De belastingbetaler betaalt mee aan uitbuiting

Hoe staat het er nu voor?

De Europese begroting in 2026

  • De begroting is twee keer zo groot. In 2000 gaf de EU ruim 90 miljard euro per jaar uit (in de tekst hieronder staat per vergissing "dagelijks ruim 200 miljard per jaar"). Voor 2026 is de begroting 192,8 miljard euro.
  • Het aandeel van de landbouw is kleiner, maar nog steeds groot. In 2000 ging ruim 40% naar landbouwsubsidies. In 2026 gaat 56,5 miljard euro (29%) naar "natuurlijke hulpbronnen en milieu", grotendeels landbouwsubsidies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Nederland krijgt daaruit ongeveer 790 miljoen euro per jaar.
  • De btw is niet meer de grootste bron. In 2000 kwam 40% van de inkomsten uit de btw. In 2024 kwam 61,5% uit de afdrachten van de lidstaten naar de grootte van hun economie (bni). Wie belasting betaalt, betaalt dus nog steeds mee.
  • Flevoland is geen ontwikkelingsgebied meer. In de jaren negentig kreeg Flevoland extra Europese steun als achtergebleven regio. Dat is al lang voorbij.

Lees ook Omvang van de export van vlees en zuivel: de cijfers en Hoe oud wordt een koe? Van nature 20 jaar, als melkkoe 6 · Stop sponsoring van dierenleed via de EU.

Bronnen: Raad van de EU, EU-begroting 2026 (vastgesteld november 2025); Europees Parlement (EPRS), eigen middelen van de EU in 2024; CBS en Wageningen Economic Research, zelfvoorzieningsgraad 2024. Bijgewerkt op 25 oktober 2026.

Het artikel uit 2000

Bij Europees geld is de bestedingsmoraal laag. Wie steun krijgt uit Brussel denkt al gauw: "Het komt van de grote hoop: Europa". Het is nog waar ook. De Europese Unie financiert haar eigen wanorde omdat zij financieel onafhankelijk is. De Unie geeft dagelijks ruim 200 miljard per jaar uit. Ruim 40% daarvan gaat op aan landbouwsubsidies. Eenderde is voor de ontwikkeling van de achtergebleven regio binnen de EU (bijvoorbeeld de Flevopolder! - AF).

Wie draaien nu vooral op voor dit Europa? Dat zijn vooral de consument en de belastingbetaler. Zij hebben vaak niet eens in de gaten dat bijna 10% van alle btw die ze betalen voor Brussel is. Dat levert 40% van de inkomsten op. Daarnaast betalen de Nederlandse minister van Financiën en zijn collega's ongeveer evenveel contributie. Derde bron van inkomen zijn de EU-heffingen op goedkope producten uit verre (vaak arme) landen. Door die heffingen betaalt de consument extra voor dergelijke producten.

Tot zover Jan Werts in Intermediair (14 december 2000).

Uitbuiting van dieren in Nederland

In Nederland worden dieren op allerlei manieren uitgebuit. De veehouderij houdt zoveel dieren als economisch rendabel is. Door de export produceert Nederland veel meer dan het zelf nodig heeft: bijna drie keer zoveel varkensvlees als we zelf eten (279%) en anderhalf keer zoveel kippenvlees (160%, beide in 2024).

De dieren worden in zo kort mogelijke tijd op slachtgewicht gebracht. Een koe kan van nature zo'n 20 jaar oud worden. Een melkkoe geeft gemiddeld bijna vier jaar melk en wordt rond haar zesde geslacht. Het gevolg is overproductie, dierenleed en schade aan het milieu en aan onze gezondheid.

De verborgen kosten voor de belastingbetaler

dode koe aan takelNiet de veroorzaker betaalt voor het dierenleed en de vervuiling, maar de belastingbetaler. Dat geldt ook als de sector schade lijdt door een dierziekte, zoals de varkenspest van 1997, BSE rond 2000 en de vogelgriep van de laatste jaren. De overheid betaalt dan mee aan het ruimen van de dieren. Daarbij komen de Europese landbouwsubsidies: Nederland krijgt uit het GLB ongeveer 790 miljoen euro per jaar.

Kunstmatige steun voor een sector die niet duurzaam is

Het is in het belang van weinigen dat de intensieve veehouderij kunstmatig in stand wordt gehouden. Via deze omweg blijven dierlijke producten goedkoop. Dat lijkt voordelig, maar is het nauwelijks. Het is ook niet democratisch.

Wij vinden dat deze sector niet in stand mag worden gehouden op kosten van de belastingbetaler. Maak de export onmogelijk. Eis dat bedrijven op ecologische wijze werken. Controleer goed op dierenwelzijn. Zo kan de uitbuiting van dieren stoppen. De consument is dan uiteindelijk bijna even duur uit.

Naar eerlijke prijzen en verantwoorde productie

De echte prijs van vlees

De consument zou direct de prijs moeten betalen die een verantwoorde productie kost. Nu betaal je eerst een deel via de belasting en de rest in de winkel. Die gespreide betaling verbergt de echte kosten.

Met de techniek van nu is het gebruik van dieren nergens meer voor nodig. Vlees en zuivel zijn niet nodig voor je gezondheid. De sector zou dan ook volledig op eigen benen moeten staan.

Een langer leven financieel aantrekkelijk maken

Het moet financieel aantrekkelijk worden om dieren langer te laten leven onder goede omstandigheden. Nu worden koeien geslacht lang voordat ze oud zijn. Een melkkoe van zes jaar heeft nog geen derde van haar natuurlijke leven gehad.

Samenleven met dieren

De boodschap is niet dat we dieren uit de samenleving moeten bannen. We moeten samenleven met dieren, terwijl ook dieren hun vrijheid krijgen. Daarvoor is voldoende ruimte in de natuur nodig, waar dieren veilig zijn voor de mens: met genoeg leefruimte, voedsel en de kans om soortgenoten te ontmoeten. Een dier heeft recht op een eigen, natuurlijke manier van leven.

Een eerlijk systeem

Als de Europese overheden geen (verkapte) subsidies meer geven aan de veehouderij, ontstaat een eerlijke situatie. Wie geen vlees eet of nog minder gebruik wil maken van dieren, betaalt dan niet meer mee aan wat hij of zij als uitbuiting ziet. Nog diervriendelijker alternatieven dan de scharrelhouderij worden zo aantrekkelijker.