Deze opsomming is afkomstig van het rapport Condition of circus animals, door The French animal rights league foundation (2000).

Denemarken:
De Deense wet betreffende de dierenbescherming dateert van 1991. Deze bepaalt dat “...dieren niet gedresseerd of gebruikt mogen worden voor spektakels, circusvoorstellingen, het maken van een film of voor gelijk welk ander vergelijkbaar doeleinde indien dit ernstige schade toebrengt.”
Wilde dieren mogen niet in circusvoorstellingen, music-halls, theaters of andere vergelijkbare etablissementen gebruikt worden. Deze dieren mogen ook niet tentoongesteld worden in rondreizende menagerieën. Nochtans worden er wel Aziatische olifanten en lama’s gebruikt onder het voorwendsel dat deze dieren in hun land van oorsprong gedomesticeerd zijn.

Luxemburg:
”Elke fysieke of morele persoon die een handel in dieren exploiteert (...) waarbij de dieren worden tentoongesteld voor commerciële redenen, moet hiervoor een machtiging vragen aan het ministerie, die deze machtiging kan onderwerpen aan voorwaarden met betrekking tot dierenwelzijn. Elke fysieke of morele persoon die dieren gebruikt voor spektakel, -of tentoonstellingensdoeleinden moet hiervoor toestemming vragen aan het ministerie. Deze bepaling is echter niet van toepassing op exploitanten van landbouwdieren, noch op rondreizende circussen die over een machtiging beschikken van hun land van oorsprong.”
In hoofdstuk VIII: “verboden praktijken”, is het verboden om “dieren te dwingen, behalve in het geval van overmacht, om kunstjes te laten opvoeren waar de manifest niet toe in staat zijn omdat ze normaal gezien hun krachten te boven gaan, of omdat het dier zich in een toestand van zwakte bevindt. Het is ook verboden om een dier te gebruiken voor tentoonstellingen, voor reclame, voor het maken van een film of voor andere vergelijkbare doeleinden, voor zover dit pijn, schade of nadeel voor het dier met zich meebrengt.”

 

Duitsland:
De Duitse federale wet betreffende de dierenbescherming is van toepassing op alle deelstaten, maar het federale ministerie van voeding, landbouw en bossen dient nadere regels uit te vaardigen met betrekking tot de omstandigheden van gevangenschap voor de dieren en met betrekking tot de trainingsmethoden en dit bij middel van wetten die in de bondsraad (Hoge Kamer waar ook de deelstaten in vertegenwoordigd zijn) goedgekeurd zijn, in de mate dat dit noodzakelijk is voor de bescherming van de dieren.
Paragraaf 3 bepaalt:
Het is verboden:

  • Om een dier dat chirurgische ingrepen heeft onderdaan of een medische behandeling om een verzwakte fysieke toestand te verhullen, prestaties te eisen waartoe het dier niet in staat is als gevolg van zijn fysieke toestand.
  • Om gedurende de trainingen, competities of andere vergelijkbare manifestaties een beroep te doen op methoden die de dieren aanzienlijk doen lijden, die een aanslag op de gezondheid van de dieren vormen of die van die aard zijn dat ze de prestaties van het dier beïnvloeden zoals het toedienen van stimulerende middelen (doping) tijdens sportieve competities of andere vergelijkbare manifestaties.
  • Om een dier te dresseren of te vormen wanneer dit niet-verwaarloosbaar lijden of schade aan het dier toebrengt.
  • Om van een dier gebruik te maken voor een film, voor een dierenbeurs, voor een reclamespot of voor een ander vergelijkbare doeleinde in de mate dat het dier hier door lijdt en dat dit een aanslag vormt op de gezondheid van het dier.

De Duitse federale wet eist dat circussen over een winterverblijf beschikken voor hun dieren en het os op basis van deze voorwaarden dat men een noodzakelijke vergunning krijgt voor het opvoeren van voorstellingen.

     

Finland:
Sinds 1996 is het voor circussen en vergelijkbare spektakels waarbij men dieren kunstjes laat opvoeren verboden om gebruik te maken van apen, wilde herkauwers, éénhoevigen, buideldieren, zeehonden, olifanten, neushoorns, roofvogels, struisvogels, vleeseters en krokodillen. Men mag nog wel honden en gedomesticeerde katten, pony’s, ezels en paarden gebruiken (en zeeleeuwen).
Alle circussen moeten een vergunning aanvragen bij het ministerie van landbouw en bossen, die de bevoegdheid heeft om de voorwaarden vast te leggen wat betreft veiligheid en welzijn voor bepaalde voorstellingen, opgevoerd door buitenlandse circussen op doortocht.

Zwitserland:
De federale wet van de dierenbescherming van 9 kaart 1978, in werking getreden op 1 juli 1981 en herzien op 22 maart 1991, beschermt dieren tegen elke gedraging van de mens die aan hen op onrechtvaardige wijze pijnen, schade of nadeel toebrengt of die hen in een toestand van angst brengt. Deze wet is vervolledigd door de ordonnantie van 27 mei 1981 betreffende de bescherming van dieren (OBD), uitgevaardigd door de federale raad.
”De professionele handel van dieren en het gebruik van levende dieren voor publiceitsdoeleinden worden onder onderworpen aan een kantonale machtiging. Na de kantons gehoord te hebben, legt de federale raad de voorwaarden vast waarvan de aflevering van de machtiging afhangt. Deze machtiging wordt toegekend indien de lokalen, de dierverblijfplaatsen en de installaties bevredigend zijn en indien het personeel over de noodzakelijke opleiding voor het gevangen houden van dieren beschikt. De machtigingen worden enkel toegekend indien het gegarandeerd is dat men noch pijn, noch schade aan de dieren toebrengt. De professionele opsluiting van wilde dieren is ondergeschikt aan een kantonale machtiging. De amputatie van de nagels bij katachtigen is verboden. De vorming en het beroep van dierenbegeleiders zijn gereglementeerd in de OBD. Deze schrijft voor dat in “etablissementen waarin met op professionele wijze wilde dieren gevangen houdt (zoo’s, parken, circussen), )...) de dieren verzorgd moeten worden door dierenbegeleiders die titularis zijn van een capaciteitscertificaat. Tijdens de vorming verkrijgt de dierenbegeleider een basiskennis over de gevangenschap en de zorgen van dieren en ook een meer diepgaande kennis in een gespecialiseerd domein.” Deze vorming omvat een theoretisch en een praktisch deel.

  Groot-Brittannië:
De “performing animals act 1925” bepaalt geen normen voor de zorgen en het welzijn van dieren die meereizen met rondreizende menagerieën en circussen, noch voor de dieren die in de winterverblijven gehuisvest zijn. Deze tekst registreert trainers, maar niet de dieren.
De “protection animal act 1911” bepaalt niets over circusdieren. Sancties op grond hiervan zijn dan ook weinig waarschijnlijk.
De “zoo licensing act 1981” bepaalt normen voor dierenwelzijn in zoo’s, safariparken, kleine menagerieën en aquaria. Dieren in deze etablissementen zijn beschermd, maar circusdieren horen daar niet bij.
De circussen zijn vrijgesteld van de bepalingen van de “dangerous wild animals act 1976”, die vergunningen aflevert aan trainers van dieren waarvoor er inspecties op de terreinen en in verband met de zorgen van de dieren kunnen worden uitgevoerd. Bepaalde dieren uit circussen worden ook gebruikt in reclame, in films, of voor televisie: dit gebruik, waarvoor een vergunning van de dangerous animals wild animal act” nodig is, kan men al dan niet als een spektakel beschouwen: zekere foto’s bijvoorbeeld, vereisen geen dressage. Bepaalde dieren zijn derhalve vrijgesteld van de vergunning, maar zodra ze buiten het circus gebruikt worden heeft men er wel één nodig.
De machtiging om een voorstelling om een voorstelling te geven op een openbaar terrein, kan worden gegeven door de lokale autoriteit, die over het algemeen vereist dat het circus lid is van de “vereniging van circuseigenaars” . Deze heeft immers een code van verboden praktijken uitgewerkt.
In de loop van de jaren 90, hebben er ongeveer 95 van de in totaal 625 lokale autoriteiten en verbod uitgevaardigd voor circussen op hun territorium.
Ondanks het feit dat het Verenigd Koninkrijk geen specifiek reglement voor circussen heeft, zijn er al wel veroordelingen geweest, iets was in de meeste andere landen die wel een specifieke wet hebben, wel het geval is.
     
Italië:
Het decreet van 19 april 1996 legt een lijst vast met diersoorten die een gevaar voor de gezondheid en de publieke veiligheid kunnen opleveren en waarvan de opsluiting verboden is. Maar deze tekst wordt niet toegepast op grond van alinea 6 van artikel 6 van de wet 150/92 die voorschrijft dat kennisgeving aan de prefecten niet verplicht is voor dierentuinen, de aquaria, de dolfinaria, de circussen en de rondreizende en permanente dierententoonstellingen. Om te vermijden dat men deze kennisgeving moet doen, moeten de titularissen van de hierboven genoemde activiteiten in elk geval gemachtigd zijn tot de gevangenschap van dieren door een wetenschappelijke commissie CITES, opgericht in het kader van het ministerie van milieu. Deze moet op basis van algemene criteria, vastgelegd door de commissie zelf de gevangenschapomstandigheden certifiëren van de gevaarlijke dieren. Men gaat hierbij na of de structuur van de verblijven geschikt is rekening houdend met een “correct leven” voor de dieren, met de veiligheid en de publieke gezondheid.
Tijdens de zitting van 16 april 1998 heeft de commissie de algemene criteria, opgelegd door de wet 150/92. vastgelegd en bovendien heeft zij beslist dat de circussen niet in staat zijn om deze te respecteren, met andere woorden: de circussen zij niet aangepast aan de gevangenschap van wilde dieren. Deze conclusie werd niet gevolgd en de wet n. 26 van 9/12/1998 plaatst het advies van de commissie CITES op het tweede plan. Omdat de verantwoordelijken van het circus niet verplicht zijn om de prefect te consulteren voor een machtiging en omdat de commissie CITES een louter consultatief advies geeft, kunnen rondreizende spektakels vrij in Italië circuleren zonder machtigingen voor gevaarlijke dieren te bezitten.
  Noorwegen:
Volgens de algemene bepalingen van de Noorse wet moeten gedomesticeerde dieren of dieren die in gevangenschap gehouden worden, goed behandeld worden en moet men hun fysiologische, -en gedragsbehoeften respecteren. Het is verboden hen te slaan met een stok, zweep of een ander gelijkaardig object dat pijn kan veroorzaken. Een dier dresseren op een dergelijke manier dat het nutteloos lijden ondergaat of op basis van angst is verboden. “het is verboden publieke tentoonstellingen te organiseren, waaronder ook tentoonstellingen voor reclame, -of decoratiedoeleinden, waarbij gebruik wordt gemaakt van dieren met uitzondering van vissen. Dit verbod geldt niet voor tentoonstellingen van gedomesticeerde, -of landbouwdieren die georganiseerd worden voor de verbetering van de rassen.
     

Oostenrijk:
De 9 Oostenrijkse deelstaten hebben een overeenkomst gesloten met betrekking tot de bescherming van dieren, andere dan landbouwdieren. Opdat deze overeenkomst in werking zou treden, moet elke deelstaat eerst nagaan of ze in overeenstemming is met haar eigen grondwet en bovendien verbinden zij zich ertoe om te “voorzien in een administratieve procedure die de mogelijkheid omvat om in het belang van de dierenbescherming, beperkingen, voorwaarden en attesten op te leggen voor wat betreft de gevangenschap of het gebruik van wilde dieren in circussen, de spektakelwereld, rondreizende genootschappen en dierententoonstellingen, in de mate dat de gevangenschap of het gebruik van deze dieren illegaal zijn op grond van de bepalingen van Annex 6. In het geval dat de opgelegde beperkingen, voorwaarden en attesten niet voldoende zijn om de belangen van de dierenbescherming te garanderen, verbinden zij zich er toe de gevangenschap en het gebruik van de dieren te verbieden in de spektakelwereld.
Annex 6 legt de minimumnormen op betreffende het houden van wilde dieren in circussen, in de spektakelwereld en in rondreizende genootschappen. Ze behandelt o.a. de trainingsmethoden, de kwalificatie van dierenbegeleiders, de voeding en de verblijfplaatsen. Zo is het o.a. verboden gebruik te maken van vuur tijdens dierenacts.
Een lijst van verboden dieren zal in werking treden vanaf 1 januari 2005. Tot deze datum worden de dimensies van de kooi bepaald per diersoort. Deze lijst omvat de wilde katachtigen (uitgezonderd de tijgers en de leeuwen), olifanten, primaten, dolfijnen, zeehonden, nijlpaarden, giraffen, neushoorns en beren.
Artikel 4 van de overeenkomst verbiedt ook uitdrukkelijk het gebruik van dieren voor een sportief evenement, voor het maken van een film of een reclamespot indien dit nutteloos lijden of angst teweeg brengt bij het dier. Het gebruik van “colliers a épines” en van elektrische of chemische dresseermiddelen zijn ook verboden.

  Zweden:
De “animal protection act” van 1988 is van toepassing op gedomesticeerde dieren en andere dieren die in gevangenschap gehouden worden. “Dieren mogen niet gedresseerd worden om deel te nemen aan sportieve evenementen indien dit pijn met zich meebrengt. Deze bepaling is eveneens van toepassing op het maken van films, spektakels of andere tentoonstellingen bestemd voor het publiek. In de menagerieën, de circussen, de spektakels en andere gelijkaardige ondernemingen is het verboden om de volgende dieren aan het publiek te tonen: Apen, roofdieren (met uitzondering van gedomesticeerde honden en katten), zeehonden (met uitzondering van zeeleeuwen), neushoorns, nijlpaarden, hertachtigen (met uitzondering van rendieren), giraffen, kangoeroes, roofvogels, loopvogels en krokodillen.”
De dieren die in paragraaf 35 vernoemd zijn mogen niet aan het publiek tentoongesteld worden tenzij in circussen, variétéspektakels of gelijkaardige spektakels en op voorwaarde dat ze voorheen reeds werden tentoongesteld in gespecialiseerde dierengebouwen. Jonge dieren mogen worden tentoongesteld worden, zelfs indien ze nog nooit aan spektakels deelgenomen hebben.