We kennen allemaal de "grappige" tv-reclame waarin zuivelproducten worden gepromoot.

  • Peer Mancini met Boerenland zuivel (Campina Melkunie) met koe, die waterskiër is; meerijdt in de zijspan; een trekker bestuurt; een "bommetje" maakt in het zwembad; knaagt op bot; haar bot opgraaft.
  • Mona Zuivel (Mijn man werkt bij Mona en maakt nieuwe toetjes)
  • Cora van Mora (met Mijnheer de Man).
  • Wij van Remia, ja? (2 laboranten die fritessaus promoten).

  Gemeenschappelijk in deze spotjes is de vorm van humor. Deze humor heeft meestal een vast stramien. Een houterige meneer (symbool voor de saaie bedrijfstak) wordt op de hak genomen door spitsvondige man of vrouw. Liefst een typetje dat vaak geïmiteerd zal worden.
De opzet van de humor is naamsbekendheid van het merk en het product en om de aandacht af te houden van de werkelijkheid van uitbuiting van het dier. De beoogde associatie die bij de kijker wordt opgeroepen is dat fabrikanten die gevoel voor humor hebben geen onverantwoorde dingen doen. Het is ook een poging van de reclamemakers van afstand houden tot het product, waar zij persoonlijk zelf waarschijnlijk niet achter staan.
Allemaal zijn ze zogenaamd bezorgd om het milieu en met die zorg willen ze scoren, over eventueel dierenleed wordt angstvallig niet gesproken. Deze brutaliteit is zelfs soms zo sterk dat in twee zinnen volledig tegengestelde beweringen achter elkaar worden gedaan. Bijvoorbeeld de promoters van de attractieparken, waarin je van onderaf de oceaanbewoners kunt observeren, beweren dat zij het park hebben gemaakt om het milieu te sparen. In een volgende zin vertellen ze doodleuk dat er lampen gebruikt worden die 2x zoveel stroom verbruiken als de lampen die een voetbalveld verlichten!
     
De reclame van de Melkunie gaat zelfs zo ver dat de aspecten, waaruit het dierenleed bestaat, worden omgezet in grappig bedoelde elementen. In het reclamefilmpje van de Melkunie wordt de koe gepresenteerd als een dier dat 's ochtends bij het eerste hanegekraai staat te trappelen om naar buiten te rennen om melk te gaan maken. Vervolgens ligt de koe rustig de gehele dag te herkauwen. Op deze wijze wordt het geweten van de consument gesust. "Niets aan de hand, de koe doet het graag en heeft een luizeleventje". De consument weet vaag dat het dier wel wordt uitgebuit, maar via de humor wordt deze onrust omgezet in geruststelling.
De koe van tegenwoordig leeft het leven van iemand die traint om topsporter te worden. Hoewel zij wel 30 jaar kan worden, is de koe van nu uitgemolken, na 3 jaar achtereen een kalf te hebben gehad, op 4- of 5-jarige leeftijd. Zij wordt zoveel mogelijk binnen gehouden omdat buiten in de wei het voer nauwelijks kan worden beïnvloed, zodat de maximale productie niet wordt gehaald.
 

De gewetenloosheid van de moderne reclamemaker gaat zelfs zo ver dat domweg alles wordt omgedraaid: ongezond wordt gezond genoemd, milieuvervuiling wordt duurzaam. Melk mag tot 15 dagen dagvers worden genoemd en weidemelk is afkomstig van koeien die nauwelijks tijd in de wei doorbrengen. De consument wordt vervreemd van de producent.

Zie ook speciesistische humor en het dierenbeeld van kinderen.

Een klacht wegens strijd met de goede smaak en fatsoen kan worden gestuurd aan:
Stichting Reclame Code
Paasheuvelweg 15
1105 BE Amsterdam Z.O.

Humor die we wel waarderen wordt op deze pagina beschreven.

Zie ook Midas Dekkers in Lachte de koe om haar smeerkaas?

     
Hoe de reclame mensen verleidt tot het kopen van hun voedsel (Engels ondertiteld). We geloven wat op het label staat en we worden aangesproken door vooruitgang, en er is een belangrijke, derde factor.