Dierenwelzijn lijdt onder de ambitie van export van vlees
Het exporteren van vlees (dood of levend) is alleen aantrekkelijk als de prijs daarvan zo laag is dat het buitenland geïnteresseerd is in afname. Nederland slaagt erin de prijs van vlees laag te houden omdat onze veehouderij bezuinigt op het welzijn van dieren en doordat zij kosten en de overlast afwentelt op het milieu, het dier en op de belastingbetaler.
Dit artikel is in oktober 2026 bijgewerkt met de cijfers van 2023 tot en met 2025. De oude cijfers staan onderaan bij Toen en nu. Ze laten zien dat het probleem al decennia bestaat en dat ons land nalaat het bij de bron aan te pakken. |
De landbouwexport in 2025
In 2025 exporteerde Nederland voor €137,5 miljard aan landbouwgoederen. Dat bedrag wordt graag genoemd als bewijs dat de landbouw de motor van onze economie is. Quod non. Dit cijfer is opgeblazen: het bevat veel handel die weinig met de Nederlandse boer te maken heeft.
- Wederuitvoer: €49,1 miljard. Goederen die binnenkomen en weer de grens over gaan.
- Nederlandse makelij: €88,4 miljard. Daarin zitten ook producten van geïmporteerde grondstoffen, zoals cacaoproducten (€12,4 miljard).
- Wat Nederland eraan verdient: ongeveer €49 miljard. Dat blijft over als je de waarde van de ingevoerde grondstoffen aftrekt.
- De veehouderij: zuivel en eieren (€13,3 miljard) en vlees (€12,1 miljard) zijn samen goed voor €25,4 miljard aan exportwaarde. Een groot deel daarvan is geproduceerd met geïmporteerd veevoer.
Bron: CBS en Wageningen Economic Research, landbouwexport 2025. |
Hoeveel van de productie gaat de grens over?
De zelfvoorzieningsgraad laat zien hoeveel een land produceert in verhouding tot wat het zelf verbruikt. Alles boven de 100 procent is overproductie die de grens over gaat.
| Product |
Zelfvoorziening 2024 |
Wat dat betekent |
| Varkensvlees |
279% |
bijna drie keer de eigen behoefte; ongeveer twee derde gaat de grens over |
| Pluimveevlees |
160% |
anderhalf keer de eigen behoefte |
| Eieren |
ruim 200% |
meer dan het dubbele van de eigen behoefte |
| Boter |
ongeveer 400% |
vier keer de eigen behoefte |
| Volle melkpoeder |
ongeveer 300% |
drie keer de eigen behoefte |
Tegelijk importeert Nederland veel vlees en zuivel. Wat hier op het bord ligt, komt dus lang niet altijd van een Nederlandse boerderij. De export dient niet om ons te voeden maar om de productie en de omzet hoog te houden.
Bron: Staat van Landbouw, Visserij, Voedsel en Natuur, editie 2025. |
Bijdrage aan de economie en werkgelegenheid
Het economische belang van de veehouderij is klein in verhouding tot de ruimte die zij inneemt en de schade die zij aanricht.
- De primaire land- en tuinbouw voegde in 2023 €14 miljard toe aan de economie, ongeveer 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
- Het complex rond de intensieve veehouderij (varkens, pluimvee en kalveren, inclusief toelevering en verwerking) was in 2023 goed voor 0,9 procent van het bbp en 0,9 procent van de werkgelegenheid.
- De vleeskuiken- en de eierketen leveren samen ruim €2 miljard toegevoegde waarde op (ongeveer 0,2 procent van het bbp) en werk voor 16.600 voltijdbanen.
- In de land- en tuinbouw werd in 2023 ongeveer 165.000 arbeidsjaren gewerkt.
- Nederland telde in 2025 49.077 landbouwbedrijven met samen 1,79 miljoen hectare cultuurgrond: ruim de helft van het landoppervlak.
Bronnen: Staat van Landbouw, Natuur en Voedsel (toegevoegde waarde 2023); Wageningen Economic Research (pluimveeketens, december 2025); CBS, landbouwtelling 2025. |
Levende dieren over de grens
Met name het internationale gesleep met levende dieren levert dierziekten en dierenleed op. In 2024 exporteerde Nederland voor €2,3 miljard aan levende dieren: 366 miljoen stuks pluimvee, 9,5 miljoen varkens en een half miljoen runderen. Dat is elke dag ongeveer een miljoen kippen en 26.000 varkens. Duitsland is verreweg de grootste afnemer. Omgekeerd kwamen 364 miljoen kippen en ander pluimvee ons land binnen.
Veel van deze dieren gaan levend de grens over omdat slachten of afmesten in het buitenland goedkoper is. Een deel wordt direct geslacht, de rest gaat naar een fok- of mestbedrijf.
Bron: CBS, export van levende dieren 2024. |
Toen en nu
Dit artikel verscheen begin deze eeuw met de cijfers van toen. Wie ze naast de huidige legt, ziet dat er weinig is veranderd. De export van levende varkens is zelfs bijna verdrievoudigd.
Uitvoer van levende dieren
|
2000 |
2024 |
| Varkens |
3.200.000 |
9.500.000 |
| Koeien en kalveren |
91.000 |
ongeveer 500.000 |
| Pluimvee |
346 miljoen (2002) |
366 miljoen |
In 2000 gingen de varkens vooral naar Duitsland en Italië. De koeien gingen naar Marokko, Algerije, Polen en de Verenigde Arabische Emiraten, de kalveren naar Italië, Frankrijk en Duitsland. Daarnaast voerde Nederland toen 600.000 schapen uit. In 2002 ging bijna driekwart van het levende pluimvee naar Duitsland. In dat jaar gingen ook 404 miljoen broedeieren de grens over, onder meer naar Saudi-Arabië, Iran en Koeweit.
Varkens, pluimvee en eieren in 2003
| 2003 (bron: de Volkskrant) |
Varkensvlees |
Pluimveevlees |
Eieren |
| Werkgelegenheid |
60.000 |
15.000 |
11.000 |
| Productieomvang |
15,4 miljoen geslachte dieren |
850.000.000 kg |
9.700 miljoen |
| Overschot voor export |
55% |
60% |
65% |
| Overschot in 2024 |
ongeveer 64% |
ongeveer 38% |
ruim 50% |
| Productiewaarde in miljarden euro |
12 |
3,2 |
2,1 |
| Aantal bedrijven |
11.851 varkens- of zeugbedrijven |
1.027 vleeskuiken-, 250 kalkoen- of eendenbedrijven |
1.700 leghennenbedrijven |
Het overschot in 2024 is afgeleid van de zelfvoorzieningsgraad (zie hierboven).
Wat het CBS in 2000 schreef
Het CBS publiceerde in juni 2000 in een nieuwsbericht het volgende:
"Het handelsoverschot van de landbouwproducten steeg in 1999 met bijna 2,5 miljard gulden. Door deze ontwikkelingen kan men stellen dat Nederland geen exporterend land meer zou zijn als de handel in landbouwproducten zou verdwijnen. Deze prestatie op de Nederlandse handelsbalans moet deels worden toegeschreven aan de Nederlandse boer en voor een ander deel aan de handel in landbouwproducten en industriële verwerking daarvan.
Vooral het handelsoverschot van ruwe dierlijke en plantaardige producten is hoog. Bovendien neemt het de laatste jaren nog steeds toe. Ook andere belangrijke agrarische productgroepen als vlees en vleesproducten, groenten en fruit, zuivelproducten en veevoeder leveren flinke handelsoverschotten op".
Tot zover het CBS.
Wat opvalt in deze tekst is de suggestie dat Nederland iets te danken zou hebben aan de overproductie van de Nederlandse veehouder. Er wordt gesproken over een prestatie, terwijl er beter gesproken kan worden over een schandvlek.
Destijds gaf het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks bijna 250 miljoen uit voor promotie van de landbouwexport, het hoogste bedrag in de EU. Het Centraal Planbureau becijferde toen dat de intensieve veehouderij (inclusief toeleveranciers, verwerking en zakelijke diensten) 1,3 procent bijdroeg aan het bbp en goed was voor 97 duizend voltijdbanen. Inmiddels is dat 0,9 procent.
Aandeel landbouw in de economie neemt af
|
Productie |
Aandeel economie |
Bedrijven |
Werknemers |
|
in miljarden euro |
in % |
aantal |
aantal |
| 1950 |
1,6 |
13,0 |
315.000 |
536.000 |
| 1960 |
2,8 |
10,0 |
284.000 |
428.000 |
| 1970 |
5,4 |
6,0 |
185.000 |
299.000 |
| 1980 |
11,7 |
3,8 |
145.000 |
256.000 |
| 1990 |
16,3 |
3,7 |
125.000 |
192.000 |
| 2000 |
19,9 |
2,4 |
97.000 |
176.000 |
| 2005 |
18,6 |
1,6 |
79.000 |
182.000 |
| Nu |
– |
1,4 |
49.077 |
ca. 165.000 |
| Bron: LEI. Nu: aandeel bbp en arbeidsjaren 2023 (Staat van Landbouw), bedrijven 2025 (CBS). |
|
Ruimtebeslag en alternatief gebruik
Terwijl in ons land de inbreng van de landbouw afneemt, neemt de productie in de landbouw nog steeds ruim de helft van het landoppervlak in, tegen wereldwijd gemiddeld 30%. Naast beslag op de ruimte in eigen land, gebruikt de Nederlandse intensieve veehouderij een veelvoud van de ruimte in Derde Wereldlanden voor de productie van veevoeder.
Er zijn LEI-analyses waaruit blijkt dat het aandeel van het Nederlandse agrocomplex dat op buitenlandse bronnen is gebaseerd (vooral de handel en doorvoer) uitstekend kan functioneren zonder de primaire sector in eigen land. Het is eerder zo dat onze primaire sector niet zonder buitenlandse bronnen kan (brandstof, kunstmest, veevoer). Het aandeel van die buitenlandse impulsen overstijgt het Nederlandse aandeel aanzienlijk.
Hoewel dat economisch minder oplevert, zou het om vele redenen een goede zaak zijn als een deel van ons grondgebied bestemd zou worden voor de Ecologische Hoofdstructuur. |
Er zijn weinig landen met een zo te grote veestapel
Wie mocht denken dat bijna ieder land meer dieren produceert uit economisch belang heeft het mis. Het zijn slechts een beperkt aantal landen, die naast Nederland overproduceren. Bekende voorbeelden zijn de Verenigde Staten van Amerika en Frankrijk. Beide landen kennen dan ook vergelijkbare schandalen op het gebied van veehouderij en de vleesverwerkende industrie. |
Moreel handelen moet op de politieke agenda
Deze negatieve spiraal is alleen te doorbreken als Nederland fatsoenlijk werken en handelen weer op de politieke agenda plaatst. Nu is dit onderwerp taboe, omdat fatsoen en ethiek te gemakkelijk geassocieerd wordt met fatsoensrakkers. Dit waren in het verleden veelal kerkelijke autoriteiten die het één predikten en het tegenovergestelde deden. Terecht heeft de Nederlandse samenleving haar vrijheid op dit punt bevochten. Vrijheid kan echter ook doorschieten en dan regeert de dictatuur van de slechte smaak en lage kwaliteit. Belangrijke culturele uiting daarvan zijn McDonalds en de barbecue. Het wachten is op politici die voldoende lef hebben om moreel handelen weer op de politieke agenda te zetten. |
Te late spijt van Mansholt
De aanjager van de grootschaligheid in de veehouderij en daarmee van de bio-industrie, de heer Mansholt, heeft in zijn politieke nadagen geprobeerd om het tij te keren. Beiden stonden niet meer aan het politieke roer en hun spijt kwam te laat en eigenlijk waren ze ook niet geloofwaardig. Morele moed is aan de orde wanneer de politicus onder economische druk staat en niet achteraf. Wat de gevolgen zijn voor de aantallen in de diverse bedrijfstakken: varkens, runderen en pluimvee hebben we beschreven in stap 3: Boeren produceren voor de export: sluit de grenzen.
Zet een economie rond om een veehouderij zoveel mogelijk regionaal en ecologisch verantwoord op. |
Meer lezen? Klik hier voor het onderwerp "export" in weblogs. |
Lees ook: China is de grootste producent ter wereld van varkensvlees en eieren.
Test wat je weet: Verdient Nederland aan de landbouwexport?
|