Voor het kunnen handelen naar persoonlijke ethische overwegingen, is het nodig dat een ander geen inbreuk kan maken op dat handelen.
Dit houdt dus ook een inperking van het persoonlijk handelen in, namelijk dat niemand met zijn of haar persoonlijk handelen inbreuk maakt op het persoonlijke handelen van een ander. Persoonlijk handelen dient getoetst te worden aan het handelen van anderen. Er is dus nooit volledige vrijheid van handelen. Wederzijdse vrijheid houdt wederzijdse verplichtingen in.
De vraag is nu welke persoonlijke vrijheden zwaarwegend genoeg zijn om anderen van inbreuk daarop te weerhouden.
Kan de vrijheid om dieren binnen de morele cirkel van de mensen te betrekken, zwaarwegend genoeg zijn om anderen te beperken in hun handelen jegens dieren? De discussie gaat hier dus niet om de rechten van dieren, maar om de vraag of het afgrenzen van dierenrechten - om persoonlijke ethische overwegingen - een voldoende zwaarwegende grond is om andere te weerhouden er inbreuk op te maken.
Inzet van de discussie is dus niet het recht van dieren, maar het recht van mensen om op grond van hun opvatting over de morele positie van dieren, anderen in hun persoonlijke handelen te beperken. Deze invalshoek heeft als voordeel dat het niet draait om de subjectieve inschatting van dierenwelzijn, maar om de geobjectiveerde mening van mensen onderling.
Dieren kennen geen ethiek. Een wolf eet een ander dier zonder aan het welzijn van de prooi te denken. Katten spelen met muizen tot de dood erop volgt. Een spin verdooft zijn prooi om het later te verslinden.
Het heeft geen zin menselijke normen en waarden te projecteren op dierlijk gedrag. Omdat dieren geen enkel besef van ethiek hebben, ze gewoon hun aard volgen, is ze niets te verwijten.
Hebben dieren die - volgens menselijke standaarden - onethisch handelen, recht op menselijk ethisch handelen?
Je kunt het ook anders zeggen. Mensen zijn dieren, maar dieren met een moreel besef. Verplicht dit morele besef hen om hun dierlijke - onethische - kant te onderdrukken. Als een kat wreed mag zijn, waarom geldt dat dan niet voor een mens? Mensen zijn in staat te denken, te wikken en te wegen. Maar aan al dat wikken en wegen onderligt onze animale kant. Een kant die niet zozeer wil denken aan ethische overwegingen, maar aan behoeftebevrediging.
Een karbonade is lekker en als de karbonade goedkoop is, kunnen we het resterende geld uitgeven aan andere behoeftebevredigingen. Een goedkope karbonade heeft dierenleed nodig. Immers, het dier wordt een middel om onze behoefte te bevredigen. Waarom zou het leed van dieren in de weg moeten staan van menselijke behoeftebevrediging? In de natuur is er dagelijks dierenleed, maar daar plakken we geen ethisch plaatje op. Waarom bekijken we wat de mens met dieren doet dan wel met een ethische bril?
Het opkomen voor dierenrechten is niet rationeel. Evenmin als het opkomen voor mensenrechten. Voor een paar tientjes red je levens van negerkindjes en toch koop je een cd of duur toetje. Het gaat dan ook niet om de rationaliteit van de stellingname, maar om het gevoelsmatige vuur waarmee je stelling neemt. Het weerhouden van anderen inbreuk te maken op jouw handelen, is geen kwestie van een rationele onderhandeling. De een wil een goedkope karbonade, een ander een gelukkig varkensleven. Is consensus dan nog mogelijk?
Hoe onderhandel je over diepgewortelde overtuigingen? Welke ruimte is er om irrationele overwegingen te kunnen verdedigen tegen andere irrationele overwegingen? Wanneer is een persoonlijke stellingname voldoende om anderen te beperken in hun handelen? Dit zijn vragen die beantwoord moeten worden alvorens er ingegaan kan worden op de rechten van dieren. Mensen hebben rechten om hun vrijheid tegen inbreuk van anderen te beschermen.
Wil je dieren rechten geven om zich te vrijwaren van inbreuk door de mens, dan moet je mensen ervan overtuigen dat inbreuk op de rechten van dieren ook een inbreuk is op de rechten van een mens. Namelijk het recht om als mens de positie van dieren te willen verdedigen. Dit is een irrationeel verlangen, maar geen verlangen dat daarom - vanwege de irrationaliteit - niet te verdedigen is. Inbreuk op de rechten van dieren is inbreuk op de rechten van mensen om dierenrechten te verdedigen.
Evenzeer is het verdedigen van dierenrechten een inbreuk op de rechten van diegenen die een goedkope karbonade willen eten. Er is dus geen wederzijdse vrijheid, maar een persoonlijke gebondenheid aan de eigen overtuigingen. Overtuigingen die je alleen maar kunt bewerkstelligen door een gebondenheid aan gedeelde afspraken.
Dieren hebben geen rechten. Hun welzijn hangt af van de mate waarin een mens zich wil vastleggen in een compromis met andere mensen. Dierenwelzijn is daarom afhankelijk van intermenselijke onderhandelingen en uiteindelijk van persoonlijke flexibiliteit in het ethische domein.
Auteur Marcello Russo. |