"Je bent wat je eet". Dit betekent dat je lichaam wordt opgebouwd uit stoffen die je via het voedsel binnenkrijgt. Mensen die vlees eten moeten zich realiseren dat dieren die voor de mens schadelijke stoffen hebben gegeten of zijn toegediend, deze stoffen doorgeven via het vlees. Ook levensgevaarlijke, resistente bacteriën kunnen zo worden overgebracht. Domesticatie heeft de omstandigheden gecreŰerd waaronder besmettelijke ziektes van dier tot mens kunnen overspringen. Veel epidemische ziektes - zoals tuberculose, pokken en mazelen - die de mensheid zwaar hebben getroffen, vinden hun oorsprong in de ziektes van dieren. Ook zijn wij als mensen, door onze afhankelijkheid van dieren, erg kwetsbaar geworden voor de gevolgen van epizo÷tie, zoals runderpest, pleuropneumonie en mond-en-klauwzeer.
Er bestaan tientallen zo÷nosen, ziektes die zowel mens als dier kunnen treffen. EÚn manier waarop infecties van dier naar mens kan worden overgedragen is via het eten van bedorven of besmet vlees. Salmonella wordt met name in eieren gevonden. Salmonella en toxoplasmose zijn goede voorbeelden van infecties die mensen op deze wijze kunnen treffen. In het verleden konden ook vreselijke ziektes zoals miltvuur en tuberculose tot deze lijst gerekend worden.
     

Schadelijke stoffen kunnen zijn: groeihormonen, giftige afvalstoffen en bestrijdingsmiddelen. Bacteriën kunnen o.a. salmonella bacteriën zijn of bacteriën die door het gebruik van antibiotica in het veevoer resistent zijn gemaakt.
antibiotica wordt aan veevoeder toegevoegd om ziekten te voorkomen en om de dieren sneller te laten groeien. De reden hiervoor zijn evident: er kunnen meer dieren in één ruimte en deze zijn eerder slachtrijp. De antibiotica in het veevoer maakt bacteriën in het spijsverteringskanaal van dieren resistent voor deze stof. Omdat bacteriën resistentie-eigenschappen kunnen uitwisselen, worden ook bacteriën in het menselijke lichaam resistent. Dit is gevaarlijk als de mens een infectie oploopt waarvoor alleen antibiotica nog helpt.
Groeihormonen worden gebruikt om slachtvee meer spierweefsel te laten ontwikkelen zodat het slachtgewicht hoger is en sneller wordt bereikt.
Dioxine is een bij verbranding vrijkomend afvalproduct dat soms in veevoeder terecht komt omdat er al dan niet opzettelijk afvalstoffen worden gemengd met grondstoffen voor veevoer.

     

Tenslotte is er Bovine Spongiforme Encephalopathie (BSE) dat de veroorzaker is van de voor mensen dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob (een hersenaandoening). Bovine spongiform encephalopathy, kortweg BSE, is een ziekte die bij rundvee het centrale zenuwstelsel aantast. Het woord 'spongiform' (=sponsvormig) geeft een van de symptomen van de ziekte aan: het veroorzaakt holten in de hersenen van besmet vee.
BSE is een prionziekte; verkeerd gevouwen eiwitten worden door het eigen lichaam niet als schadelijk herkent en beïnvloeden andere eiwitten in een kettingreactie om zich eveneens te vouwen. Zenuwcellen sterven en slaan 'gaten' in de hersenen.

BSE ontstaat als dieren die normaal gesproken geen vlees eten toch dierlijke voedingsstoffen binnenkrijgen door het mengen van slachtafval door veevoeder.
De incubatietijd van BSE is 2 tot 5 jaar. Omdat veel Nederlandse koeien al rond vier- tot vijfjarige leeftijd worden geslacht (zijn uitgemolken), wordt mogelijk aanwezige BSE onder de leden van de Nederlandse veestapel niet snel zichtbaar, maar kan de besmetting voor die tijd worden doorgegeven. Er is een kleine kans, maar als de koe BSE heeft kan dit bij de slacht in het vlees terecht komen.
Verder kan men BSE (Creutzfeldt-Jakob) oplopen van geïmporteerd vlees.

     

Engeland
Men schat dat slechts eenzesde van de mogelijk 1.000.000 BSE-gevallen in Engeland aangetoond is. Een aantal jaren geleden zijn 64.000 uit Engeland ingevoerde mestkalveren vernietigd. Alle runderen ouder dan 30 maanden worden door de regering opgekocht en vernietigd. De kosten daarvan worden deels op de EU verhaald.
De Engelse regering is bereid al haar 40.000.000 schapen af te laten maken als blijkt dat zij een vorm van BSE hebben. De schapen die lijden aan scrapie, een aan BSE verwante aandoening, hebben tot nu toe nog geen menselijke slachtoffers gemaakt.
Het aantal menselijke slachtoffers van Creutzfeldt-Jacob tot 2001 is een krappe 100. Dit aantal kan volgens pessimistische schattingen oplopen tot 160.000 in Engeland.

Risico voor andere dieren?
Volgens recent onderzoek wordt getwijfeld aan de soortengrens bij het overspringen van de prionen die BSE veroorzaken. De overdraagbaarheid van een vorm van Spongiform Encyphalopathy (Transmissable SE) is ook voor een aantal andere dieren onderzocht. Apen, schapen, geiten, pelsdieren, hamsters en muizen kunnen onderling of kruiselings een vorm van SE overdragen. Ook bleek dat honden, katten en kippen vatbaar zijn voor BSE door het eten van besmet rundvlees dat in het voer wordt verwerkt. In het gangbare honden- en kattenvoer is slachtafval van runderen verwerkt.

     
Op de mad-cow site staat over BSE:
BSE, a condition seen generally in adult cattle of either sex was first recognised in 1986 in the UK, where it now infects greater than 55% of milking herds. The numbers are highest in Southern England where more than 60 cases have been reported in a single herd but are generally spread throughout the British Isles, often as less than 3 cases per herd of 100 cattle per annum. It has been reported now in Oman, Switzerland, France, Germany, Holland, Canada, Denmark, Portugal, and Italy but these cases are probably associated with the export of either infected animals or infected meat and bone meal for bovine feed from the UK. It is difficult to explain the cases in Portugal in that many are the offspring of cattle exported from the UK, whereas their mothers are apparently not clinically infected. The disease is thought to have been derived either from the change in the manufacture procedure of meat and bone meal (for bovine consumption) or from the inclusion of an uncommon bovine case of spontaneous BSE in bovine food in approximately 1978-1980. Claims have been made that this is not a new disease; in the past, although not histologically diagnosed, it has been seen in approximately 1 cow in 20,000 to 30,000. The rapid increase of the disease (850 cases reported per week in 1994) is probably due to the inclusion of undiagnosed cases of BSE in the meat and bone meal used for bovine food. This was stopped in the UK in July 1988, but the meal was simply exported to other countries by its manufacturers (this has now been stopped). BSE has now been transmitted to cattle, mice, sheep, and goats both orally and by inoculation, and to pigs, marmoset monkeys but not hamsters merely by inoculation. Over 18,000 cases have been developed BSE although they were born after the ban of oral infectious material being present in their food. It is still unclear whether the cattle become infected directly from the food that they eat or from asymptomatic mothers that have done this.
     

The possibility that an environmental factor other than the BSE infective agent may be involved with the transmission of BSE has been suggested due to the relatively low incidence of disease on 'organic' farms and organosphorus insecticide use has been suggested as being involved.

Clinically, the cow appears alert but agitated, anxious, and apprehensive. As the disease progresses, however, the animal starts to take a wide base stance, the abdomen is drawn up and the gait becomes abnormal and exaggerated and it gives rise to tumbling and skin wounds. Fine muscle contractions are seen involving small muscle groups over the surface of the neck and body with occasional larger muscular jerks. The animal loses weight and is taken to frenzied movements including aimless head butting.

     

Cijfers over de internationale consumptie van rundervlees en diermeel en de cijfers van BSE.

Meer informatie bij het overzicht van de schandalen of over andere nadelen van de overproductie van vlees.

Het is de vraag of het gevaar wel is geweken en niet totaal andere maatregelen moeten worden genomen.