Affiche van GAIA tegen Foie GrasIngrid Hofstede

"Het dier is opgeofferd aan de expansiedrift van de mens, die maar één recht kent: het recht van de sterkste. Hoe gruwelijk wij mensen dieren naar onze hand zetten, zien we bijvoorbeeld in de bio-industrie en in de vele laboratoria, waar vivisectie wordt bedreven. In de bio-industrie wordt het dier in zulke onnatuurlijke omstandigheden gedwongen vlees of eieren te produceren, dat het in zijn meest primaire biologische en sociale behoeften constant gefrustreerd wordt."

De filosoof Peter Singer schreef deze woorden in 1975, en zijn opmerkingen zijn volgens mij helaas nog altijd actueel. Waar het Nederlandse welzijnsbeleid voor dieren in de bio-industrie al een lange, weinig bemoedigende historie laat zien, lijken de regeringspartijen nu vrijwel consequent tegen verbeteringen van welzijn van dieren in de intensieve veehouderij te stemmen. Om maar wat te noemen: in 1999 sprak de Tweede Kamer zich uit voor een verbod op de nertsenfokkerij. Minister Veerman heeft in oktober 2002 echter besloten dat het wetsvoorstel 'Verbod op de pelsdierenhouderij' ingetrokken dient te worden. En dat is nog maar één voorbeeld...

Toen ik een jaar of zeven was, begon ik na te denken over het dagelijkse stukje vlees dat op het bord lag. Of liever gezegd, ik dacht aan het dier dat het ooit was geweest. Dat kwam vooral door de verhalen van de onderwijzeres die dat jaar les gaf, en die vegetariër was. Met het eten van vlees stopte ik gek genoeg veel eerder dan met het eten van vis. Kennelijk vond ik dat minder zielig, misschien omdat het lijden van vissen voor mij minder zichtbaar was? Bovendien ging ik er van uit dat vissen in elk geval altijd een leven in de vrije natuur hadden gekend. Inmiddels heb ik begrepen dat dat nogal een naïeve benadering was, en dat ook vissen gekweekt worden.

Binnen mijn vriendenkring is het (nog) niet erg gebruikelijk om vegetariër te zijn, de reacties die ik krijg zijn dan ook divers. Wat mij daarbij vooral verbaast, is dat veel mensen dieren zien als 'middel', als gebruiksvoorwerp dat uitsluitend dient als nut voor de mens. Maar wát geeft ons het 'recht' ons verheven te voelen boven andere dieren dan menselijke wezens, hen uit te buiten, te exploiteren en te gebruiken? Bijna iedereen is het er over eens dat het verwerpelijk en onnodig is een bontjas te dragen, aangezien er genoeg alternatieven zijn. Zijn er op het gebied van voedsel niet net zo goed voldoende alternatieven? Ook vegetarisch eten is gezond, smakelijk, gevarieerd, en
vooral: tot stand gekomen zonder dat daar een ander levend wezen voor heeft moeten lijden. Persoonlijk kan ik me niet voorstellen hoe mensen bijvoorbeeld nog kunnen genieten van foie gras, wanneer ze weten welk gruwelijk 'produktieproces' voorafgaat aan de bereiding van deze zogenaamde delicatesse.

Naarmate ik me meer ging verdiepen in het lijden van dieren, ontdekte ik steeds meer waar ik niets over wist, of waar ik simpelweg niet over had nagedacht. Inmiddels probeer ik ook zo bewust mogelijk te kopen wanneer het gaat om schoonmaakmiddelen, verzorgingsartikelen en cosmetica. Diverse merken zijn er in geslaagd goede produkten op de markt te brengen die niet op dieren worden getest. Wanneer ik kan kiezen tussen een wasmiddel dat getest is op het oog van een konijn en een artikel waarbij dat niet is gebeurd, gaat mijn voorkeur uiteraard zondermeer uit naar het laatstgenoemde produkt.

Anno 2002 verbazen we ons over gruweldaden die mensen elkaar aandeden in vroegere tijden, over middeleeuwse toestanden. Wanneer ik nu kijk naar bijvoorbeeld bio-industrie, laboratoria en 'volksvermaak' ten koste van dieren, lijkt het wel alsof voor dieren in dat opzicht de tijd stil is blijven staan.
Kortom, wat mij betreft is het de hoogste tijd dat mensen dieren niet langer zien als gebruiksvoorwerp, maar rekening gaan houden met de belangen van álle levende wezens. Ik hoop dat veel mensen die gedachte delen, dat dierenrechten en -welzijn in het nieuwe jaar de aandacht krijgen die ze verdienen, en dat de volgende regering veel verbetering brengt op dat gebied.