Functioneel voedsel: zuivel met een gezondheidsbelofte zonder bewijs

Gezondheid als verkoopargument

Nederland liep vaak voorop bij ontwikkelingen die meer schade dan voordeel brachten. Denk aan de bio-industrie of de uitvoer van melkpoeder naar armere landen. Daarachter zat het belang van een paar grote bedrijven. De consument had er weinig aan. Door de schaalvergroting verdwenen ondertussen veel boerenbedrijven.

Het grootste deel van de Nederlandse zuivel gaat naar het buitenland. Die overproductie lost de honger in de wereld niet op. Het tegendeel is het geval.

Functioneel voedsel past in dat patroon. Het is een product waaraan iets is toegevoegd dat gezond zou zijn: een melkzuurbacterie, vezels, vitamines of plantensterolen. Meestal is zuivel de drager. Zo krijgt een product dat een volwassene niet nodig heeft, toch een gezond imago.

Zuivel is niet onmisbaar

Zuivel levert eiwit en calcium. Maar dat kan ook anders. Volgens het Voedingscentrum past sojadrink in de Schijf van Vijf als er calcium en vitamine B12 aan is toegevoegd en er weinig suiker in zit. Calcium zit ook in volkorenbrood, groene groenten, peulvruchten, noten en tofu.

Een volwassene heeft ongeveer 950 tot 1200 milligram calcium per dag nodig, afhankelijk van leeftijd en geslacht. Wie gevarieerd eet, haalt dat meestal zonder pil.

Calciumpillen worden toch volop aangeprezen, soms misleidend. Al in 2003 oordeelde de Reclame Code Commissie dat een fabrikant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn calciumpil botontkalking voorkomt.

Probiotica: veel reclame, geen bewezen claim

In 2004 waren probiotische yoghurtdrankjes de nieuwe reddingsboei van de zuivelindustrie. Elke fabrikant had zijn eigen "unieke" melkzuurbacterie. Rob Sijmons zette in Vrij Nederland (17 januari 2004) op een rij hoe dun het bewijs was. Alleen bij een bepaalde vorm van diarree bij kinderen was een klein effect gevonden: de ziekte duurde een dag korter.

Sindsdien zijn de regels strenger. Sinds december 2012 mag een fabrikant in de EU alleen nog gezondheidsclaims gebruiken die zijn goedgekeurd. De Europese voedselautoriteit EFSA beoordeelde honderden claims voor probiotica. Ze keurde er geen enkele goed, omdat het bewijs onvoldoende was. Danone trok in 2010 zijn aanvragen voor Actimel en Activia zelf in.

De drankjes staan nog steeds in de schappen. De gezondheidsbelofte mag niet meer op het etiket, maar het gezonde imago is gebleven. Gewone yoghurt is goedkoper en waarschijnlijk net zo gezond.

Proefdieren voor een gezond imago

Ook voor functioneel voedsel worden dieren gebruikt in het laboratorium. Nieuwe bacteriestammen en ingrediënten worden vaak eerst getest op muizen en ratten, bijvoorbeeld om te zien wat ze in de darmen doen. Voor een gezondheidsclaim kijkt EFSA vooral naar onderzoek bij mensen. De dierproeven leveren dus niet eens het bewijs op dat de fabrikant nodig heeft. Ze dienen vooral de marketing van een product dat een volwassene niet nodig heeft. Lees meer in Biotechnologie draait op proefdieren.

Wie betaalt de prijs?

Functioneel voedsel is vooral een manier om meer te verdienen aan een product dat al in overmaat wordt gemaakt. De koeien betalen de prijs, in een melkveehouderij die draait op export. Het lekkerder en voedzamer maken van plantaardig voedsel zou veel meer problemen oplossen dan het "verrijken" van zuivel.

Lees ook

Bronnen: Voedingscentrum, calcium en sojadrink; Verordening (EG) 1924/2006 (claimsverordening); EFSA-beoordelingen van probioticaclaims (2009–2014); Rob Sijmons, "Voedsel als medicijn voor gezonde mensen", Vrij Nederland, 17 januari 2004; Reclame Code Commissie, juni 2003. Bijgewerkt op 7 oktober 2026.