Groeien of wijken

Over een ratrace op het platteland en een trap die hem tot stilstand kan brengen

Bij dit essay hoort een plaatje. Bovenaan staat een rij rode vakken die in een kringetje terugloopt naar het begin. In het midden staan drie grijze vakken. Onderaan staat een trap die naar rechts steeds hoger wordt. Ik bespreek het plaatje in drie delen, omdat elk deel een eigen vraag stelt. Wat drijft de boer? Wat blijft er achter en hoe kijken wij daarnaar? En wat zou de beweging kunnen keren?

Boven: de ratrace van schaalvergroting (lage marge, meer volume, andere boer opkopen, grotere machines) met als gevolg afgewentelde kosten, een monotoon landschap en beleving op vakantie. Onder: een gestaffelde heffing boven een vrij minimumniveau die kwaliteit, biodiversiteit, samenwerking en het behoud van boeren lonend maakt.

Sinds de eeuwwisseling is het aantal boerenbedrijven in Nederland gehalveerd. Dat klinkt als een leegloop, maar het land is niet leeggelopen. De grond ligt er nog en wordt nog bewerkt. Alleen het aantal handen dat haar bewerkt is gehalveerd. Een bedrijf dat stopt, verdwijnt zelden in het niets: het land gaat meestal naar een andere boer (vaak een buurman).

Een cirkel die zichzelf voedt

In de jaren zestig kreeg de landbouwpolitiek een motto dat nooit meer is verdwenen: "groeien of wijken". Het rode kringetje bovenaan het plaatje is dat motto in beweging.

Het begint bij een lage marge. Op een liter melk of een kilo varkensvlees verdient een boer weinig. Wie toch een goed inkomen wil, heeft twee knoppen om aan te draaien: meer volume en een lagere kostprijs per eenheid. Beide wijzen dezelfde kant op. Meer koeien op dezelfde stal, meer hectares onder dezelfde machine. Zodra een andere boer (vaak een buurman) stopt, ligt er een kans. Wie die grond koopt, groeit. Wie groeit, investeert in een grotere stal en een snellere machine. Wie investeert, heeft een hogere lening en moet weer meer produceren om die af te lossen. Zo voedt de cirkel zichzelf.

Ik wil hier geen schurken aanwijzen. Het systeem verleidt. Het verleidt zelfs sterk: de bank, de zuivelverwerker, de veevoerleverancier en de grondprijs trekken allemaal dezelfde kant op. Maar verleiding is geen dwang. Er waren altijd boeren die een andere afslag namen: biologisch, kleiner, met een winkel aan huis of met natuurbeheer als tweede tak. Dat zij bestaan, laat zien dat de keuze er was en er nog steeds is. De cirkel verklaart veel, maar ontslaat niemand van zijn eigen beslissing.

Opvallend is wie de cirkel overleeft. De kleine bedrijven verdwijnen, terwijl de grote en zeer grote bedrijven in aantal toenemen. De halvering is dus geen ramp die de sector als geheel overkomt. Het is een verschuiving binnen de sector, waarbij de een opgaat in de ander.

Wat de cirkel achterlaat en hoe we ernaar kijken

Onder de rode cirkel staan drie grijze vakken. Ze zijn grijs omdat ze niet op de rekening van de boer staan.

Kosten afgewenteldBelastingbetaler betaalt

Het eerste vak gaat over kosten die worden afgewenteld. Stikstof die in natuurgebieden neerslaat, mest die het grondwater belast, drinkwaterbedrijven die meer moeten zuiveren: die rekeningen komen bij de belastingbetaler terecht. Zelfs het stoppen wordt door de belastingbetaler betaald. De landelijke beëindigingsregeling vergoedt boeren tot 120 procent van hun bedrijfswaarde. De boer verdient dus aan de groei en wordt bij het stoppen gecompenseerd voor de groei die hij achter zich laat.

Monotoon landschapMinder biodiversiteit

Het tweede vak gaat over het landschap. Waar vroeger kruidenrijk grasland lag met slootjes, houtwallen en weidevogels, ligt nu Engels raaigras dat vijf of zes keer per jaar wordt gemaaid. De machines rijden harder dan een kievit zijn nest kan verdedigen. Het land is productief en tegelijk opvallend stil. Ik noemde Nederland eerder een park: alles is beheerd, er valt weinig meer te ontdekken.

Beleving op vakantieNatuur in buitenland

Het derde vak verklaart waarom die stilte zo weinig opvalt. De meeste Nederlanders gaan één keer per jaar op vakantie naar het buitenland. Daar, op een camping in de Auvergne of in een Oostenrijks dal, ontmoeten ze de boer die ze in hun hoofd hebben: een paar koeien in een bloemenwei, een bord met "verse eieren" aan het hek. De beleving hebben ze op vakantie, de natuur vinden ze in het buitenland. Dat beeld nemen ze mee naar huis. Het imago van de Nederlandse boer wordt zo onderhouden door een boer die niet in Nederland woont.

Hier hoort ook een misverstand bij dat hardnekkig is. Veel mensen denken dat de halvering het gevolg is van slecht overheidsbeleid: regels, vergunningen en stikstofwetten zouden boeren van hun land hebben gejaagd. Maar de cirkel draaide al decennia voordat er sprake was van een stikstofcrisis. Het grootste deel van de halvering vond plaats toen de regels nog ruim waren. Wie dan toch de overheid de schuld geeft, verwisselt oorzaak en gevolg: de regels zijn een late reactie op schade die de cirkel heeft veroorzaakt.

Voor een deel van de sector is dat misverstand bruikbaar. Zolang het publiek gelooft dat de overheid de boer wegjaagt, voelt elke nieuwe regel als een volgende klap. Dat maakt het makkelijker om regels uit te stellen, aan te vechten of te saboteren. Ik maak daarbij een onderscheid tussen boos zijn en onrecht hebben ondervonden. Boosheid is echt en soms begrijpelijk. Maar boosheid bewijst nog niet dat er onrecht is gedaan. Veel protest is voorzorg: verzet nu, zodat de grenzen later niet verder worden aangescherpt.

Een trap in plaats van een cirkel

Onderaan het plaatje staat geen cirkel maar een trap. Dat verschil is het hele punt. Een cirkel heeft geen rem: elke ronde maakt de volgende ronde noodzakelijk. Een trap wordt steeds zwaarder naarmate je hoger klimt.

Het idee is eenvoudig. Een boer mag tot een bepaald minimumniveau vrij produceren. Dat niveau is ruim genoeg voor een gezinsbedrijf om van te leven. Daarboven betaalt hij een heffing die per schijf oploopt: wie verder groeit, draagt een steeds groter deel van de schade die die groei veroorzaakt. Zo komt de vervuiler betaalt eindelijk ook in de landbouw aan.

Wat verandert er dan? Niets wordt verboden. Een boer blijft vrij om te groeien. Alleen de rekensom verandert. Bij elke extra koe boven het minimum gaat hij zich afvragen of die koe meer oplevert dan ze kost. Steeds vaker zal het antwoord nee zijn. Dan wordt investeren in iets anders interessant: in kwaliteit in plaats van volume, in kruidenrijk grasland, in biologische productie, in een sloot met een natuurvriendelijke oever. De vier groene vakken op het plaatje zijn geen opdrachten. Het zijn plekken waar rendement ontstaat zodra volume duurder wordt.

Ook de verhouding met de overheid verandert. Zolang regels voelen als willekeurige verboden, is de overheid een tegenstander. Een heffing met een heldere rekensom maakt haar eerder een partner: je weet wat schade kost en je weet wat herstel oplevert. Dat opent de weg naar samenwerking, bijvoorbeeld in agrarische natuurcollectieven, waarin boeren worden betaald voor wat ze voor het land doen in plaats van voor wat ze eruit halen.

Twee voorwaarden zijn onmisbaar. De opbrengst van de heffing moet terugvloeien naar het herstel van de schade en naar boeren die die omslag maken. Verdwijnt het geld in de algemene middelen, dan wordt de heffing een belasting zoals alle andere en verliest ze haar zin. Daarnaast moet de heffing zo zijn ingericht dat een bedrijf zich niet kan opsplitsen om onder de schijven te blijven. Wie twee bedrijven op naam van twee familieleden zet, moet als één bedrijf worden gezien.

Er zijn bezwaren te verwachten. Boerenorganisaties zullen zeggen dat de lage marge niet hun keuze is maar die van supermarkten en de wereldmarkt. Daar zit iets in. Maar juist omdat de markt de marge laag houdt, is een tegenwicht nodig dat de rekensom verandert. Een ander bezwaar is de angst voor voedseltekort. Die angst past slecht bij een land dat het grootste deel van zijn landbouwproductie exporteert en het voer voor zijn vee grotendeels importeert. Minder volume betekent hier niet minder eten op de Nederlandse tafel.

Wat er weg kan

Ik wil dit essay niet afsluiten met een oproep aan boeren om beter hun best te doen. Zo'n oproep werkt slecht tegen een cirkel die zichzelf voedt. Wat wel kan werken, is iets weghalen: de beloning voor groei zonder verantwoording. Haal die weg en de cirkel verliest zijn motor.

Misschien is de boer op de camping in de Auvergne geen ander soort mens dan zijn Nederlandse collega. Misschien leeft hij alleen in een andere rekensom. Zou de Nederlandse boer, met een trap in plaats van een cirkel, op den duur weer gaan lijken op het beeld dat wij elk jaar van vakantie mee naar huis nemen?