Wat betekenen de woorden rond mest en stikstof?
Rond mest en stikstof gebruiken overheid en sector veel vaktermen. Sommige woorden verklaren iets. Andere versluieren juist wat er aan de hand is. Lees daarover ook eufemismen in de intensieve veehouderij.
Deze lijst is oorspronkelijk gebaseerd op een uitgave van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Termen die niet meer gelden, staan er nog in, omdat ze in oudere artikelen voorkomen. Ze zijn gemarkeerd met vervallen. Daarbij staat wat ervoor in de plaats kwam. Hoe het mestbeleid zich heeft ontwikkeld, lees je in het mestprobleem en de mestwetgeving.
Termen van A tot Z
Aanvoernorm
vervallen
Maximum per hectare aan stikstof in de mest van de eigen veestapel en eventueel aangevoerde mest. Nu gelden de gebruiksnormen.
Algemene Inspectiedienst (AID, nu NVWA)
vervallen
Voormalige controledienst van het ministerie van Landbouw. De AID is in 2012 opgegaan in de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Die controleert nu ook de mestregels.
Ammoniakemissie
Het vervluchtigen van stikstof in de vorm van ammoniakgas (NH3), bijvoorbeeld uit een stal, uit een mestopslag of bij het uitrijden van mest.
Broeikasgas
Een gas dat warmte vasthoudt (absorbeert) en daardoor de aarde verwarmt. Voorbeelden zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). De veehouderij stoot vooral methaan en lachgas uit.
Bureau Heffingen
vervallen
Voormalige dienst van het ministerie van Landbouw. Die controleerde de aangiften voor de mestwetgeving, onder meer voor het Mineralenaangiftesysteem (Minas). Ook inde ze de Minas-heffingen. Dit werk doet nu de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Depositie
Het neerslaan van stoffen (zouten) uit de lucht. In het mestbeleid gaat het vooral om stikstofverbindingen als ammoniak (NH3) en ammonium (NH4+). Zie ook stikstofdepositie.
Derogatie
Een uitzondering op een Europese regel. Van 2006 tot 2026 mochten Nederlandse boeren met veel grasland meer stikstof uit dierlijke mest uitrijden dan de Europese norm van 170 kilo per hectare. Die derogatie is per 1 januari 2026 vervallen. Sindsdien moet er meer mest weg.
Emissieplafond
De maximale hoeveelheid van een stof die een land per jaar mag uitstoten. De Europese NEC-richtlijn uit 2016 legt die plafonds vast. Nederland moet de uitstoot van ammoniak vanaf 2030 met 21 procent hebben verlaagd ten opzichte van 2005. Het oude plafond van 128 kiloton ammoniak voor 2010 is vervallen.
Eutrofiëring
Verrijking van bodem en water met te veel voedingsstoffen (stikstof en fosfaat). In het water groeien dan veel algen, op het land verdringt gras andere planten (vergrassing). Daardoor worden ecosystemen op het land en in het water bedreigd.
Fosfaat
Een voedingsstof voor planten. In Nederland een van de twee "mineralen" waarop de mestwetgeving stuurt.
Fosfaatheffing
vervallen
Heffing op het vermijdbare fosfaatoverschot op een bedrijf. Onderdeel van Minas, dat in 2006 is afgeschaft.
Fosfaatrechten
Sinds 2018 heeft een melkveehouder fosfaatrechten nodig: het recht om een bepaalde hoeveelheid fosfaat met de mest van zijn koeien te produceren. Zo ligt vast hoeveel melkvee er in Nederland mag zijn. Varkens- en pluimveehouders hebben dierrechten nodig (zie mestproductierecht).
Fosfaatverzadiging
Ophoping van fosfaat in de bodem tot een zo hoog niveau dat fosfaat gaat uitspoelen.
Gebruiksnormen
Sinds 2006 de basis van het mestbeleid. Ze geven aan hoeveel stikstof en fosfaat een boer per hectare mag gebruiken om zijn gewassen te bemesten. Voor stikstof uit dierlijke mest geldt de Europese norm van 170 kilo per hectare. De gebruiksnormen vervingen Minas.
Groen Label
vervallen
Certificaat voor stallen die minder ammoniak uitstoten dan gangbare stallen. Later kwamen er lijsten met erkende emissiearme stallen en de uitstoot die daarbij hoort (emissiefactoren). Metingen laten zien dat veel emissiearme stallen in de praktijk meer uitstoten dan op papier.
Grootvee-eenheid
Eén grootvee-eenheid (gve) staat gelijk aan de fosfaatproductie van één melkkoe. Zo kun je verschillende diersoorten vergelijken als het om mestproductie gaat.
Kaderrichtlijn Water (KRW)
Europese richtlijn die het grond- en oppervlaktewater moet beschermen en waar mogelijk verbeteren. Uiterlijk in 2027 moet het water in goede staat zijn. In Nederland is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verantwoordelijk. De richtlijn kan grote gevolgen hebben voor de landbouw.
Kritische depositiewaarde (KDW)
De hoeveelheid stikstof die een stuk natuur per jaar kan verdragen zonder schade. Komt er meer stikstof neer, dan verdwijnen kwetsbare planten en dieren. In 2024 kreeg maar 31 procent van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden niet meer stikstof dan ze kan verdragen.
Kwetsbare gebieden
Gebieden die landen van de Europese Unie hebben aangewezen voor de Nitraatrichtlijn. Het grond- en oppervlaktewater daar is gevoelig voor nitraat (grondwater) of voor eutrofiëring (oppervlaktewater). Nederland heeft het hele land als kwetsbaar gebied aangewezen.
Lbv en Lbv-plus
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties. Vrijwillige uitkoopregelingen van de overheid om de uitstoot van stikstof te verlagen. Lbv-plus was bedoeld voor veehouderijen met veel uitstoot vlak bij kwetsbare natuur. In januari 2026 hadden via Lbv en Lbv-plus 811 veehouders hun dieren weggedaan.
Mestafzetcontract
vervallen
Contract voor de afzet van mest tussen een veehouder met een mestoverschot en een akkerbouwer of een andere gebruiker van landbouwgrond met ruimte voor mest. Het contract kon ook met een mestverwerker worden gesloten. Van 2002 tot 2006 moest een veehouder hiermee aantonen dat hij zijn mest kwijt kon. Nu gelden de gebruiksnormen.
Mestproductierecht
Recht om mest te produceren en daarmee dieren te houden. Er was grondgebonden recht (gebaseerd op de landbouwgrond die iemand gebruikt) en niet-grondgebonden recht. Dat laatste is historisch verworven, bijvoorbeeld door intensieve veebedrijven zonder eigen grond. Voor varkens en pluimvee is het mestproductierecht vervangen door varkens- en pluimveerechten (dierrechten). Voor melkvee gelden sinds 2018 fosfaatrechten. Lees ook wat er mis is met niet-grondgebonden veehouderij.
Mestverwerking
Het bewerken van mest, bijvoorbeeld door drogen, scheiden of vergisten, zodat die buiten de Nederlandse landbouw kan worden afgezet, vaak in het buitenland. Veehouders met een mestoverschot moeten een deel van hun mest laten verwerken (mestverwerkingsplicht).
Milieuvergunning
vervallen
Heet nu omgevingsvergunning. Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Een veehouder die een stal wil bouwen of uitbreiden, heeft meestal een omgevingsvergunning nodig. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de uitstoot van ammoniak en geur.
Minas-heffing
vervallen
Heffing over het deel van het mineralenoverschot dat boven de verliesnorm lag. De heffing was zo hoog dat maatregelen nemen goedkoper was. Afgeschaft in 2006, samen met Minas.
Mineraal
In het mestbeleid een ander woord voor een voedingsstof voor plant en dier, vooral fosfaat of stikstof.
Mineralenaangiftesysteem (Minas)
vervallen
Aangifte per bedrijf van de aan- en afvoer van stikstof en fosfaat en van een eventueel overschot. Het bedrijf moest de resultaten elk jaar melden. Minas is in 2006 afgeschaft en vervangen door de gebruiksnormen.
Mineralenboekhouding
Boekhouding die een bedrijf bijhoudt over de aan- en afvoer van mineralen.
Mineralenverlies
Overschot aan mineralen (fosfaat en stikstof). Je berekent het door de aanvoer van fosfaat of stikstof, bijvoorbeeld met kunstmest en gekocht veevoer, te verminderen met de afvoer, bijvoorbeeld met melk, vee of gewassen. Is het verschil groter dan nul, dan gaat dat verlies naar het milieu of hoopt het zich op in de bodem.
Monitoring
Het volgen van de kwaliteit van bodem, water en lucht. Een voorbeeld is het regelmatig meten van de hoeveelheid fosfaat en stikstof in grond- en oppervlaktewater.
Natura 2000
Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Nederland heeft er 162. Ze beslaan ongeveer 9 procent van het landoppervlak en liggen bijna allemaal binnen het Natuurnetwerk Nederland.
Nitraatnorm
Voor grondwater geldt een nitraatnorm van 50 milligram nitraat per liter.
Nitraatrichtlijn
Europese regels voor bemesting, die de landen van de EU moeten omzetten in eigen wetgeving. De norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare komt uit deze richtlijn. Zie ook derogatie.
Spoorelementen
Mineralen die in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn voor de groei, kwaliteit of gezondheid van plant en dier. In grote hoeveelheden kunnen ze schadelijk zijn. Voorbeelden zijn koper en zink. Er zijn ook spoorelementen die niet nodig zijn, zoals cadmium.
Stikstof
Een voedingsstof voor planten. In Nederland een van de twee "mineralen" waarop de mestwetgeving stuurt.
Stikstofdepositie
Het neerslaan van stikstofverbindingen uit de lucht op bodem en water: vooral ammoniak uit de landbouw en stikstofoxiden uit verkeer en industrie. Tussen 2005 en 2024 daalde de stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden met ongeveer 29 procent. Die uit de landbouw daalde met maar 15 procent. Zie ook kritische depositiewaarde.
Streefwaarde
Het niveau van milieukwaliteit waaronder de kans op schadelijke effecten verwaarloosbaar wordt geacht.
Systeem van mestafzetovereenkomsten
vervallen
Systeem waarbij boeren met een mestoverschot verplicht waren mestafzetcontracten te sluiten met afnemers van mest. Afgeschaft in 2006.
Uitrijregels
Regels die aangeven wanneer en hoe dierlijke mest, zuiveringsslib, compost, zwarte grond en mengsels daarvan mogen worden uitgereden. Lees meer over mest uitrijden.
Uitspoeling
Voedingsstoffen en andere stoffen spoelen met het regenwater uit naar het grondwater als de bodem ze niet meer kan vasthouden. Een stof als nitraat spoelt snel uit.
Vergrassing
Overvloedige grasgroei door te veel meststoffen. In natuurgebieden verdringt het gras andere planten.
Verliesnorm
vervallen
Het toegestane overschot aan stikstof of fosfaat in kilo's per hectare (aanvoer min afvoer). Wie erboven zat, moest een heffing betalen. Onderdeel van Minas, afgeschaft in 2006.
Vermesting
Te veel stikstof en fosfaat in de bodem. Daardoor raken de natuurlijke processen in water en bodem ontregeld. Ook drinkwaterbronnen worden bedreigd.
Verzuring
Het zuurder worden van bodem en water door neerslag van vervuilende stoffen uit de lucht. De belangrijkste zijn zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak.
Zuurdepositie
De stoffen die verzuring veroorzaken, verspreiden zich via de lucht en komen uiteindelijk op de bodem terecht. Dat kan droog (stofdeeltjes) of nat (regen, mist). Die neerslag heet zuurdepositie.
Bronnen: RVO, gebruiksnormen, fosfaatrechten en derogatie; Richtlijn (EU) 2016/2284 (NEC-richtlijn); CLO, stikstofdepositie en Natura 2000 (cijfers 2024); Nieuwe Oogst, stand Lbv en Lbv-plus (16 januari 2026). Bijgewerkt op 7 oktober 2026. |