In de gemeente Ooststellingwerf is onlangs een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een stalruimte voor 3.500 varkens aan de Venekoten. Daarnaast zijn twee uitbreidingsaanvragen voor varkensstallen aan de Weperpolder in behandeling. In één geval wordt gewacht op de milieuvergunning, voor de andere twee is die al verstrekt. In de gemeente Lemsterland is een aanvraag in behandeling voor het uitbreiden van een varkenshouderij aan de Koopmanweg in Echtenerbrug, van 6.000 naar 10.000 varkens. De milieuvergunning ligt inmiddels ter inzage.

Bouw- en uitbreidingsaanvragen voor veehouderijen worden ruim van tevoren aangekondigd op de gemeentepagina's van de plaatselijke kranten. Burgers kunnen bezwaar aantekenen, mits ze belanghebbenden zijn. Daarvoor moet je op z'n minst een directe buur zijn van de boer in kwestie. En dan nog moet je van wel bijzonder goeden huize komen om voldoende steekhoudende argumenten te kunnen aandragen om de plannen tegen te houden.

De vele mensen die zich zorgen maken om het welzijn van de duizenden in deze veefabrieken te houden dieren, en over de gevolgen voor natuur en milieu, worden niet belanghebbend geacht. Hun bezwaren worden daarom meestal ter zijde geschoven. Het aantal belanghebbenden blijft zo 'onder controle', want varkenshouders hébben doorgaans niet veel buren. En dat handjevol mensen dat zich druk maakt over de gevolgen voor hun persoonlijke woongenot, haakt dikwijls af, murw van de grootse krachten die zich laten gelden als er economische belangen in het geding zijn. Gevolg is dat er steeds meer van deze bio-industriebedrijven komen, ook in Friesland.

Toch zouden ook anderen dan dierenvrienden en directe buren zich zorgen maken als ze zich zouden realiseren hoe ongezond deze megastallen ook voor hen zijn. Want ze doen meer dan alleen stinken. Als het over de gezondheidsbezwaren van megastallen gaat, wordt meestal gesproken over de uitstoot van fijnstof en ammoniak. De hypermoderne filters en luchtwassers waarmee voorstanders van megabedrijven schermen, laten toch nog 10 tot 40% van de schadelijke stoffen en stank door. Dat is op zich al schadelijk genoeg voor de bewoners van omliggende gebieden. Maar een veel groter volksgezondheidsrisico blijft onderbelicht.

Het houden van dieren in grote concentraties heeft enorme consequenties voor hun welzijn en gezondheid. Vanwege de stress die wordt veroorzaakt door de tegennatuurlijke omstandigheden waarin ze worden gehouden, zijn de dieren extra vatbaar voor ziekten. Ze krijgen daarom preventief antibiotica toegediend, in royale hoeveelheden. Ondanks pogingen van de overheid om het antibioticagebruik in de veehouderij te beperken, neemt het alleen maar toe. Overmatig gebruik van antibiotica leidt tot resistentie van bacteriën - de middelen worden minder effectief naarmate ze vaker worden toegediend. Als gevolg daarvan is meer dan 50% van de varkensstapel inmiddels besmet met de resistente 'ziekenhuisbacterie' MRSA.

MRSA staat voor "Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus”, een bijzonder gevaarlijke bacterie voor ouderen, kinderen en mensen met een verminderde weerstand. Voor zorginstellingen, zoals zieken- en verpleeghuizen, vormt de bacterie dan ook een grote bedreiging. MRSA kan leiden tot allerlei ontstekingen en zelfs tot een shock, maar kan via het bloed ook ernstige schade aan vitale organen veroorzaken. Patiënten kunnen door infectie van de hartkleppen overlijden. Omdat symptomen van MRSA-besmetting zeer divers zijn, herkennen ook artsen ze niet altijd meteen.

Wordt een MRSA-besmetting vastgesteld, dan zal een antibioticum worden voorgeschreven. Antibiotica kunnen levensreddend zijn. En hier zit het grote probleem: de MRSA-bacterie is ongevoelig voor vrijwel alle gangbare antibiotica. Er zijn nog enkele soorten waarmee de bacterie kan worden bestreden, maar die hebben bijzonder akelige bijwerkingen. In Nederland is men er daarom terughoudend mee. In Zuid-Europa worden die antibiotica echter wel op grote schaal voorgeschreven en nu al is duidelijk dat de MRSA-bacterie ook snel ongevoelig wordt voor deze middelen.

Al in 1998 waarschuwde de Gezondheidsraad voor de ernstige gevolgen van het grootschalige antibioticagebruik in de veehouderij. In 2006 meldde het Bureau Risicobeoordeling van de Voedsel en Waren Autoriteit dat er sprake is van massale MRSA-besmetting in de Nederlandse varkenshouderij. Bijna de helft van alle varkenshouders is drager van de bacterie. Varkenshouders en hun gezinsleden worden bij ziekenhuisopname daarom uit voorzorg in quarantaine gezet. Bedrijven met duizenden varkens zijn besmettingshaarden en vormen een risico voor de gezondheid van omwonenden en iedereen die rechtstreeks of via via in aanraking komt met de varkenshouders, hun huisgenoten en de varkens en hun vlees. Omdat de bacterie zich waarschijnlijk ook via de lucht verspreidt, vormen varkenstransporten een extra risico. Volgens het RIVM is er een opvallend grote aanwezigheid van MRSA op het oppervlaktewater rond varkensstallen.

Het publiek hoort daar weinig over. Als het al in het nieuws komt, worden de volksgezondheidsrisico's door de veehouderijsector gebagatelliseerd. Veel aandacht voor dit onderwerp zou de ontwikkeling van megastallen immers in de weg staan. Vanuit medische hoek komen genoeg alarmerende geluiden, maar de sector lijkt hardleers en de overheid blijft steken in halfslachtige maatregelen. Een regelrechte volksgezondheidscrisis dreigt. De Partij voor de Dieren heeft hierover herhaaldelijk Kamervragen gesteld, EénVandaag en Zembla hebben er uitzendingen aan geweid, en ook Varkens in Nood voert al jaren actie. Dat de betrokken ministeries niet keihard ingrijpen, geeft alleen maar aan hoeveel invloed de vee- en vleessector heeft in Den Haag. Economische belangen wegen zwaarder dan de volksgezondheid.

De intensieve veehouderij heeft de menselijke maat allang uit het oog verloren. Het feit dat het niet mogelijk is om op deze schaal dieren te houden zonder hen vol te pompen met antibiotica zegt genoeg. Toch blijft men schaalvergroting prediken, en dat terwijl van steeds meer kanten (onlangs nog door het Ministerie van VROM en het Wereldnatuurfonds) wordt gewezen op de noodzaak om minder vlees en zuivel te consumeren. Overheden doen bitter weinig om de trend richting overtreffende trap in de veehouderij te keren, ondanks de grote bezwaren op velerlei gebied. 'Agrarische ondernemers' die een veefabriek willen neerzetten, of hun bedrijf willen uitbreiden tot megastalproporties, wordt nauwelijks een strobreed in de weg gelegd.

Vermoedelijk zit niemand te wachten om zo'n tijdbom in zijn omgeving. Maar ondertussen neemt het aantal varkens dat in Ooststellingwerf in de bio-industrie 'leeft' gestaag toe. (Nu al ruim 10.000 tegen 26.241 inwoners.) In Lemsterland breidt een bedrijf uit naar 10.000 varkens. Niet ver buiten de gemeentegrens staan al megavarkensstallen. En wie zegt dat het hierbij blijft?

De hamvraag is: laat u zich nog langer opzijschuiven als 'niet-belanghebbende', terwijl uw gezondheid en die van uw gezin op het spel staan?

Namens de Partij voor de Dieren Friesland

Annemarie van Gelder en Daniëlle Hutter

Lees op het weblog meer over fijnstof: