229 € per dode muskusrat. 't Is wreed, 't is kostbaar, 't is ondoordacht. door mr Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede kamer

Er zijn weinig voorbeelden waar zoveel geld ondoordacht in het water gegooid wordt als bij de bestrijding van muskusratten. Inspelend op angstgevoelens, is een bestrijdingsapparaat gegroeid dat een belang in zichzelf is geworden. En dweilt met de kraan open. Geen wonder dat Max Geuze, hoofd van de muskusrattenbestrijding van het Waterschap Zeeuwse eilanden als gebeten reageert wanneer naar de achtergronden van de kostbare en wrede jacht wordt geďnformeerd. Wie vraagt om aanvullend wetenschappelijk onderzoek naar nut en noodzaak van de muskusrattenjacht  noemt  hij "onnozel en slecht geďnformeerd”.
Dat lijkt me een geuzentypering, wanneer daarmee bedoeld wordt dat er inderdaad nog erg veel meer te onderzoeken valt over het waarom van de jacht op diersoorten waar nu een heksenjacht op gevoerd wordt.

Wie zoals Max Geuze elk jaar bijna 1,2 miljoen Euro gemeenschapsgeld ter beschikking krijgt  om te mogen jagen, waar andere jagers veel geld betálen voor "het genot van de jacht”, verkeert in een bijzondere positie. Al helemaal wanneer voor dat geld niet meer gedaan hoeft te worden dan het doden van  zo'n 5.100 muskusratten, omgerekend 229 € per gedood dier.
Waaraan heeft de muskusrat het te danken dat er zo'n hoge prijs op z'n hoofd staat?
Dat is een interessant verhaal.
Het begint bij de naam van de dieren. Op de menukaart heten ze "waterkonijn”, in de bontwinkel heten ze "bisam”, maar bij de bestrijders heten ze "muskusrat”.
Een soortgelijke demonisering als de moerasbever overkwam. Eveneens naar Europa gehaald voor de  bontfokkerij. Toen hij daarvoor had afgedaan en  de fokkers de dieren uitzetten in de natuur. Dom, maar geen reden voor een heksenjacht op het dier, dat vanaf dat moment "beverrat”genoemd werd.

Noch de moerasbever, noch de muskusrat zijn echter ratten. De moerasbever behoort tot de familie van de cavia's en het stekelvarken, de muskusrat tot die van de woelmuizen.
Maar ratten verzuipen gaat er bij het publiek makkelijker in dan cavia's of stekelvarkens, wat verklaart hoe de dieren aan hun niet-aaibare naam kwamen.
Uit een quickscan van onderzoeksinstituut Alterra blijkt dat we eigenlijk nog maar heel weinig weten over de mogelijke overlast van deze dieren  voor onze dijken en watergangen wanneer we ze niet of anders zouden bestrijden.En dat daar dringend aanvullend onderzoek voor nodig is.

Immers, onze dijken zijn tegenwoordig aan de voet zodanig verstevigd met asfalt, beton en andere verhardingen, dat er geen dier is dat daar serieuze schade kan aanrichten. Waar vooral boeren over klagen is het verzakken van oevers en dichtslibben van sloten. En  de mogelijke vermindering van de grasopbrengst, maar dat is van een heel andere orde dan het schrikbeeld als zou Nederland onderlopen als we zouden stoppen met de bestrijding. Daar staat bovendien tegenover dat muskusratten oeverbegroeiingen kort houden, waardoor er minder gemaaid hoeft te worden.
Op geen enkele manier wordt de schade door muskusratten geďnventariseerd en gekwantificeerd. Of de kosten van de bestrijding opwegen tegen de schade die voorkomen wordt, is niet duidelijk. Er wordt gereageerd op  het aantal klachten van landbouwers en de angst voor dijkdoorbraken blijkt een goed argument om het publiek te beďnvloeden ten gunste van de bestrijding. Nauwelijks wordt opgemerkt dat de tientallen miljoenen Euro's die besteed worden aan het bestrijden van de dieren op een zeer wrede manier, niet heeft geleid tot wezenlijke verkleining van de populatie.
Hoewel meer dan 500 professionele rattenvangers meer dan 400.000 muskusratten per jaar vangen, lukt het niet om de populatie onder de bestrijdingsnorm te brengen. Provincies en waterschappen vinden dat als een rattenvanger meer dan 0,25 muskusratten per uur vangt er teveel zijn. Niet gebaseerd op deugdelijk wetenschappelijk onderzoek, maar resultaat van een natte vinger in de lucht en het aantal klaagtelefoontjes.

Zo hoor je niet met dieren om te gaan én niet met gemeenschapsgeld. In Jena, in het Duitse Thüringen is 10 jaar lang gestopt met de bestrijding van de dieren zonder dat de aantallen toenamen. Volgens dr. Sim Broekhuizen, populatiebioloog en zoogdierkenner bij Alterra in Wageningen, werkt bestrijding soms averechts. "Door de populatie kunstmatig naar beneden te drukken, zal de voortplantingssnelheid maximaal worden. Bij een planteneter als de muskusrat bepaalt vooral de beschikbare ruimte de aantallen van de soort. Is een gebied eenmaal in evenwicht, dat wil zeggen dat het aantal muskusratten in overeenstemming is met de hoeveelheid voedsel en nestgelegenheid, dan neemt de voortplantingssnelheid vanzelf af. Vrouwtjes werpen minder vaak en krijgen kleinere worpen.''

Dat pleit dus voor nader onderzoek naar nut en noodzaak van de nu ingezette middelen.
Al was het maar omdat ook duizenden beschermde dieren als bijvangst een gruwelijke dood vinden in de vangkooien. Zoals lepelaars, futen en waterrallen, maar ook natuurlijke vijanden van de muskusrat zoals bunzings en hermelijnen.
Bovendien zullen we antwoord moeten geven op de vraag waarom we toestaan dat één van de grootste natuurlijke vijanden van de muskusrat, de vos, massaal wordt afgeschoten. Terwijl dat dier de "bestrijding” van muskusratten geheel gratis voor z'n rekening zou willen nemen.
Een toename van wetenschappelijke kennis zou kunnen lijden tot het doorbreken van de verbeten stelligheid waarmee muskusrattenvangers nu hun dodelijke en zeer kostbare werk uitvoeren.
Wie bang is voor overstromingen kan beter naar Al Gore luisteren dan naar rattenvangers...

Tot zover,
zie ook de vragen van het lid Thieme aan de ministers van V&W en LNV:

  1. Kent u het bericht 'Extra mankracht tegen de muskusrat' in de Stentor d.d. 29-01-07?
  2. Kent u het rapport Lammertsma, D.R. & F.J.J. Niewold, 2005. Muskusrattenbestrijding in Nederland: een quick scan naar nut, noodzaak en alternatieven. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1197.
Lees op het weblog meer over muskusratten: