Zwerfkatten worden gevangen, gecastreerd of gesteriliseerd, teruggezet en gehuisvest. Marleen Drijgers, Werkgroep Scheldekat
0118 - 412325

Ze zat voor mijn schuurtje, was hoogzwanger en zei zachtjes "mieuw?”. Vanzelfsprekend noemde ik haar Mieuwtje. Ik mocht haar niet aanraken en slechts tot op een paar meter naderen. Het schuurtje grenst aan een groot parkeerterrein in het centrum van de stad. Bepaald geen geschikte plaats om te bevallen. Met wat voedsel lokte ik haar in de schuur en begon een zoektocht naar een goed adres voor haar.

Het asiel wilde haar wel hebben, maar lang zou ze daar niet mogen blijven. Wilde en verwilderde katten konden niet bij mensen worden geplaatst, dus voor zowel Mieuwtje als haar kinders moest een definitief spuitje uitkomst bieden. Ze zouden er niets van voelen..... De 60 (tamme) katten en 70 kittens die ze daar 's zomers aan de staatstenen niet kwijt kunnen, verklaarden dit strenge regime.
Natuurlijk ging Mieuwtje niet naar het asiel en de volgende dag beviel ze van 3 prachtige jongen. Al gauw waren bij kennissen goede adressen gevonden voor deze mooie kittens: een helemaal muisgrijs katertje en twee lapjeszusjes. Mieuwtje zou ik na twee en een halve maand gecastreerd weer op straat zetten, was het plan.

Ik wist dat er zwerfkatten in het centrum van de stad leefden. Op een bedrijfsterrein met loodsen, lang gras en bosjes midden in de stad ,vonden veel verwaarloosde katten -en hun nakomelingen- een schuilplaats. Om de paar jaar werden de katten gevangen door het asiel en ik wist nu wat hun lot was. Daar moest van nu af aan verandering in komen.
's Avonds zag ik een kleine zwarte moederpoes met 4 kittens van ongeveer 7 weken oud de winkelstraat in sluipen. Behendig dook ze met een sprong de vuilnisbakken in om er soms met iets eetbaars uit te komen. De kittens waren net zo mager als hun moeder.
De eigenaresse van de parfumeriezaak op de hoek hield heel veel van dieren, zei ze. Ze vond het zo erg om al die kleine katjes elk voor- en najaar te zien. Maar ja, wat kon ze er aan doen? Niets toch?

Ik woonde nog niet zo lang in deze stad, maar vond dat ik wel wat kon doen. Geen woorden, maar daden, werd mijn motto. Dagelijks ging ik de uitgehongerde katjes aan de rand van het bedrijfsterrein eten geven. Al na een paar weken zaten ze 's avonds op me te wachten als het voedertijd was. Stapje voor stapje won ik hun vertrouwen en werd de afstand tussen de katjes en mij letterlijk en figuurlijk kleiner. Met behulp van een hondenbench slaagde ik erin om ze één voor één te vangen. Hun zin in gerookte makreel was groter dan de angst voor die grote kooi met een lang dun nylon koord aan het deurtje. Na een jaar waren alle 15 zwerfkatten gecastreerd en werden 7 kittens gesocialiseerd en door kattenliefhebbers geadopteerd.

De zwerfkatten werden goed voorzien van eten en drinken, maar ik was nog niet tevreden. Als het hard regende trof ik 's avonds op de voederplaats doornatte katten aan. Om het eten niet mis te lopen bleven ze gewoon in de regen op mij wachten. En ook sneeuw, hagel of storm schuwden ze niet. Eigenlijk hadden ze een afdak nodig waaronder ze zouden kunnen schuilen en eten. Of nog beter, ze zouden een huis moeten hebben om ook in te kunnen slapen! Een overtuigend gesprek met de manager van het betreffende bedrijf bracht uitkomst. Hij was het met mij eens dat het voor iedereen het beste was als de katten een eigen plek op het terrein zouden krijgen. Ze liepen dan niemand voor de voeten en de populatie was zo beter beheersbaar. Bovendien hadden de katten een functie: het terrein vrijhouden van ratten en muizen. De zwerfkatten werden benoemd tot bedrijfskatten!

Een afgeschreven schaftkeet op wielen werd na enige vertimmering omgebouwd tot een onderkomen met 2 kamers en 2 ingangen. Kartonnen dozen met dekentjes zorgden voor warm en zacht comfort. Het eerste kattenhuis was een feit. Na een week hadden alle katjes een plekje veroverd in hun nieuwe verblijf. Sommige dikke maatjes sliepen zelfs samen in één doos. Ik was tevreden, evenals de katten.

Ook de bedrijfsleiding was zeer tevreden over het functioneren van het kattenhuis. Er werden geen kittens meer geboren, de katten zagen er gezond uit en er was geen rat of muis te bekennen. Het bedrijf had nog een dependance in een verder gelegen groot industriegebied, waar eveneens veel zwerfkatten waren. Of ik misschien bereid was om daar ook een zwerfkattenproject te starten? Tja, dat wilde ik wel, maar ik kon dat niet alleen. De lokale afdeling van de Dierenbescherming wilde niet meehelpen. Dus samen met een paar vriendinnen organiseerde ik een grootscheepse castratie-actie. Gevangen kittens werden gesocialiseerd en herplaatst. Tot onze verbazing werden op dit industrieterrein tevens diverse tamme katten aangetroffen. Ze moesten daar gedumpt zijn, want in de verre omtrek was geen boerderij of woonhuis te bekennen. Eén kat was zelfs gechipt en bleek uit een andere provincie te komen. Er zijn blijkbaar ook buurtbewoners die een kat meenemen om hem of haar honderden kilometers verderop los te laten. Duivenmelkers en kattenhaters zijn hiertoe in staat. Eigenlijk zou iedereen zijn of haar kat moeten laten chippen.
Alle gecastreerde katten werden geoortipt, dat wil zeggen dat er van het rechteroor een klein stukje werd geknipt. Dit gebeurt onder narcose tijdens de castratie. Zo is gemakkelijk te zien welke kat wel en welke nog niet gecastreerd is. Bovendien voldeed een hondenbench niet meer als vangkooi. De meeste katten waren in het wild geboren en erg schuw. Een kooi waarvan het deurtje met een touwtje werd dichtgetrokken, was hier geen optie. Een professionele vangkooi werd daarom via de dierenarts aangeschaft. Aan het eind van de winter hadden we een twintigtal katten gevangen, gecastreerd en gehuisvest in een prachtig kattenhuis. Twee medewerkers van het bedrijf zorgden dat de katten dagelijks werden gevoerd met het kattenvoer dat wij elke maand brachten. De afvalcontainers bij de bedrijfskantine werden nu niet meer geplunderd door hongerige katjes.

Een naburig bedrijf in het industriegebied wilde ook wel dat er iets werd gedaan aan het 'kattenprobleem' op hun terrein. En zo kwam er een derde kattenhuis, dat ditmaal door de technische dienst van het betreffende bedrijf in elkaar werd getimmerd. Een raam en twee echte kattenluikjes maakten het kattenverblijf ideaal. Twee medewerkers kregen bovendien de  verantwoordelijkheid voor de katten in de schoenen geschoven. Gelukkig zijn het echte kattenliefhebbers, die de katten elke dag goed verzorgen. Het kattenvoer wordt door ons maandelijks aangeleverd.

Van het één komt het ander en inmiddels zijn er 6 kattenhuizen en een zevende in voorbereiding. Een pipowagen, een caravan, een blokhut en ook hondenhokken en grote plastic opbergboxen zijn geschikt gemaakt als onderkomen voor katten. In het industriegebied hebben we sinds november 2003 al bijna 150  zwerfkatten gevangen en dat doen we uitsluitend in de wintermaanden vanaf eind oktober tot en met februari (om te voorkomen dat we zogende moederpoezen vangen). We hebben een heuse Werkgroep opgericht met een paar goed gemotiveerde vrijwilligers en zijn in bezit van 5 degelijke vangkooien. Wij bedelen overal om geld om zowel de castraties als het kattenvoer te kunnen betalen. Gelukkig zijn sommige bedrijven bereid om de kosten voor hun rekening te nemen. Wij streven ernaar om zoveel mogelijk katten in het uitgestrekte industriegebied in kattenhuizen onder te brengen. Een paar jaar geleden werden deze verwilderde katten nog bejaagd. Maar omdat het nu bedrijfskatten zijn geworden, is bejaging niet meer wettelijk toegestaan. De jagers die hun jachtterrein in het industriegebied hebben, zijn er dan ook door de Provincie op gewezen dat ze niet meer op katten mogen jagen!

Eind goed, al goed. En hoe is het nu met Mieuwtje? Nadat haar twee lapjesdochters door lieve dierenvrienden waren geadopteerd, wilde Mieuwtje niet meer eten en werd ziek. Ze zocht haar 2 verdwenen kittens overal, terwijl die toch pas na 11 weken uit huis waren gegaan. Ik had het lef niet om haar derde en laatste kind ook  weg te brengen. Door haar te verwennen met stukjes vlees en gekookte vis  is ze langzaam weer gaan eten en is het uiteindelijk goed gekomen. Mieuwtje is samen met haar zoon bij mij blijven wonen. Ik mag Mieuwtje nog steeds niet aaien, maar ze knipoogt wel naar me en daar ben ik net als zij al heel tevreden mee.