Het project in de Oostvaardersplassen is mislukt, vindt de Raad voor de Dierenaangelegenheden.

Onderstaand artikel is geschreven door Dirk Boon, oud-hoogleraar Dier en Recht en verscheen als column in Wildlife Magazine nr 4, nov-dec 2005.

Er gaan teveel edelherten, Heckrunderen en Konikspaarden dood van de honger, omdat er in de wintermaanden te weinig voedsel op het terrein aanwezig is voor 3.100 dieren. De Raad heeft onlangs dan ook een afschot aanbevolen voor 1.500 dieren. De Tweede Kamer trok daarop aan de bel en begin september werd besloten om een commissie van buitenlandse experts in te stellen om advies uit te brengen. Dirk Boon

Al die heisa had voorkomen kunnen worden als gewoon de Nederlandse wet werd toegepast, waarin voor dit geval enkele dwingendrechtelijke bepalingen staan. Als het om dieren gaat wordt de wet echter altijd vergeten, net alsof deze niet bestaat. De dieren zijn namelijk niet vanzelf de Oostvaardersplassen binnen komen wandelen. Zij' zijn daar geïntroduceerd door Staatsbosbeheer die oorspronkelijk enkele groepen dieren heeft aangekocht. Het Heckrund is nota bene een fokproduct van de gebroeders Heck, die in de jaren twintig van de vorige eeuw hebben geprobeerd om de oeros -waarvan in Europa de laatste in 1627 werd afgeschoten- na te bouwen. De Oostvaardersplassen zijn ook nog eens begrensd gebied, met andere woorden: de dieren leven er in een beperkte ruimte. Door het verworven eigendom is Staatsbosbeheer eigenaar en houder van de dieren en hun nageslacht geworden, en houders van dieren hebben nu eenmaal krachtens artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren de plicht om aan hun dieren de nodige verzorging te bieden. Het komt formeel Staatsbosbeheer dan ook niet toe om de dieren in het terrein te laten verkommeren. Staatsbosbeheer wil graag weten hoe de dieren zich ontwikkelen als er niet door mensen wordt ingegrepen en als er ook niet wordt bijgevoerd. Dat leidt klaarblijkelijk tot hoge sterfte en -dat is volgens de aangegeven wetsbepaling ontoelaatbaar.

Er is nog een andere dwingendrechtelijke bepaling van toepassing op deze zaak. Als er namelijk handelingen worden verricht ten aanzien van levende gewervelde dieren met als doel om een antwoord te krijgen op een wetenschappelijke vraag, en er is een risico dat bij de dieren pijn, lijden, ongemak of blijvend letsel wordt veroorzaakt, dan is zulk handelen automatisch een dierproef volgens de Wet op de dierproeven. De beoordeling of zo'n handeling een dierproef is, is dus geenszins onderworpen aan de vrije keuze van degene die de handeling verricht. Met andere woorden: als Staatsbosbeheer het nodig vindt om het gedrag en de ontwikkelingen in bepaalde groepen zoogdieren in een beperkte ruimte te onderzoeken, dan zal het over een vergunning krachtens de Wet op de dierproeven moeten beschikken. Het uitvoeren van een dierproef zonder vergunning is strafbaar. Als deze vergunning is verleend, dient Staatsbosbeheer het handelen en de doelstelling van dat handelen in een onderzoeksplan op te nemen dat de goedkeuring behoeft van een Dierexperimentencommissie. Deze oordeelt vervolgens of het doel van de dierproef in goede verhouding staat met het achterwege laten van verzorging. Dit is deels een juridisch oordeel met inachtneming van alle Europese en Nederlandse regels, voor een ander deel kunnen methoden van toegepaste ethiek worden aangewend.

Dit alles in beschouwing nemende zouden de projecten in de Oostvaardersplassen moeten worden ondergebracht waar zij thuishoren, namelijk in het domein van de veldproeven. Dat betekent dat de Minister van Landbouw niet meer in verlegenheid wordt gebracht, dat er geen buitenlandse commissies ingesteld hoeven worden en dat de Tweede Kamer zich van ongenuanceerd commentaar kan onthouden. Ook is Staatsbosbeheer in dat geval niet langer een speelbal van voor- en tegenstanders, doch is zij een eerbiedwaardige vergunninghouder die zich aan de dierproevenregelgeving heeft te houden.

Er zijn veel weblogs over de Oostvaardersplassen: