Dierenrechten of dierenwelzijn, wat maakt het uit?

Wie dierenrechten serieus neemt, stopt met het gebruiken en eten van dieren. Uit welke filosofie je dat ook afleidt, deze boude stelling maakt meteen duidelijk wat het probleem is voor een politieke partij die dierenrechten serieus wil nemen. Niemand wil gedwongen worden een keuze te maken waar hij nog niet aan toe is, of die aan anderen op te dringen. Dat kost ook zetels. Daarom kiest zo'n partij een oplossing die haar boodschap duidelijk maakt, maar de menselijke vrijheid niet al te veel bedreigt. Dat heet pragmatisme.

Een vaag begrip als compromis

Veel partijen met sympathie voor dieren omarmen een vaag begrip: de intrinsieke waarde van het dier. Sinds 2013 staat die zelfs in de Wet dieren (artikel 1.3). Wat het betekent, weet niemand precies. Het wordt vertaald in iets wat de meeste mensen wel kunnen accepteren: "respect" of "recht op een natuurlijk leven". In de stallen heeft die erkenning weinig veranderd.

Moet een partij die stemmen wil winnen dan maar vaag blijven? Dan nog is het de moeite waard om precies te zeggen wat dierenrechten zijn. En waarin ze verschillen van dierenwelzijn.

Dieren, natuur en milieu zijn kwetsbaar. Wie een beetje sociaal voelt, levert wat van zijn vrijheid in voor wie kwetsbaar is: iets meer vrijheid voor dieren om een natuurlijk leven te leiden, iets minder voor de mens om dat mogelijk te maken. Tot zover is het simpel. Maar wat betekent dat in de praktijk, voor de boeren en de dieren in de bio-industrie?

varken liggend in de modder

Dierenwelzijn versus dierenrechten in de praktijk

Het voorbeeld van de varkensstaart

In de bio-industrie wordt weinig rekening gehouden met dierenwelzijn. Men wil zo goedkoop mogelijk produceren en is bang de exportpositie kwijt te raken. Waar ligt dan de grens? Neem het couperen van varkensstaarten. Varkens die wat groter worden, gaan uit verveling in elkaars staart bijten. De boer redeneert: "Als ik de staart van een big couper, voorkom ik dat het welzijn van het varken later erger wordt aangetast." Binnen de boerenlogica klopt dat. Een welzijnsonvriendelijke ingreep voorkomt nog meer welzijnsonvriendelijkheid.

Wie vanuit dierenrechten kijkt, op welke filosofie ook gebaseerd, ziet het anders. Couperen is dan een aantasting van de lichamelijke integriteit. Dat is onaanvaardbaar. Sterker nog: de hele bio-industrie druist in tegen dierenrechten.

Routinematig couperen is in de EU al sinds 2008 verboden. Toch gebeurt het in Nederland nog altijd bij bijna alle biggen. Het kabinet wil het in 2030 uitfaseren, maar de regels daarvoor (de AMvB dierwaardige veehouderij) zijn in oktober 2026 nog niet vastgesteld.

Het "nee, tenzij"-principe

Een manier om filosofische scherpslijperij te voorkomen is het "nee, tenzij"-principe. Of je stelt, zoals de wet doet, dat dieren belangen hebben die alleen mogen worden geschaad als daar een zwaarwegende reden voor is. Bij "nee, tenzij" ligt de bewijslast bij de boer: hij moet aantonen dat zijn bedrijfsvoering het welzijn niet aantast. De boer pareert dat eenvoudig. Hij zegt dat zijn bedrijf geen negatieve gevolgen heeft voor het welzijn. Alles wat hij doet, kan volgens hem niet anders, of het voorkomt groter onheil. Bewijs dan maar eens voor de rechter dat hij ongelijk heeft.

De vijf vrijheden

Voor dieren is het dus beter om in rechten te denken dan in welzijn. In de praktijk komen beide begrippen samen in de vijf vrijheden: vrijheden waar dieren recht op hebben. Wie ze schendt, schaadt het welzijn. Sinds 2013 staan ze ook in de Wet dieren.

De meeste boeren voldoen aan drie van de vijf eisen, maar bijna niemand aan alle vijf. Vooral het recht op normaal, soorteigen gedrag wordt geschonden. Een weldenkend mens zou het dier toegang tot de wei geven. Voor de landbouwsector is een betonnen uitloop genoeg: daar is de mest makkelijker op te vangen. In 2024 kwam 31 procent van de melkkoeien nooit in de wei. Of dat rechtvaardig en voldoende is, laat de sector over aan het publiek en de politiek.

De vrijheid om te leven naar je eigen vermogens

Martha Nussbaum (1947) werkt in haar boek "Gerechtigheid voor dieren" de capabiliteitsbenadering uit. Volgens die benadering hangt welzijn sterk af van de vrijheid die dieren hebben om hun leven naar eigen goeddunken in te richten. Volgens haar zijn we al eeuwen verplicht onze samenleving zo in te richten dat we met de belangen van dieren evenveel rekening houden als met die van mensen.

Martha Nussbaum. Gerechtigheid voor dieren. Onze collectieve verantwoordelijkheid (bol.com)

Bronnen: Wet dieren, artikel 1.3; EU-richtlijn 2008/120 over varkens; consultatieverslag AMvB dierwaardige veehouderij (2026); CBS, Aantal koeien dat permanent op stal staat toegenomen (augustus 2025). Bijgewerkt op 25 oktober 2026.

Lees ook: Dierenrechten of dierenwelzijn? Vrijheid versus gelijkheid (het debat met Henry Schoen) · Drie wegen naar minder dierenleed - Vrijheid, welzijn en alternatieven · Dierenrecht en verantwoordelijkheid van de mens.