Commerciële productie
Nu wordt het dus de vraag of lacto-ovo-vegetariërs hun producten meestal uit zo'n situatie betrekken of niet. Natuurlijk is dit juist niet zo. In de meeste gevallen zullen zij zogenoemde "diervriendelijke" melk en eieren kopen, afkomstig van ecologische of biodynamische boerenbedrijven. Helaas zijn deze bedrijven in de praktijk altijd mede afhankelijk van het doden van overtollige dieren. Er moeten bijvoorbeeld altijd weer nieuwe kalveren en kuikens geboren worden en alleen de vrouwelijke dieren zijn hiervan commercieel gezien interessant, een paar fokmannetjes daargelaten. Als men alle dieren in leven zou moeten houden, zou dat ongetwijfeld betekenen dat een veeboer binnen de kortste keren failliet zou gaan.
Toen ik de research voor dit artikel deed was ik me daar onvoldoende van bewust. Ik dacht werkelijk dat het financieel haalbaar was om op commerciële basis zuivel te produceren zonder daarbij de economisch (praktisch) nutteloze mannetjesdieren af te maken. Voor kleinschalig eigen gebruik zou dit inderdaad niet nodig hoeven te zijn, maar dit is dan ook iets anders dan veeteelt als bron van inkomen. Aangezien de meeste vegetariërs zichzelf geen landbouwhuisdieren kunnen veroorloven, zou zuivelproductie dus ook in de meeste gevallen afhankelijk zijn van commerciële ondernemingen en daarmee dus ook van het doden van dieren.
Hindoes hebben overigens in elk geval officieel een oplossing gevonden voor het overschot aan mannelijke dieren bij de melkveehouderij. Stieren worden (meestal in de vorm van ossen) ingezet als werkdieren, zodat hun leven "economisch rendabel" blijft. Koeien worden slechts eens in de drie of vier jaar bevrucht, zodat het aantal mannelijke kalfjes beperkt is. Uiteraard hangt hier wel een prijskaartje aan: op de website van The Sacred Cow heeft men het bijvoorbeeld over meer dan 1,5 Britse Pond per liter als redelijke prijs! Dit systeem mag dan eventueel werken in India, in het moderne westen is het natuurlijk geen optie om grootschalig alle stieren voor de inseminatie en akkerbouw aan te houden. Bovendien zou de ermee samenhangende relatief "geweldloze" zuivelconsumptie voorbehouden zijn aan de rijken. In een land als Nederland zou de productie van betaalbare zuivel zonder link met het afmaken van mannelijke dieren daarom in de praktijk nooit afdoende kunnen zijn. Uiteraard geldt dit des te meer voor leer en andere producten van dode dieren. Het percentage leer dat afkomstig is van dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven is bijna nihil en de kans dat leerproducten niets met de slacht te maken hebben is daarmee ook verwaarloosbaar klein. |