Zeg dat je voor meer welzijn van dieren in de fabrieksboerderijen bent en je hoort steevast: dat kan niet, want de consument is niet bereid meer te betalen voor diervriendelijker vlees. Dat is het moment waarop het debat meestal in patstelling eindigt.

Ingezonden stuk in De Gelderlander, oktober 2006.

auteur Diana Saaman
Bestuurslid Stichting Frank en Frij

Maar is dat werkelijk de oorzaak, die prijsbewuste consument?

Nee.

Echt niet.

Het is een tactiek van de anderen: geef de consument de schuld en je hebt gewonnen in het debat. Maar ik geef je op een briefje: de consument is niet verantwoordelijk.

In ons land en ook in Europa is het verboden om een ivoren asbak te importeren. Ivoor is gewoon verboden. Een not done product. Dat is zo afgesproken, omdat we het niet zuiver vinden een olifant neer te knallen om van zijn tand een voorwerp te maken. Dat is wet en regel. Uitzonderingen daar gelaten, houdt een ieder zich eraan en kan zich bij dat verbod alles voorstellen. Dankzij deze wet kunnen we ivoor niet consumeren.

Als er een wet zou zijn, die de intensieve veehouderij verbiedt, kunnen we dat vlees niet meer consumeren.

En eigenlijk zou die wet er moeten komen. Een ivoren asbak is net zo erg als een karbonaadje uit de bio-industrie.

Ik hoor de varkensboeren nu al piepen en boos worden, want ze doen toch zo hun best. Luister, ons land is te klein om zoveel miljoenen varkens en kippen te herbergen. Iedereen weet dat ergens van binnen. Toch gebeurt het. En niet eens voor de Nederlandse consument. Onze varkensboeren produceren nota bene voor een buitenlandse consument, voor de rat race van de wereldmarkt. Zeventig procent van de varkens in ons land eindigt op een bord over de grens. Dankzij deze economische constructie zitten wij hier met veel dierenleed, milieuproblemen, leveren we een bijdrage aan de Derde Wereldproblematiek en krijgt de Nederlandse consument/ burger de schuld op zijn bord van de sector. Een sector die deze constructie zelf is aangegaan, gestimuleerd door de overheid!

De consument is niet zo machtig hoor. Zij kan niet kopen wat zij wil, want dat is aan regels gebonden. Mijn dochter van 1,5 kan geen Bacardi Breezer kopen. Ik kan geen tapijt kopen, wat vervaardigd is door kinderhanden. Zo zouden er ook regels moeten komen voor de productie van vlees die echt op een diervriendelijke manier hout snijden. Punt.

Iets anders is er dan gewoon niet te koop. Dat kan. Dat is mogelijk, maar is een politieke keus. Een keuze gebaseerd op normen en waarden. In een rijk en beschaafd land zou het eigenlijk niet mogelijk moeten zijn, dat varkens hier in het donker, op beton, op nog niet eens 1 vierkante meter hun korte leven slijten.

Ja, maar we zitten toch in Europa? Dat kunnen we toch niet op eigen houtje doen? Een reden die zowel door politici als door de sector wordt gebruikt. Goh, we kunnen ook euthanasie, abortus, drugs gedoogbeleid en zomeer anders dan de lidstaten regelen. Dat is een kwestie van keuzes en die hangt samen met een cultuur of beschaving van een land. De overheid en de sector willen echter geen beschaafde keuze maken op diergebied. Steeds meer Nederlanders willen wel een keuze maken. De overgrote meerderheid is de bio-industrie meer dan zat. We willen niet langer dierenleed, milieuproblematiek en een lelijk landschap door die grote schuren.

Er zit maar één ding op: de intensieve veehouderij moet drastisch inkrimpen met zeventig procent. Een sanering van de sector. De overblijvers zullen beschaafd moeten boeren met respect voor dier, milieu en mens. Een duurzame, kleinschalige veehouderij voor binnenlandse consumptie.

Dat wordt een hele klus, dat realiseer ik me. Dat betekent dat enkele duizenden boeren moeten stoppen met hun fabrieksboerderij. Dat weegt echter minder zwaar dan de miljoenen dieren die dagelijks lijden.

Maar dan komt er vlees uit het buitenland wat misschien fout vlees is en dat kunnen we niet weren door allerlei afspraken? Zou het? Het blijkt al jaren mogelijk om een Duits automerk in Nederland te weren tegen de (lagere)prijs, die in het land van productie voor hetzelfde voertuig moet worden neergeteld. Op autogebied is het dus mogelijk om protectionisme te bedrijven. Waar een wil is, is een weg.

We hebben alleen een overheid nodig die bereid is om normen en waarden in de praktijk te brengen op het gebied van dieren. En we hebben een beperkt aantal boeren nodig, die het echt te doen is om duurzaam, eerlijk vlees. Nu, dan vallen er zo wie zo al heleboel af.

Laten we nu eerlijk zijn: de varkens -en kippenhouder van tegenwoordig is toch eigenlijk geen boer? Het is een manager van een productiesysteem die enkel uit is op persoonlijk gewin. Daar is niets mis mee als je productie eenheden fietsen zijn. Maar met levende have is het toch iets anders.

De tijd is meer dan rijp voor een echte verandering in ons land. De fabrieksboerderijen hebben hun langste tijd gehad. De kritische massa onder Nederlanders en ook daarbuiten is groeiende.

Geachte sector: ontkennen van het dierenleed heeft geen zin meer. Consumenten de schuld geven is hierbij passé. Een paar zichtstallen om het imago op te vijzelen is zinloos. En zeggen dat het met dierenwelzijn hier beter gesteld is dan elders is een leugen.

Stop de bio-industrie!