Welke vormen van vermaak met dieren zijn er?

Hoe staat het er nu voor?

Hieronder staan negen vragen en antwoorden van Paul Denekamp over vermaak met dieren. De vragen zijn nog steeds actueel. Een aantal regels en cijfers is sindsdien wel veranderd.

Wat er sindsdien veranderde

  • Circus. Sinds 15 september 2015 mogen wilde zoogdieren in Nederland niet meer optreden in een circus. Dat staat in het Besluit houders van dieren. Honden, katten, kamelen, lama's en paarden mogen nog wel. Lees ook welzijnsproblemen bij wilde dieren in het circus en welke landen een verbod hebben.
  • Dierengevechten. Het organiseren van en meedoen aan dierengevechten is volgens de Wet dieren (artikel 2.14) een misdrijf. Toch komen hondengevechten nog voor. In 2019 kregen vier mensen straf voor het organiseren van hondengevechten in Amersfoort.
  • Jacht. De jachtregels stonden eerst in de Flora- en faunawet, daarna in de Wet natuurbescherming (2017). Sinds 1 januari 2024 staan ze in de Omgevingswet. De provincies en de faunabeheereenheden bepalen hoeveel er geschoten mag worden. Een landelijk totaal van het aantal gedode dieren wordt niet bijgehouden. Lees ook Mag de jager voor zijn plezier doden?
  • Hengelen. De NVVS uit het artikel heette later Sportvisserij Nederland. Eind 2025 ging die op in de Sportvisunie. In 2022 waren er 672.764 VISpassen. Volgens de minister vissen meer dan een miljoen Nederlanders weleens. Lees ook het welzijn van vissen.
  • Duivensport. De duivensport krimpt. De NPO had in november 2025 nog 12.245 leden. De bond verwacht er in 2030 nog zo'n 10.000.
  • Kermis. Er is geen landelijk verbod op ponyrijden op de kermis. Sommige gemeenten weren dieren zelf, zoals Tilburg. In Vlaanderen zijn kermisattracties met paarden en pony's sinds 2021 verboden.
  • Stierenvechten. In Spanje is het nog steeds toegestaan. Colombia verbiedt stierenvechten vanaf 2027. In Mexico-Stad mag een stier sinds 2025 niet meer worden verwond of gedood. Lees ook drogredenen over stierenvechten.

Wat nog steeds speelt

Bronnen: Besluit houders van dieren, wijziging van 28 augustus 2015; Wet dieren, artikel 2.14; NOS (2019); Sportvisserij Nederland, jaarverslag 2022; Kamerbrief over de sportvisserij; NPO, ledenraad 22 november 2025; Omroep Brabant (Tilburg); Colombiaanse wet "No Más Olé" (2024); stadsparlement Mexico-Stad, 18 maart 2025. In het artikel zijn enkele tikfouten verbeterd. Bijgewerkt op 14 oktober 2026.

Het oorspronkelijke artikel

Minstens 10 vormen van vermaak met dieren

  1. Wat verstaan we onder vermaak met dieren?
  2. Welke vormen van vermaak met dieren zijn er?
  3. Komt vermaak met dieren veel voor?
  4. Komt vermaak met dieren in Nederland meer voor dan in het buitenland?
  5. Is vermaak met dieren een nieuw verschijnsel?
  6. Hebben de dieren die gebruikt worden voor menselijk vermaak daarvan te lijden?
  7. Kan een dier lijden ervaren?
  8. Is vermaak met dieren ethisch toelaatbaar?
  9. Is het niet veel belangrijker om te strijden tegen het misbruik van dieren in de bio-industrie?
De negen vragen en antwoorden zijn geformuleerd door Paul Denekamp.

Wat verstaan we onder vermaak met dieren?

Er kan geen misverstand bestaan over wat te verstaan onder vermaak met dieren. Van Dale geeft als synoniemen voor vermaak op: genoegen, plezier, uitspanning. Een ander begrip dat ook wel gebruikt wordt maar wat minder veelomvattend is, is: recreatie met dieren. Sport met dieren valt hier niet onder, terwijl dat wel vermaak met dieren is. Een ander belangrijk begrip is: educatie met dieren. Formeel is leren met dieren iets anders dan plezier hebben met dieren. Maar in de praktijk is er meestal sprake van een mengvorm van educatie en vermaak. Leren gaat vaak beter als het gekoppeld is aan plezier.

Voorbeelden van (volks)vermaak met dieren

Wij onderscheiden de volgende belangrijke vormen van vermaak met dieren die met dit doel gehouden worden (deze opsomming is dus niet uitputtend):
  1. circussen met dieren
  2. dierentuinen
  3. dolfinaria
  4. kinderboerderijen
  5. duivensport
  6. paardensport
  7. zangwedstrijden met vogels
  8. recreatief paard- (en pony-)rijden
  9. het op laten treden van dieren bij allerlei soorten manifestaties
  10. wedstrijden met dieren op volksfeesten

Bij punt 9 kan gedacht worden aan iets als het gebruik van kamelen en olifanten bij het openen van een winkel. Bij punt 10 aan iets als 'zwientje tik', waarbij het erom gaat geblinddoekt zo snel mogelijk een varken in een ruimte aan te tikken.

Kinderboerderijen kunnen ook als vorm van educatie worden beschouwd, maar zijn in de praktijk meestal toch een mengvorm van educatie en vermaak. Dierentuinen en dolfinaria pretenderen ook een dergelijke mengvorm te zijn, maar bij hen overheerst in sterke mate het vermaak.

Daarnaast kunnen jagen en hengelen beschouwd worden als vormen van vermaak met in het wild levende dieren. Bij het hengelen wordt dit soms gecombineerd met het houden van wedstrijden. Wat betreft landbouwhuisdieren kunnen dierententoonstellingen zeker opgevat worden als een vorm van vermaak met dieren en datzelfde geldt voor de tentoonstellingen en daaraan verbonden wedstrijden met huisdieren. Ook zijn er illegale vormen van vermaak met dieren, waarbij vooral gedacht kan worden aan dierengevechten met honden en met hanen.

Komt vermaak met dieren veel voor?

Ja, het gaat jaarlijks in Nederland om vele miljoenen dieren. De NVVS (Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties) claimt dat er meer dan 1 miljoen Nederlanders wel eens hengelen. Alleen al het aantal opgehengelde vissen overtreft dus jaarlijks ruimschoots dat miljoen. Jagers doden jaarlijks honderdduizenden dieren en verstoren de rust van nog veel meer dieren. In alle dierententoonstellingen doen vele honderdduizenden koeien, schapen, honden, katten, vogels en nog veel meer dieren mee. Ook bij kinderboerderijen praat je over honderdduizenden dieren en bij dierentuinen over miljoenen (vooral de talrijke vogels en vissen). De Nederlandse duivenhouders hebben meer dan honderdduizend duiven en bij de paardensport en de maneges gaat het om tienduizenden paarden en pony's. En dan hebben we nog lang niet alle dieren gehad die gebruikt worden voor menselijk vermaak.

Komt vermaak met dieren in Nederland meer voor dan in het buitenland?

De meeste vormen van vermaak met dieren komen op veel plekken in de wereld voor. In arme landen zijn jagen en hengelen ook manieren om aan eten te komen. In Nederland zijn sommige vormen van vermaak, zoals jagen, meer ingeperkt door regels dan bijvoorbeeld in Oost-Europa of Amerika. Een vorm van vermaak met dieren, dierengevechten, komt in Nederland alleen illegaal voor maar is in andere landen heel populair. Te denken valt dan aan de hanengevechten o.a. in Indonesië en het stierenvechten o.a. in Spanje. In het algemeen kan gesteld worden dat in Nederland relatief wat minder vermaak met dieren plaatsvindt dan in andere delen van de wereld. Soms wordt vermaak met dieren ook geëxporteerd. Er worden jachtreizen georganiseerd naar verre landen om op dieren te kunnen jagen, waarop hier niet meer gejaagd mag worden of die hier al uitgeroeid zijn.

Is vermaak met dieren een nieuw verschijnsel?

Nee, natuurlijk niet. De Romeinen waren beroemd om hun dierengevechten en in de bijbel zit Daniël al in de leeuwenkuil. In 1886 was er in de Amsterdamse Jordaan het beroemde palingroproer, toen de politie het populaire palingtrekken verbood. Palingtrekken is het vanuit een boot een paling naar beneden proberen te trekken, die met touwen over de gracht heen vastgebonden is.

De menselijke wijze van omgaan met dieren, en dus ook vermaak met dieren, verschilt sterk per cultuur en heeft zich enorm ontwikkeld in de tijd. Veel vormen van vermaak met dieren worden in delen van de wereld langzamerhand niet meer acceptabel gevonden omdat ze gepaard gaan met te veel dierenleed. Er is hier zeker sprake van een (wereldwijd) beschavingsproces. Dierenleed wordt steeds minder geaccepteerd, maar de vooruitgang gaat erg langzaam. Het vermaak met dieren is in de loop der eeuwen zeker in omvang niet afgenomen, alleen al omdat het aantal mensen op aarde enorm is toegenomen. Of momenteel wereldwijd vermaak met dieren afneemt, toeneemt of ongeveer gelijk blijft is nu een te lastige vraag om te beantwoorden.

Hebben de dieren die gebruikt worden voor menselijk vermaak daarvan te lijden?

Dat wisselt per situatie. Als een man of vrouw met zijn hond of kat wil spelen, zal dat vaak tot wederzijds genoegen gebeuren. Soms als kinderen met een huisdier willen spelen, tillen ze het dier zo op dat het eronder lijdt. Bij de jacht en het hengelen worden de dieren die het doelwit zijn, geconfronteerd met voor hen heel angstige situaties. Deze dieren lijden allemaal bij dit menselijk verlangen naar vermaak. Daar bovenop komt dat dit menselijk verlangen voor veel van deze dieren inhoudt dat ze moeten sterven.

Het probleem voor deze dieren is niet alleen het vermaak zelf. Ook de omstandigheden waarin de dieren gehouden worden en de wijze waarop ze getransporteerd worden bezorgen dieren veel ellende. Een deel van de dieren die gehouden worden voor vermaak krijgt veel waardering van mensen voor het vermaak dat ze bieden. Maar hoe gaat het met die dieren, die mensen niet datgene kunnen bieden waarop ze hopen? Veel dieren worden gehouden om ze dingen te laten doen, die ze van nature nooit zullen doen. Wat hebben ze allemaal moeten doorstaan voor ze doorhadden wat mensen van hen verwachten? En wat moeten ze overwinnen om dat steeds weer te doen?

Kan een dier lijden ervaren?

Omdat een dier niet met praten kan communiceren is het voor ons als mensen heel moeilijk om echt vast te stellen dat een dier lijdt. Bij de meeste dieren zijn wel reacties waarneembaar en meetbaar die het aannemelijk maken dat het betreffende dier een gebeurtenis onaangenaam vindt, maar of dat onder de menselijke definitie van lijden valt is de vraag.

Feit is dat gewervelde dieren een zenuwstelsel hebben dat veel lijkt op het onze en dat het daarom heel onwaarschijnlijk is dat ze bij voor hen bedreigende situaties geen onaangename gevoelens krijgen. En die onaangename gevoelens mogen dan misschien niet hetzelfde zijn als menselijk lijden, ze behoren op zich voldoende reden te zijn om die dieren deze gevoelens zoveel mogelijk te besparen.

Maar hoort een mens zijn handelen, als dat gevolgen heeft voor een dier, eigenlijk niet te laten leiden door het 'voorzorg-principe'? Dat principe wil zeggen, dat zo lang een mens niet zeker weet dat een dier negatieve ervaringen krijgt van zijn/haar menselijke handelen, hij/zij dit handelen, indien enigszins mogelijk, achterwege moet laten totdat hij/zij daarover wel duidelijkheid heeft.
Niet het dier moet aantonen dat het lijdt maar de mens moet bewijzen dat het dier van zijn/haar handelen geen negatieve ervaringen kent. Het probleem is dat volgens dit principe strikt genomen geen koe geslacht kan worden, omdat het bewijs, geen negatieve ervaringen voor die koe, niet te leveren valt.
Maar in een genuanceerde vorm is dit voorzorgprincipe een prima middel.

Is vermaak met dieren ethisch toelaatbaar?

We zijn het er in Nederland gelukkig over eens dat mensen niet met dieren mogen doen wat ze willen. Maar omgekeerd willen we ook niet zover gaan dat mensen niets met dieren mogen doen. De meeste mensen vinden het onder bepaalde voorwaarden ethisch toelaatbaar dat mensen landbouwhuisdieren houden en soms doden. Sterker nog, we juichen het toe dat er nog steeds in Nederland boeren zijn die op een goede manier met dieren willen werken.

Ook vermaak met dieren kan ethisch toelaatbaar zijn. De voorwaarden waaronder het ethisch toelaatbaar is, willen we op de themadag uitwerken. Belangrijke criteria daarbij zijn of het betreffende dier zijn soorteigen gedrag kan vertonen, pijn of stress ondervindt en op een natuurlijke manier gehuisvest wordt. Daarbij dient ook een onderscheid gemaakt te worden tussen dieren die gedomesticeerd zijn en dieren die niet gewend zijn bij mensen te leven zoals veel uitheemse dieren.

Is het niet veel belangrijker om te strijden tegen het misbruik van dieren in de bio-industrie?

Het gaat in de bio-industrie inderdaad om veel meer dieren en die dieren worden mogelijk gemiddeld meer mishandeld dan de dieren die het onderwerp zijn van menselijk vermaak. De strijd tegen de bio-industrie heeft niet voor niets jarenlang de topprioriteit gehad van de dierenrechtenbeweging. Die strijd is zeker niet zonder succes geweest en kan, als we stug doorgaan, nog veel meer opleveren.

Maar aan vermaak met dieren is al die tijd heel weinig aandacht besteed en dat is ten onrechte. Juist om mensen op te voeden om beter met dieren om te gaan kan het onder de aandacht brengen van menselijk vermaak met dieren heel verhelderend werken. We pleiten er immers niet voor dat mensen niets met dieren mogen doen. Maar als ze iets met dieren willen doen, moet dat wel heel zorgvuldig gebeuren, zeker als het menselijk doel alleen of hoofdzakelijk vermaak is.

Lees ook: Het doden of toetakelen van een dier als kunstobject; Bring the Elephant HOME helpt Thaise olifanten van de straat.