Nederland distributieland. Voor veel waarnemers gaat dat ook op voor de illegale handel in beschermde diersoorten. Een jaar voordat Nederland de prestigieuze conferentie huisvest van Cites, de mondiale organisatie die de handel in bedreigde dieren reguleert, is het hier angstaanjagend stil. Alles lijkt te koop.

Dit artikel is geschreven door Eelco van der Linden en Peter Blom en heeft op 2 september 2006 gestaan in het Dagblad van het Noorden en is met toestemming van deze krant overgenomen.

Geactualiseerd op 12 januari 2009 naar aanleiding van de alarmerende TROS Radar-uitzending die dag over misstanden bij de Stichting Nederlandse Opvang Papegaaien (NOP) in Oerle. Met link naar de volledige uitzending: zie onderaan het artikel.

Schildpad-beschermer Henk Scheffer uit Roden kan het alleen maar beamen.
Trots en majestueus. Vanuit de hoogte versturen donkerbruine ogen boven een enorme gele snavel priemende blikken. Ze worden opgevangen door even priemende blikken van een geavanceerde politiecamera. In totaal zes Steller Zeearenden, een uiterst zeldzame soort die alleen voorkomt in Kamchatka, het uiterst oostelijke puntje van Rusland, zitten hier in de kooien van het Vogelrevalidatiecentrum van Charles Brosens in Zundert. Ze werden begin dit jaar door de Algemene Inspectiedienst (AID) in beslag genomen bij een grote roofvogelfokkerij. De Stellers zouden worden doorverkocht aan een handelaar in Duitsland, terwijl ze alleen naar een dierentuin mochten. De stukprijs van 25.000 euro rechtvaardigt enige extra bewaking. Brosens is onder de indruk. "Kijk naar die klauwen", zegt hij, "als je die op je hoofd geplant krijgt verbrijzelt je schedel." Verbaasd is Brosens ook. "Ik had ze nog niet binnen, of ik werd gebeld door eigenaren van pretparken of ik de vogels niet wilde afstaan. Het was nota bene groot geheim dat die dieren hier waren."
Het zegt volgens Brosens iets over hoe het in Nederland gesteld is met beschermde dieren.
"Iedereen lijkt alles te kunnen doen. Iedereen heeft papieren waaruit blijkt dat de dieren zijn gefokt, iedereen is bezig met de instandhouding van de soort. Mensen willen God spelen door natuur te kweken, maar het gaat om nog meer geld te verdienen." Brosens ziet met lede ogen aan dat legaal en illegaal steeds meer in elkaar opgaan en zich ontwikkelen tot ťťn groot grijs gebied. Als voorzitter van de VOND, de organisatie van (zes) erkende opvangcentra, probeert hij asiels en opvangcentra serieus te houden. "Nu is het zo dat iedereen een papegaaienopvang kan beginnen. Voor je het weet worden daar in het wild gevangen dieren witgewassen tot gefokte dieren en kun je er van alles kopen. Helaas biedt de Nederlandse wet talloze kansen voor kwaadwillenden en ontbreekt controle."

Henk Scheffer uit Roden vertegenwoordigt Nederland binnen SOPTOM, de internationale organisatie die opkomt voor het lot en het voortbestaan van de schildpad. Hij herinnert aan het getouwtrek vorig jaar rond een vijftal uiterst zeldzame, in beslag genomen stralenschildpadjes, waarmee uiteindelijk diergaarde Blij dorp ging strijken. Helemaal tegen de wet, aldus Scheffer. De beestjes hadden terug gemoeten naar hun land van herkomst, Madagaskar. Dat GroenLinks-parlementariŽr Marijke Vos hierover drie keer vragen heeft gesteld aan minister Veerman bracht geen enkele verandering. Inmiddels zijn ze waarschijnlijk dood, vermoedt de Rodenaar. Ook Scheffer, die al twintig jaar een opvangcentrum voor schildpadden heeft, signaleert volop deels legale en deels illegale handel in de populaire dieren. Op de site Marktplaats.nl figureert bijvoorbeeld vaak ene `Linda uit Rijswijk' met dieren die geacht worden een `hoge mate van bescherming' te genieten. Maar de overheid laat het afweten, stelt Scheffer. Zo krijgt zijn opvang geen enkele steun, maar moet hij wel elk jaar 50 euro betalen voor de ontheffing. De gepensioneerde dierenbeschermer legt elk jaar zo'n 2500 euro op zijn activiteiten toe.

De vervaging tussen legaal en illegaal lijkt ook de belangrijkste trend in mondiale zin: papieren afgegeven door Cites, de organisatie die de handel in beschermde dieren reguleert, worden voor meerdere dieren gebruikt, pootringen en chips overgeplant in een ander dier. Het toverwoord is fok en daarvoor bestaan talloze trucs. Veel arme exporterende landen verschaffen gemakkelijk papieren waaruit blijkt dat de dieren gefokt zijn en niet, zoals in werkelijkheid, in het wild gevangen. Je moet echt verstand van zaken hebben om het onderscheid te maken. Wie kan bewijzen dat dieren afkomstig van een in het wild gevangen drachtig dier niet de nakomelingen zijn van de legale ouderparen die hier worden gehouden? Ook wordt veel gerommeld met het export-quotum dat sommige landen hebben voor een bepaald Cites-dier. Zo kunnen bijvoorbeeld dieren in Kongo worden gevangen en via Zuid-Afrika legaal worden uitgevoerd als quotum van Zuid-Afrika naar Nederland. En in Nederland mag veel.
Op apen en katachtigen na, mag je alles thuis houden. Een python, een pijlgifkikker, een arend, het kan allemaal. Een verplichte registratie voor exotische dieren ontbreekt. Aan huisvesting wordt geen enkele eis gesteld; juiste papieren zijn meestal bijzaak. Naar schatting een kleine miljoen vogels, reptielen, amfibieŽn en schildpadden komt jaarlijks Nederland legaal binnen. Internet en de bijna wekelijkse beurzen fungeren als smeermiddel en creŽren vraag - ook naar dat ene bijzondere diertje, dat langs illegale weg de klant moet bereiken. Die komt dan aan in een lucifersdoosje, een wc-rol, een uitgehold boek of gewoon een postpakket. Voor elk dier dat levend aankomt, sterven er minstens drie.
De politiek wil aan de vraagkant weinig doen. Minister Veerman van LNV heeft niet willen kiezen voor een lijst waarop de dieren staan die je mag houden. "Hij is de kampioen van het dereguleren, laat aan de sector over wat ethisch verantwoord is. Dan gebeurt er dus niets", zegt David van Gennep van Stichting AAP, het oudste opvangadres van Nederland. Van Gennep zat in de adviescommissie over die lijst en is daar boos uitgestapt. "De minister wil een korte lijst van dieren die niet gehouden mogen worden. Je komt dan weer uit bij enkele krakers zoals de Afrikaanse olifant, neushoorn en Siberische tijger." Ook voor Van Gennep is de vermenging van de legale handel met de illegale het grootste probleem. "De aantoonbaar illegale handel is vrij sporadisch. De echte problemen liggen in het legale circuit, ook wat betreft dierenwelzijn." Onlangs maakte hij daar zelf een sterk staaltje van mee. Stichting AAP was door de AID gevraagd te assisteren bij een inval bij een grote - legale - handelaar. "Wat ik daar zag was te gruwelijk voor woorden: een enorme loods volgestouwd met tienduizenden vogels, waaronder de meest zeldzame soorten." "Niet dat de eigenaar zich daar erg voorzichtig mee toonde. De diepvrieskisten puilden, letterlijk, uit met lijken van zadelbekooievaars, reigers en duizenden kleinere vogels. Er was geen zorg en nauwelijks water. Ook de AID-inspecteurs hadden de tranen in de ogen, maar zeiden ook vaak op dit soort toestanden te stuiten." Stichting AAP was gevraagd mee te gaan, omdat er ook zoogdieren in de loods waren, onder meer twee Europese otters, die op de lijst van meest beschermde dieren staan. "De dieren waren afkomstig van een Duits dierentuintje, dat kennelijk van zijn surplus af wilde. De eigenaar kan geen illegale handel worden verweten. Hij wordt aangepakt vanwege dierenmishandeling, en zal er waarschijnlijk met een boete van afkomen en ongetwijfeld op de oude weg doorgaan."
Even pikant als schrijnend was dat maar een beperkt aantal dieren in beslag werden genomen, waaronder de vier zoogdieren, bestemd voor AAP. Van Gennep: "De deur ging weer op slot. De duizenden vogels, die er veel en veel slechter aan toe waren en al in ons bijzijn de geest gaven, mochten verder creperen. Ze zijn niet gecontroleerd." Volgens Van Gennep heeft het te maken met prioriteiten en geld. "Een inspecteur zei openlijk dat de officier van justitie duidelijk grenzen had gesteld aan de aantallen. Ook schijnt er bij justitie een quotum te zijn van rechtszaken. Heel makkelijk als je weet wanneer dat is overschreden, want dan kun je zonder zorgen je gang gaan."

De AID ontkent verontwaardigd het bestaan van quota. "Het welzijn van alle dieren staat voorop. Wat voor buitenstaanders erg lijkt, kan best iets zijn waarvoor geen juridische grond bestaat. Er is met dierenartsen overlegd en op basis daarvan een besluit genomen", aldus een woordvoerder. Hij erkent wel dat inbeslagname en plaatsing in de tijdelijke opvang een logistiek probleem kan zijn.
Het gebeurde past in het beeld dat Wil Luijf, een voormalig medewerker van de AID die begin jaren `90 zeer succesvol was met inbeslagnames, schetst van de huidige situatie. Luijf doet nu onderzoek met zijn eigen organisatie Fast Forward. Hij geldt in Nederland als de enige overgebleven specialist op het gebied van illegale dierhandel. "Er gebeurt nauwelijks iets. Men wil geen gezeur, geen geld uitgeven. Reken dat een schildpadje in de opvang de staat al een paar euro per dag kost. Er komen altijd vragen over welzijn, zoals toen in 1999 bekend werd dat de douane in opdracht van het ministerie van LNV honderden eekhoorntjes door de versnipperaar had gehaald." "Het is dus kennelijk beter de zaak losjes te laten draaien, andere prioriteiten te stellen. Er wordt bijna geen recherchewerk verricht, terwijl met een paar rake klappen het circuit zou kunnen worden opgeschoond. Nu heet het dat alleen actie wordt ondernomen als er een daderspoor is, maar dan moet je wel zoeken!"
Elies Arps, specialist op het gebied van de illegale handel van het Wereldnatuurfonds: "De negen Cites-specialisten van de AID zijn overgeplaatst. Uit het jaarverslag blijkt dat AID-ers 300 uur per jaar aan Cites-handhaving mag worden gedaan. Veterinair onderzoek krijgt daarentegen alle aandacht."
Volgens de AID werkt de handhaving goed en is die niet moeilijk. "Voor vogels kijken we naar de ring, die alleen bij jonge vogels kan zijn omgedaan. Zo'n ring plaatsen bij oudere vogels is onmogelijk. We kijken ook naar de documenten en of er een ontheffing op staat. Elke handelaar heeft andere ontheffingen. Verder mag je alles wat later is dan de tweede generatie houden of verhandelen. Eigenlijk heel simpel", aldus de voorlichter.
Gemeten naar de inbeslagnames, kun je twee conclusies trekken: of er wordt heel weinig gehandhaafd of heel weinig handel gedreven. In 2004 namen douane, AID en politie samen 39 levende uitheemse dieren in beslag; in 2005 waren dat er 50. Geen aantallen die indruk maken.

Tonnie van Meegen, oprichter en directeur van de Stichting Nederlandse Opvang Papegaaien (NOP), vindt dat er heel weinig wordt onderschept, en weet ook waarom. "Dieren zijn nu eenmaal geen mensen, drugs of wapens, ze hebben gewoon niet de prioriteit. Jammer, want als je goed zoekt, vind je vreselijk veel. Vroeger werden er duizenden in beslag genomen." "De handel floreert, als ik hier 1000 vogels heb, ben ik die morgen allemaal kwijt. De prijzen zijn goed, er is veel vraag. Een Japanse nachtegaal kostte wat jaren terug 15 gulden en nu 125 euro. Kolibries gaan voor 3000 tot 4500 euro." Van Meegen is voorstander van een DNA-test op ouders en jongen. "Alleen zo krijg je de troep er uit. Ik zou zeggen, begin met de aller-zeldzaamste dieren, maar het gebeurt niet, want je zult een enorme beerput open trekken."

Tot zover van der Linden en Blom.

Met van Meegen van de NOP had Tros Radar (12-01-2009) nog een appeltje te schillen:

Op de website stelt de stichting NOP dat er sinds de oprichting duizenden dieren zijn opgevangen. En dat deze dieren allemaal een fijn thuis hebben gekregen op het terrein van de NOP, beter dan in de huiskamer in een kooitje. Een geweldig initiatief, zou u denken. Toch zijn er sterke aanwijzingen dat de opvang veel te wensen overlaat.

Uit het Eindhovens Dagblad van 12 januari:

Dieren-patholoog dr. G. Dorrestein uit Vessem verricht jaarlijks circa vijfhonderd onderzoeken op gestorven papegaaien uit Oerle. Hij noemt dit sterftecijfer normaal. Dierentuinen als Artis en Blijdorp accepteren een sterfte onder de populatie van 15 procent per jaar, zegt hij. Dat het Oerlese park nog onder dat niveau zit, vindt hij een goede prestatie. ,,Want veel papegaaien komen binnen met een gebrek of ziekte. Dat geldt voor zeker 85 tot 90 procent." Dorrestein was aanwezig bij het 'overval-interview' dat een Radar-medewerker Van Meegen afnam. Hij verklaarde bij die gelegenheid dat de sterfte in het Oerlese park niet buitensporig hoog is. Dat werd maandagavond niet uitgezonden.

Wel bevatte de uitzending veel foto's van bebloede dode papegaaien, maar waar die foto's waren gemaakt werd niet duidelijk. Dorrestein vermoedt dat de klachten over het park vooral voortkomen uit de manier waarop ex-eigenaren aankijken tegen dierenwelzijn. ,,Er zijn mensen bij die hun papegaai in kinderwagentje rondrijden, met een mutsje op. Zij vinden dat Van Meegen elke papegaai elke dag over het kopje moet aaien. Terwijl bij hem de vogels wel kunnen rondvliegen."

Tonny van Meegen zei maandag dat hij veel vijanden heeft gemaakt, vooral onder handelaren en dierenartsen. Hij vermoedt dat de aanval op zijn park uit die hoek komt. ,,Wat hier komt, is voor de handel verloren. Ik verkoop niets." Hij vreest voor het ineenstorten van zijn levenswerk.