'kipproduct' mogen heten - als 'halal' bleken te verkopen. De afnemers waren vooral - een extra reden voor verontwaardiging - Aziatische cateringbedrijven en Indiase restaurants. Aan het verzoek van de Britse Food Standards Agency om deze fraudes te bekeuren, kan de Nederlandse Keuringsdienst van Waren nauwelijks voldoen. Wat 'halal' is, is niet omschreven in de Nederlandse wet. De industrie mag 'alles van alles' maken, mits de hulpstoffen en de percentages water maar worden vermeld op het etiket. De betrokken Nederlandse pluimveebedrijven spreken daarom verontwaardigd van 'een hetze', ingegeven door 'Britse marktbescherming'. Die plastic kip, nog letterlijker een waterbom dan de beruchte Westlandse tomaat destijds was, is wel 'Nederlands' - het injecteren schijnt een Nederlandse specialiteit te zijn - maar is daarentegen niet uit Nederland afkomstig. Het is kip die door Nederland geïmporteerd is uit goedkoper producerende landen: Brazilië en Thailand. Ontdooien en uitsnijden in een Nederlandse pluimveeslachterij geeft recht op een NL-slachtstempel; het is dezelfde sluipweg die het Albert Heijn mogelijk maakte om ontdooid batterijkonijn uit China te verkopen als 'vers wild'. Die export-van-import maakt de zaak erg ingewikkeld.
Je kunt wel van mening zijn, zoals Köhler, dat de slachtkuikens-bioindustrie de wereld uit moet, om te beginnen uit Nederland, maar het is een ontoereikend, kruisraketachtig antwoord. Köhler voelt zich in zijn opinie gesteund door de visies van oud-landbouwminister Brinkhorst en landbouwminister Veerman, die ook vinden dat 'de voedselvoorziening eerder gebaat is bij veel minder dieren in Nederland'. Dat is een geweldig goed idee, maar dan zit die import toch in de weg. De grenzen sluiten voor Thaise en Braziliaanse kip (veelvuldig in opspraak wegens het gebruik van hier verboden antibiotica), kan niet zomaar.
Of is Köhlers implicatie dat Nederland voor zijn voedselvoorziening ruim voorzien wordt door de pluimvee-bioindustrie in Thailand en Brazilië? Zodat wij tenminste schone handen houden? Maar zo zal Köhler (en Brinkhorst, en Veerman) het niet bedoelen.
Ik neem aan dat Köhler graag zou zien dat in Nederland alleen boeren overblijven die er een gezond aantal dieren op nahouden, zo gezond dat ze weerstand bezitten tegen een akelig pluimveevirus, en dat die voor de prijs die ze werkelijk kosten, kunnen worden afgezet. Maar hoe krijgt een pluimveehouder dat voor elkaar?
Door de import van heel veel goedkoop kipvlees (gestimuleerd door de WTO) is de prijs van Nederlandse kip 'onder druk komen te staan', en inmiddels gedaald tot een ongeloofwaardig niveau. De prijs van kip in de winkel (minder dan drie euro per kilo) wijst vanzelf naar wat de mester krijgt: ongeveer zestig cent per 'vleeskuiken' van zes weken. Een kippenmester moet 350.000 kuikens per jaar grootbrengen, dan heeft hij één minimuminkomen verdiend, maar het is er niet een waarmee hij zijn leningen kan aflossen, en gezonder voer kan inslaan.
Wil hij het anders doen ('veel minder dieren'), dan is er geen bank die hem een lening geeft om zijn bedrijf te reorganiseren. De bank weet dat er geen afzet is voor een duurdere, gezonde kip, dat heeft het Landbouw Economisch Instituut zeer gedegen uitgezocht.
Om het moeilijker te maken: zo'n beoogde, natuurlijker gegroeide, gezonde kip is nog wat weer iets anders dan een scharrelkip. In Nederland is geen enkel bedrijf met 'scharrel'-vleeskuikens. De 'scharrelkippen' die wij kennen zijn leghennen, waarvan Köhler terecht zegt dat de huisvesting niet overtuigend veel beter is, en evenmin is er iets kwalitatief-hoogstaanders voor voorgeschreven in veterinair opzicht. De kip die wij eten is uitsluitend de snel-groeiende Cobb-kip. Een Cobb-kip is een beest dat zichzelf in veertig dagen doodeet.
Het 'onafhankelijke' Voedingscentrum, dat zichzelf op de borst slaat met de slogan 'eerlijk over eten', en dat overheidsvoorlichting geeft over wat we moeten eten om gezond te blijven, publiceert er dagelijks receptjes mee. Nederlanders en de Nederlandse politiek kunnen maar weinig doen, schrijft Köhler. Zijn voorstel is dat de WHO wellicht wat tegen de ongezonde, inmiddels mensenlevensbedreigende bio-industrie kan ondernemen, door de kwestie 'hoger op de agenda' te plaatsen. Dat lijkt op bidden, opdat een hogere macht (geholpen door 'buitenlanders') ons verlossen zal van die akelige Nederlandse bio-industrie.
Maar als Nederland een voorbeeldland moet zijn, laten we ons dan eerst zelf gaan schamen.
Het Spek van Slager Blom (bol.com)
Ko Sliggers. Het varken op tafel (bol.com).