In en rond de veehouderij worden veel versluierende termen (eufemismen) gebruikt.
Eufemismen in het algemeen zijn:
eindlijners   zieke of gewonde dieren die als laatste geslacht worden om de slachtlijn niet te bevuilen (en dus tot die tijd liggen te creperen)
veeprikker/veeprikkelaar   elektrisch stroomstoot apparaat om dieren op te drijven (gebruik verboden in Nederland maar wel hier te koop)
bedwelmingsruimte   gaskamer (met CO2, een sterk prikkelend gas dat leidt tot hevige ademnood en verstikkingsangst)
couperen   afbranden van staartjes
uitvalpercentage   percentage dieren dat op de boerderij komt te overlijden (crepeert)
overbenutting   meer dieren in een hok plaatsen dan wettelijk is toegestaan
verreisd   zwak, ziek, uitgedroogd of dood na lange afstands-transport
uit productie halen of ruimen   doden
De "kraamzorg" bij varkens omvat o.a.: apparaten om staarten te couperen, pneumatische tandenslijpers, castratiemessen, Bosch accu boorslijper, gehoorbeschermers voor de boer (i.v.m. krijsen van de biggen).
Eufenmismen bij varkens:
kraamstal/kraambox   constructie van beton en staal waar moedervarkens zich niet kunnen bewegen en alleen kunnen staan/liggen en waar ze 35 dagen aaneengesloten in zitten
verhogen bigvitaliteit   streven naar lager percentage dode biggen
optimaliseren toomgrootte   maximaliseren van aantal biggen per bevalling (worp) (nu: 2 worpen en 30 biggen per - afschrijven = naar de slacht want niet meer productief (zeugen binnen drie jaar, door het voortdurend drachtig zijn, bevallen en biggen spenen/voeden).
vervangingspercentage   percentage nieuwe jonge dieren dat de afgeschreven dieren vervangt (bij zeugen 40-45%)
dood in voorraad   kostenpost doordat meer dieren worden gefokt dan daadwerkelijk gebruikt; overtollige dieren worden gedood.
Kippen
vrije uitloop   een klein gaatje in de stal waardoor misschien 1% van de kippen naar buiten loopt
scharrelei   schuurei: geen daglicht, geen buitenruimte, propvolle stal, niets te scharrelen
verrijkte kooien (voor leghennen)   metalen kooien met met een plastic flap en een piepklein vierkantje met kunstgras
uitdunnen (van kuikens)   een deel vangen en slachten om ruimte te maken voor de anderen wanneer ze door snelle groei zoveel ruimte innemen dat het 'proppen' wordt
patiostal   schuur met 6 of meer lagen dieren bovenop elkaar achter een soort vitrine
Koeien
liggend vee   dieren die door verwonding of ziekte niet meer overeind kunnen komen; ook wel “wrak vee” genoemd
eenlingbox   plastic box met uitloop waarin net geboren kalfjes enkele weken alleen doorbrengen
nuchter kalf (ook wel nuka genoemd)   jong kalf dat bij moeder is weggehaald en alleen poedermelk te drinken krijgt