De vijf vrijheden van dieren in de veehouderij

Welke rechten hebben dieren in de veehouderij eigenlijk? Op papier zijn er de bekende vijf vrijheden. Ze staan in veel wetten en keurmerken. Maar ze gaan over welzijn, niet over vrijheid in de echte zin van het woord. En in de praktijk worden ze lang niet altijd gehaald. Welzijnseisen zijn iets anders dan dierenrechten.

Wat zijn de vijf vrijheden?

De vijf vrijheden komen uit Groot-Brittannië. In 1965 schreef een commissie onder leiding van professor Roger Brambell dat dieren in de veehouderij zich moeten kunnen omdraaien, verzorgen, opstaan, gaan liggen en hun poten strekken. In 1979 werkte de Britse Farm Animal Welfare Council dat uit tot vijf vrijheden.

VrijheidWat het dier daarvoor nodig heeft
1. Vrij van honger en dorstDirect toegang tot vers water en voer om gezond te blijven.
2. Vrij van ongemakEen comfortabel onderkomen en een goede plek om te rusten.
3. Vrij van pijn, verwonding en ziekteVoorkomen, of snel ontdekken en behandelen.
4. Vrij om natuurlijk gedrag te vertonenGenoeg ruimte, goede voorzieningen en gezelschap van soortgenoten.
5. Vrij van angst en chronische stressOmstandigheden die geestelijk lijden voorkomen.

Bij natuurlijk gedrag hoort bijvoorbeeld dat een varken kan wroeten. Een kip wil scharrelen en een stofbad nemen. Een koe hoort in de wei te kunnen lopen. Ook de Commissie-Wijffels pleitte in 2001 in haar advies Toekomst voor de veehouderij voor meer ruimte voor natuurlijk gedrag. In de meeste stallen is het nog steeds geen vanzelfsprekendheid.

Van vijf vrijheden naar vijf domeinen

De vijf vrijheden zijn negatief geformuleerd: ze zeggen waar een dier vrij van moet zijn. Daarom ontwikkelde de Nieuw-Zeelandse onderzoeker David Mellor vanaf 1994 het model van de vijf domeinen: voeding, omgeving, gezondheid, gedrag en als vijfde de mentale toestand van het dier. Het gaat er dan niet alleen om dat een dier geen pijn of angst heeft. Het dier moet ook positieve ervaringen kunnen hebben, zoals spelen, ontdekken en rust.

Wat de Nederlandse wet zegt

In de Wet dieren stonden tot 1 juli 2024 de vijf vrijheden. Sindsdien staat er een nieuwe tekst, na een amendement van de VVD-Kamerleden De Groot en Van Campen.

Tot 1 juli 2024

Dieren zijn:

  1. vrij van dorst, honger en onjuiste voeding;
  2. vrij van fysiek en thermaal ongerief;
  3. vrij van pijn, verwonding en ziektes;
  4. vrij van angst en chronische stress;
  5. vrij om hun natuurlijke gedrag te vertonen.

Sinds 1 juli 2024

Dieren worden, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, voorzien van:

  1. voldoende voeding van een goede kwaliteit;
  2. een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat;
  3. waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn;
  4. voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften;
  5. een positieve emotionele toestand.
  • Winst: de positieve emotionele toestand is erbij gekomen, op advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden. Dat sluit aan bij de vijf domeinen.
  • Verlies: "vrij van" werd "voorzien van". En alles geldt alleen nog "voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd". Wat redelijk is, bepaalt in de praktijk vooral wat de sector haalbaar vindt.

Samen met het begrip intrinsieke waarde is de Wet dieren voor landbouwhuisdieren daarmee een lege huls geworden. Dierenrechten zouden dezelfde basis moeten hebben als mensenrechten: vrijheid en gelijkheid.

Vrij naar filosoof Isaiah Berlin: er is vrijheid van en vrijheid tot. In de wet hebben dieren hooguit enige vrijheid van pijn en ongemak. Hun vrijheid tot natuurlijk gedrag is niet gegarandeerd. Lees ook Vrijheid is een grondrecht voor dieren en Behoeftes en belangen van mensen en dieren.

De vijf vrijheden in de praktijk

Veehouders willen goed voor hun dieren zorgen. Maar de stallen zijn ingericht op productie. Een kort leven zonder honger en met weinig pijn is nog geen goed leven. Er is ook verveling, gebrek aan ruimte en gebrek aan contact. Een paar voorbeelden:

Kippen

  • De kale legbatterij is sinds 2012 in de EU verboden. In Nederland is sinds 2021 ook de verrijkte kooi verboden. De iets grotere koloniekooi mag nog wel.
  • Leghennen leven meestal met duizenden in één stal. Ze kunnen hun soortgenoten niet ontlopen.
  • Vleeskuikens zijn in ongeveer zes weken slachtrijp. Bij het vangen worden ze vaak hardhandig in kratten gestopt.
  • Snavels van leghennen worden sinds 2018 niet meer behandeld.

Varkens

  • Een zeug ligt wekenlang in een kraamhok waarin ze zich niet kan omdraaien. Drachtige zeugen leven sinds 2013 wel in groepen.
  • Bij de meeste biggen wordt de staart gecoupeerd, hoewel de EU dat als routine verbiedt.
  • Varkens leven op een roostervloer zonder stro, in de lucht van hun eigen mest. Wroeten kunnen ze nauwelijks.
  • Onverdoofd castreren is sinds 2009 gestopt. De meeste beertjes worden nu niet meer gecastreerd.

Koeien en kalveren

  • Het kalf wordt kort na de geboorte bij de moeder weggehaald. De melk is voor ons.
  • Niet alle koeien komen in de wei. Lees Koe in de wei.
  • Op een klein deel van de bedrijven staan koeien nog aangebonden.

Pelsdieren

  • Nertsen fokken is sinds 2021 in Nederland verboden. In andere landen gaat het door.

Meer per diersoort lees je in De ergste misstanden in de bio-industrie. Over de verborgen bio-industrie (konijnen, kalkoenen, eenden) heeft de Dierenbescherming veel informatie. Zie ook onze foto's van de (geringe) ruimte bij scharrelen en de Proclamatie van de rechten van het dier.

protesterend varken

Bronnen: Brambell-rapport (1965); Farm Animal Welfare Council (1979); Mellor, The 2020 Five Domains Model; Wet dieren, artikel 1.3 (versie tot en sinds 1 juli 2024); Tweede Kamer, amendement De Groot en Van Campen (2024); Raad voor Dierenaangelegenheden. Bijgewerkt op dierendag 2026.