De wet zou ook de belangen van dieren moeten beschermen
De wetgeving voor mensen is gebaseerd op het verdedigen van belangen. Ook voor dieren is dat zo geregeld: in de Wet dieren (tot 2013 de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren), de Wet op de dierproeven en de natuurwetgeving (vroeger de Flora- en faunawet, sinds 2024 onderdeel van de Omgevingswet). Maar dieren kunnen niet zelf opkomen voor hun eigen belangen en voor mensen is het lastig te formuleren wat de belangen van dieren zijn.
Voor mensen gaat het meestal om de vrijheid en het geld. Voor dieren gaat het natuurlijk nooit om het geld, maar gek genoeg ook vrijwel nooit om de vrijheid. Althans, als we moeten constateren dat mensen weinig voor de vrijheid van dieren opkomen. Wel komen mensen op om zichtbaar dierenleed te voorkomen. Maar dat is niet afdoende om te kunnen spreken van een rechtvaardige behandeling.
De vijf vrijheden en natuurlijk gedrag
Voor landbouwhuisdieren zijn de vijf vrijheden geformuleerd. Die komen op voor de meeste behoeftes van dieren, ook voor de vrijheid om zich natuurlijk te kunnen gedragen. En daar laten producenten en consumenten het meestal zitten.
Voor behoeftes van huisvesting, eten en drinken en het voorkomen van ziektes van dieren wordt meestal wel goed gezorgd. Doen mensen dat niet, dan roepen zij daarmee terecht veel verontwaardiging bij anderen op en de Dierenbescherming zal indien nodig optreden. Maar aan de vrijheid om te leven in omstandigheden waarin zij zich natuurlijk kunnen gedragen, schort het meestal, ondanks dat die in hun rechten (de vijf vrijheden) is opgenomen.
Waarom mensen dit niet zien
Misschien zit daar voor mensen wel een blinde vlek. Wij weten dat we om onze vrijheid te behouden vaak keuzes moeten maken. Ook hebben sommige fundamentele behoeftes als honger en dorst zo'n hoge prioriteit dat deze alle andere doen vergeten. Maar meestal is zoiets goed geregeld. Zelfs op mondiaal niveau is voedseloverschot eerder het probleem dan voedseltekort. Obesitas en voedselverspilling zijn het gevolg.
Voor mensen en dieren geldt dat zij er belang bij hebben om voldoende voedsel, veiligheid, rust en ontspanning te hebben. Mensen willen in hun volwassen leven een gezinsleven, de meeste productiedieren komen daar niet aan toe: zij worden wanneer zij volgroeid of uitgemolken zijn geslacht. Hun (eind)doel is bereikt. Dieren doden is niet leuk, maar wel logisch in een economisch productiesysteem ingericht op de consumptie van vlees.
Het onzichtbare leed van productiedieren
Omdat de meeste dieren zo jong sterven en de bescherming van productiedieren vaak ophoudt bij het voorkomen van zichtbaar leed, zijn de meeste mensen zich niet bewust van het onzichtbare leed dat dieren ondergaan. Het is voor mensen moeilijk voor te stellen dat de onmogelijkheid om zich natuurlijk te gedragen voor dieren een lijdensweg kan zijn. Wij mensen worden immers van jongs af aan opgevoed om een leven te leiden waarin de natuurlijkheid naar de achtergrond is gedrongen. Wij kunnen daarmee leven, omdat wij daarop invloed hebben.
Aan productiedieren en veel huisdieren hebben we die invloed ontnomen, doordat we hen als slaven uit hun natuurlijke omgeving hebben weggenomen en weggehouden. De natuurlijke omgeving wordt ook steeds kleiner. De leefruimte is soms zo klein geworden dat dieren als orang-oetans en ijsberen tegenwoordig in een dierentuin veiliger zijn dan in hun natuurlijke leefomgeving. Veel vleeseters redeneren ook zo: "ze hebben toch een veel beter en veiliger leven dan in de vrije natuur?"
Vrijheid als belang van dieren
Zo langzamerhand is de aarde zo klein geworden dat er een kern van waarheid begint te komen in die omkering van oorzaak en gevolg. Maar wat we dan aan het doen zijn, is de wereld van rechtvaardigheid op zijn kop zetten.
In het streven om zelf zoveel mogelijk vrijheid te verwerven, hebben we de kwaliteit van de leefruimte van anderen vervuild. Wanneer we op de juiste wijze vrijheid vergroten, vergroten we de vrijheid van alle betrokkenen. Willen we waarlijk opkomen voor de belangen van dieren, dan komen we op voor de vrijheid van dieren om zelf in hun natuurlijke behoeftes te kunnen voorzien. |