Natuurnetwerk Nederland (EHS): waarom natuurgebieden verbonden moeten zijn

Leefgebieden moeten verbonden zijn

Dieren en planten in de vrije natuur hebben genoeg leefgebied nodig om te kunnen (over)leven. Is een natuurgebied te klein, dan kan het leefbaar worden gemaakt door het te verbinden met een ander gebied via een "groene corridor": een ecoduct, een natuurvriendelijke oever of een strook bos. Samen bieden de gebieden een soort dan wel een kans. Zo'n landschap is bovendien aantrekkelijker om in te wandelen of te fietsen.

In 1990 begon de overheid met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS): een netwerk van bestaande natuur, nieuw aan te leggen natuur en landbouwgrond waar boeren afspraken maken om de natuur te ontzien. In 2013 kreeg de EHS een nieuwe naam: Natuurnetwerk Nederland (NNN). Sindsdien zijn de provincies ervoor verantwoordelijk. Rond 2000 probeerde de overheid de intensieve veehouderij juist samen te brengen in gebieden ver van de natuur. Dat heette reconstructie.

Een belangrijke rol spelen de waterwegen: de grote rivieren, maar ook de kleine sloten langs het land. Door de opwarming van de aarde schuiven leefgebieden op. Daardoor wordt het nog belangrijker dat planten en dieren mee kunnen verhuizen, anders sterven ze uit.

EHS in Nederland rond 2000Deze kaart van het RIVM laat zien hoe de EHS rond 2000 was gepland: wat al natuur was en wat nog "gemaakt" moest worden. In provincies als Groningen en Limburg was de natuur toen nog erg versnipperd. Lokale overheden en boeren werkten niet bepaald mee om de EHS te bevorderen. Aan grond met de bestemming industrieterrein valt meer te verdienen.

Het Natuurnetwerk in cijfers

  • Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk ongeveer 750.000 hectare groot worden.
  • Rijk en provincies spraken af om tot eind 2027 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten. Begin 2025 was ruim 53.000 hectare klaar. In 2024 kwam er 2.537 hectare bij. In dit tempo is de nieuwe natuur pas rond 2036 af.
  • De 162 Natura 2000-gebieden in Nederland zijn door Europa beschermd. Ze beslaan ongeveer 9 procent van het landoppervlak en liggen bijna allemaal binnen het Natuurnetwerk.
  • In 2022 was 26 procent van het land en de binnenwateren beschermde natuur. Het doel van de Europese Unie en de Verenigde Naties is 30 procent in 2030.
  • In 2024 kreeg maar 31 procent van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden niet meer stikstof dan ze kan verdragen. Wettelijk moet dat 40 procent zijn in 2025, 50 procent in 2030 en 74 procent in 2035.
  • Tussen 2005 en 2024 daalde de stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden met ongeveer 29 procent. De neerslag uit industrie en verkeer daalde met 37 procent, die uit de landbouw met maar 15 procent.

Natuurdoelstellingen

Nederland tekende in 1992 het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties. In 2010 spraken de landen af dat in 2020 17 procent van het land beschermde natuur moest zijn. In 2022 werd dat 30 procent in 2030, zowel op het land als op zee. De Europese Unie heeft hetzelfde doel.

Dat natuur is aangewezen, wil niet zeggen dat ze ook wordt gerealiseerd of dat dit snel gebeurt. Er kan nog veel tussenkomen. Door economische druk wordt voortdurend geknabbeld aan de plannen en dus aan de ruimte voor de natuur.

Natuurmonumenten pleit samen met Staatsbosbeheer en andere natuurorganisaties al jaren voor een sneller aankoopbeleid. Omdat de grondprijzen blijven stijgen, bespaart sneller kopen veel geld, als de overheid haar beloften tenminste wil waarmaken. Grond aankopen is de meest effectieve manier om natuur te beschermen.

Er is ook meer waardevolle natuur dan het Natuurnetwerk alleen. Een voorbeeld is het leefgebied van dassen en korenwolven in Zuid-Nederland. Omdat het aantal hectares beperkt is, vallen waardevolle gebieden buiten de boot. Das&Boom beschrijft hoe zij tegen het Nederlandse natuurbeleid aankijkt. Frans Vera, toen beleidsambtenaar van het ministerie van Landbouw, zei al in 2000 in NRC Handelsblad: "Als wij vinden dat natuur net zo belangrijk is als landbouw, dan zal de herschikking ten koste gaan van de landbouw".

Boeren kunnen ook zelf bijdragen. Sinds 2016 krijgen ze via agrarische collectieven een vergoeding voor natuurbeheer op hun land, bijvoorbeeld als ze later maaien voor de weidevogels. Lees daarover meer bij de koe in de wei.

Vervuiling houdt zich niet aan grenzen

Het is belangrijk om de milieuvervuiling buiten het Natuurnetwerk te houden. Wordt het voedsel in de natuur schaars of neemt de biodiversiteit af door vervuiling, dan moeten dieren daarbuiten naar voedsel zoeken. Dan is de kans groter dat ze verkeersslachtoffer worden of schade aanrichten.

Factoren die de natuur verstoren, zijn licht, geluid, versnippering, mechanische en optische verstoring, soortenverandering, trillingen, vernatting, verdroging én vermesting en verzuring. Die laatste twee komen voor een groot deel uit de veehouderij: ammoniak uit mest slaat neer als stikstof op de natuur. Lees meer over het mestprobleem. Ook het grondwater lijdt eronder. In de zandgebieden bevat het ondiepe grondwater op veel plaatsen meer nitraat dan de Europese norm toestaat. Te veel nitraat in drinkwater is schadelijk voor baby's.

Bronnen: Compendium voor de Leefomgeving, Realisatie Natuurnetwerk (april 2026) en Aandeel beschermde natuurgebieden (2023); RIVM, Dalende trend stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (2026); Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland. Bijgewerkt in oktober 2026.