3. Het bufferland buffert niet
Tussen landbouw- en natuurgebieden
worden vaak bufferstroken ingericht
om het vervuilde grondwater te spoelen.
Ze halen weinig uit, blijkt uit nieuw
onderzoek. Door Marieke Aarden in
de Wetenschapsbijlage van de Volkskrant
22-11-2003.
Weinig zinvol besteed geld
De discussie over de effectiviteit
van het natuur- en milieubeleid is weer
opgelaaid. Wordt het geld besteed aan
zinvolle maatregelen en is het milieu-rendement
aan de maat, vroeg onlangs de staatssecretaris
van Milieu Pieter van Geel zich af.
Aan de lijst ernstige twijfelgevallen
kan een nieuw worden toegevoegd.
Bufferzones zijn stroken land tussen
landbouw en natuurgebieden. Ze moeten
vervuiling tegengaan, maar lijken te
vallen in de categorie weinig zinvol
besteed geld. Buffers langs beken die
naast intensieve-landbouwgronden liggen,
bufferen weinig, wijst onderzoek door
ir Mariet Hefting van de Universiteit
Utrecht uit. Hefting promoveert op 24
november 2003. De Wageningse onderzoeker
ir Hans van Dobben van Alterra komt
met eenzelfde conclusie.
Hoe een bufferzone zou moeten werken
Tussen landbouw- en natuurgebieden ontstaan
problemen omdat koeienstront veel stikstof
bevat. De dieren krijgen namelijk voer
met een hoog stikstofgehalte om snel
te groeien. Die hoge stikstofniveaus
kunnen de gewassen als aardappelen,
uien, maïs en bieten niet opnemen
en daardoor verdwijnt veel stikstof
in het grondwater, waar de stikstofmoleculen
worden omgezet in nitraat.
Dit water stroomt naar de beek, die
daardoor vervuilt. Door het grondwater nu door een bufferstrook te leiden,
kan het onderweg worden ontdaan van
nitraat zodat het water schoon de beek in stroomt.
Van Amerika tot Japan zijn ecologen
dol op het aanleggen van zulke bufferzones.
Meestal met het doel de waterkwaliteit
te verbeteren, soms om de luchtvervuiling
te verminderen en ook wel om afstand
te scheppen tussen een woonwijk en een
lawaaiïg industrieterrein.
Tegen zoveel nitraat kan geen buffer op
In Nederland wordt een bufferzone vaak
gebruikt om de nitraatuitspoeling uit
de landbouw enigszins te dempen. Maar
de nitraatconcentraties in het grondwater
zijn zo hoog (tweehonderd milligram
per liter water in Nederland, tegen
bijvoorbeeld nul milligram in Polen)
dat daar geen bufferzone tegenop kan.
Ook onderzoeker Van Dobben van Alterra
ontkent niet dat het 'gepruts in de
marge is', zo lang de ware oorzaak niet
wordt aangepakt. Dat is een té
grote veestapel en té stikstofrijk voer.
Bufferzones werken niet zoals aanvankelijk
werd gedacht, ontdekte Hefting. Het
water verliet wel schoner de bufferzone,
maar in de diepere ondergrond had het
nitraat zich vermengd met het schone
grondwater. Het reinigend vermogen van
de bufferzone werd dus grotelijks overschat.
Van de bodem naar de lucht: lachgas
Er is nog een ander probleem. Een belangrijk
deel van de stikstofstroom wordt weggevangen
door de-nitrificerende bacteriën
in de bodem. Deze bacteriën zetten
de nitraat om in stikstofgas. Omdat
de lucht al voor 80 procent uit stikstofgas
bestaat, is dit een prima oplossing.
Maar dit proces heeft ook zijn keerzijde.
Bij extreem hoge nitraatconcentraties
in het grondwater worden de bacteriën
nogal lui. Ze maken hun werk niet af
en er komt een ander gas vrij, lachgas.
Lachgas is een broeikasgas en slaat
gaten in de ozonlaag. In staatssecretaris
Van Geels milieubeleid wordt lachgas
als een zwaar probleem aangemerkt. Ook
om die reden is de bufferzone verschuiving
van een milieuprobleem van het ene compartiment
naar het andere: van de bodem naar de lucht.
Ammoniak: een kilometer buffer nodig
Een ander onderzoek van Hans van Dobben
naar bufferzones om de ecologische hoofdstructuur
veilig te stellen, wijst al evenmin
op succes. 'Het is veel slimmer om een
boer die in het diepste putje van een
natuurgebied zijn bedrijf heeft, uit
te kopen. Juist in dit putje bezinkt
veel vervuiling, die uitspoelt naar
de omgeving. Als zo'n bedrijf wordt
opgedoekt, is het effect ervan groot'.
De uitkomsten van dit onderzoek lijkt
koren op de molen van het CDA, dat weinig voelt voor bufferzones in landbouwregio's,
omdat die de bedrijfsvoering van boeren
beperken. Hier wordt de bufferzone ook
vaak gebruikt om de verzuring via de
lucht door de ammoniakuitstoot uit de mest te dempen.
De meeste planten kunnen die ammoniakvracht
niet aan en verpieteren of maken plaats
voor heel algemene soorten als brandnetels.
Een bufferzone van 250 meter tussen
een varkensstal en kwetsbare natuur
moet het ammoniakeffect verminderen.
Het onderzoek door Van Dobben leert
dat in Brabant een bufferzone van een
kilometer nodig is om te voorkomen dat
de ammoniak de natuur om zeep helpt.
Dat komt omdat er door de jarenlange
intensieve veehouderij permanent een
zeer hoge concentratie ammoniak in de lucht hangt.
Pak de bron aan
'Een bufferzone van een kilometer is
natuurlijk niet haalbaar in een land
waar om elke hectare grond gestreden
wordt', zegt Van Dobben. Dus is het
zaak de vervuilingsbron aan te pakken.
Dat is precies wat de Europese Commissie
Nederland opdraagt. Nederlandse boeren
moeten zich aan de Europese norm houden:
maximaal 170 kilo stikstof per hectare.
Met 250 kilo per hectare zit de Nederlandse
landbouw daar ver boven, wat zal leiden
tot een forse boete als minister Veerman van Landbouw niet bijstuurt.
Hoewel Hefting kritisch is over de bufferzones,
wil ze deze stroken ook niet kwijt. 'Als de nitraatconcentraties niet te
hoog zijn, prevaleert het milieuvoordeel.
Vaak liggen er al stroken bos of bloemrijk
grasland tussen natuur en landbouwgebieden.
Die moet je natuurlijk gewoon in stand houden
en niet opgeven'. |