Uit intermediair 14 december 2000 (Jan Werts)    
Bij Europees geld is de bestedingsmoraal laag. Wie steun krijgt uit Brussel denkt al gauw: "Het komt van de grote hoop: Europa". Het is nog waar ook. De Europese Unie financiert haar eigen wanorde omdat zij financieel onafhankelijk is. De Unie geeft dagelijks ruim 200 miljard per jaar uit. Ruim 40% daarvan gaat op aan landbouwsubsidies. Eenderde is voor de ontwikkeling van de achtergebleven regio binnen de EU (bijvoorbeeld de Flevopolder! - AF).   Wie draaien nu vooral op voor dit Europa? Dat zijn vooral de consument en de belastingbetaler. Zij hebben vaak niet eens in de gaten dat bijna 10% van alle btw die ze betalen voor Brussel is. Dat levert 40% van de inkomsten op. Daarnaast betalen de Nederlandse minister van Financiën en zijn collega's ongeveer evenveel contributie. Derde bron van inkomen zijn de EU-heffingen op goedkope producten uit verre (vaak arme) landen. Door die heffingen betaalt de consument extra voor dergelijke producten.
Tot zover Intermediair    
In Nederland worden dieren op allerlei manier uitgebuit. In de veehouderij worden zoveel mogelijk dieren gehouden als economisch rendabel wordt geacht. De mogelijkheid van export maakt dat we in ons land drie keer zoveel dieren houden als voor de eigen consumptie benodigd is. De dieren worden in zo kort mogelijk tijd op slachtgewicht gebracht en, in het geval van koeien, in onredelijk korte tijd (4 jaar) uitgemolken. Gevolg is overproductie, dierenleed en schade aan milieu en onze gezondheid.  
     
De belastingbetaler en niet de veroorzaker van het leed van de vervuiling betaalt, ook in het geval dat de sector schade (varkenspest en BSE) lijdt.
Er vanuit gaande dat de werkelijke kostprijs van varkensvlees 30% hoger ligt, betekent dit dat de belastingbetaler bijna 2 miljard extra betaalt voor zijn varkensvlees. Dat is per varkenshouder meer dan 50.000 euro. Weliswaar vindt deze subsidie (net als voor de kippenmesters) op de vrije markt niet direct plaats, er is wel degelijk sprake van indirecte subsidie.
  Het is in het belang van weinigen dat de intensieve veehouderij kunstmatig in stand wordt gehouden via subsidies. Via deze omweg worden de prijzen van dierlijke producten laag gehouden. Dat lijkt voordelig maar is het nauwelijks en ook niet democratisch.
Wij vinden dat het in stand houden van deze sector niet ten laste mag komen van de belastingbetaler. Door de export onmogelijk te maken en door de eis te stellen dat de bedrijfsvoering op ecologische wijze gebeurt en door voldoende te controleren op het dierenwelzijn kan uitbuiting van dieren worden beëindigd en worden voorkomen. De consument is dan uiteindelijk bijna even duur uit.
     

De consument zou direct de prijs voor vlees moeten betalen die een verantwoorde productie kost en niet eerst een beetje via de belasting en later bij de slager de rest. Dit is een vorm van gespreide betaling die de werkelijke kosten verbergt.
Het gebruik van dieren is met de huidige stand van zaken van de techniek op geen enkele manier nodig, het zou allemaal net zo goed zonder dieren kunnen. Vlees en zuivel zijn niet essentieel voor de gezondheid van mensen, en de sector zou dan ook volledig op eigen benen moeten staan.

De boodschap is niet dat we dieren uit de samenleving moeten bannen, maar dat we moeten samenleven met dieren, terwijl ook dieren hun vrijheid krijgen. Gedacht moet hierbij ook worden aan voldoende ruimte in de natuur, waarin dieren veilig zijn voor de mens, dat wil zeggen met voldoende leefruimte, voedsel en mogelijkheid om soortgenoten tegen te komen. Een dier heeft recht op een eigen, natuurlijke manier van leven.

Zie ook Koos van Zomeren in de NRC.

 

Het moet financieel aantrekkelijk worden gemaakt om dieren langer te laten leven onder acceptabele omstandigheden. Koeien uit veel biologische veehouderijen worden pas op 8-jarige leeftijd geslacht (2x zo oud als nu) en dan nog is dat op de helft van hun productieve leven.
Wanneer een hogere slachtleeftijd in het geval van koeien samengaat met het testen van alle dieren op voor de mens schadelijke ziekten als BSE bij de slacht dan weten we zeker dat we op een verantwoorde en zuinige manier omgaan met levende wezens en de natuur.
Nu worden koeien geslacht op een leeftijd ver voor zij oud zijn.

Met samen meer dan 500 miljoen euro aan subsidies zijn de zuivel­producenten in 2005 de grootste ontvangers van EU–subsidies in Nederland. Wanneer de Europese overheden geen verkapte subsidies meer geven aan de veehouderij dan ontstaat de eerlijke situatie dat iemand die verkiest geen vlees te eten of nog minder gebruik te maken van dieren ook niet mee betaalt aan wat hij of zij ziet als uitbuiting.
Nog diervriendelijker alternatieven dan de scharrelhouderij worden hierdoor aantrekkelijk.