Drie artikelen over het mestbeleid en haar effectiviteit

Kost fatsoenlijk boeren te veel geld? Dan versoepelt het ministerie toch gewoon het beleid? Eind 2003 schreven we drie stukken over het mestbeleid. Hieronder leest u eerst hoe het er in 2026 voor staat. Daarna volgen de oorspronkelijke artikelen:

  1. Over schuiven met Minasnormen
  2. EU-Hof veroordeelt Nederlands mestbeleid
  3. Water wordt nauwelijks schoner door een bufferzone tussen weide en beek

Hoe staat het er nu voor?

De drie artikelen hieronder zijn uit 2003. De kern is nog steeds actueel: wie de normen versoepelt omdat strengere regels de intensieve veehouderij geld kosten, schuift de rekening door naar later. Die rekening ligt nu op tafel.

Het mestbeleid in 2026

  • Minas is verdwenen. Na het arrest van het Europese Hof van 2 oktober 2003 moest Nederland Minas loslaten. Sinds 1 januari 2006 geldt een stelsel van gebruiksnormen: een maximale hoeveelheid stikstof en fosfaat die per hectare op het land mag.
  • Geen uitzondering meer. Nederland kreeg vanaf 2006 een uitzondering (derogatie) op de Europese norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. Graslandbedrijven mochten tot 250 kilo uitrijden. Omdat het water niet schoon genoeg werd, is die uitzondering per 1 januari 2026 vervallen. Een nieuwe aanvraag van het kabinet wees de Europese Commissie eind 2025 af. Nu geldt voor alle boeren de norm die in 2003 al op tafel lag.
  • Het water is nog niet schoon. Het grond- en oppervlaktewater moet volgens de Europese Kaderrichtlijn Water eind 2027 op orde zijn. Volgens de minister van Infrastructuur en Waterstaat haalt Nederland dat niet. Rond drinkwaterwinningen in het zuiden en oosten ligt het nitraatgehalte vaak nog boven de norm van 50 milligram per liter. Wageningen verwacht dat Noord-Brabant en Limburg de norm ook in 2033 nog niet halen.
  • Stikstof en ammoniak. In mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof de natuur onvoldoende beschermde. Sindsdien staat de omvang van de veestapel ter discussie. Onderzoeker Van Dobben zei het al in 2003: een bufferzone is gepruts in de marge zolang de bron niet wordt aangepakt.
  • Krimp, betaald met belastinggeld. Via uitkoopregelingen als de Lbv en Lbv-plus stoppen veehouders met hun bedrijf. In april 2026 maakte het kabinet ruim 600 miljoen euro vrij voor melkveehouders die 10 tot 20 procent minder koeien gaan houden. De veestapel krimpt naar verwachting met 12 tot 18 procent richting 2030. De sector wordt niet kleiner omdat het slecht is voor dieren, natuur en drinkwater. Het gebeurt omdat Europa geen uitstel meer geeft.

Bronnen: Europese Commissie en ministerie van LVVN over de derogatie (2022–2025); ministerie van IenW, Vewin en Wageningen Environmental Research over de Kaderrichtlijn Water en nitraat (2023–2025); berichtgeving over de uitkoop- en krimpregelingen (2025–2026). Bijgewerkt op 10 oktober 2026.

De artikelen uit 2003

1. Over Minasnormen en fosfaatwaarden

Minas leek het tij te keren

Nadat het Nederlandse milieu jarenlang verziekt is door het mestoverschot leek de MINAS-wetgeving eindelijk langzaam maar zeker het tij te gaan keren. De MINAS-wetgeving houdt in dat boeren een goede administratie bij houden van wat zij aan mineralen in het milieu brengen en via de oogst en veevoeder er weer aan onttrekken. Door de verliesnormen jaarlijks wat aan te scherpen kan het milieu langzaam uit het mestmoeras worden getrokken.

Te duur voor de intensieve veehouderij

Dit beleid kost de varkens- en kippenhouders steeds meer geld. Dit komt met name omdat deze intensieve veehouders meestal te weinig eigen land hebben om veevoer op te verbouwen en mest op uit te rijden. De afvoer van mest gaat hen jaarlijks meer geld kosten. Dit gecombineerd met lage verdiensten uit de opbrengst van varkensvlees en eieren maakt het steeds onrendabeler om door te gaan.

Dat treft, zou je zeggen, want we hebben in Nederland reeds een onverantwoorde overproductie in deze sector. Omdat deze overproductie gericht is op afzet op de buitenlandse markt en in het binnenland een sterke aanslag doet op dierenwelzijn en het milieu zijn de meeste Nederlanders deze sector liever kwijt dan rijk.

Geld boven normen en waarden

Zo niet minister Veerman van LNV. Hij prefereert uw en zijn kop in het vervuilde zand te steken. Immers ook aan uitbuiting is geld te verdienen en geld verdienen staat blijkbaar voor deze regering boven alle normen en waarden.

In het beleid worden de slechte vooruitzichten voor deze sector aangeduid als negatieve sociaal economische gevolgen. Alsof er ooit een regering er van weerhouden is om een ongewenste sector af te bouwen omdat de getroffen gezinnen dan naar ander werk zouden moeten omzien. Mogelijk zijn varkens- en kippenhouders niet slim, maar om nu te suggereren dat zij te dom zijn om ander, fatsoenlijker werk te zoeken doet deze mensen onrecht aan.

"Eerst het zuur, dan het zoet", maar een verzuurd milieu levert geen gezond drink- en zwemwater meer. En: "zachte heelmeesters maken stinkende wonden", in deze context: een zachte regelgeving (gedogen) maakt een stinkend milieu.

Bodem en grondwater zijn verzadigd

Wat is de situatie? Doordat in het verleden lange tijd te veel mest in het milieu is gebracht is de bodem en het grondwater verzadigd met fosfaat en nitraat. Ondanks dat tegenwoordig minder in het milieu gebracht wordt, blijft de hoeveelheid van deze ongewenste stoffen nog decennia te hoog voor een gezonde ecologie.

De waarden in het grondwater zijn voor aanzienlijke delen in het land nog 2 keer de toegestane norm. De concentratie zuur, stikstof en fosfaat in de bodem in Nederland is momenteel het hoogste in Europa.

benuttingsgraad

Wat het RIVM schreef

In een RIVM rapport uit maart 2002 "Minas en milieu. Balans en verkenning" staat te lezen: "Bij verdergaande aanscherpingen na 2003 zullen de kosten voor de landbouw bij de huidige stand van kennis en techniek meer dan proportioneel stijgen. Verdere aanscherping van de fosfaatverliesnorm naar 0-1 kg per ha zal volledig voor rekening van de intensieve veehouderij komen en daar uiteindelijk leiden tot een krimp van ca. 30%, overeenkomend met een verlies van 1 miljard euro toegevoegde waarde in het agrocomplex en een mogelijk verlies van globaal 20.000 arbeidsplaatsen".

Tot zover het rapport. Let wel: de "toegevoegde waarde" van de intensieve veehouderij waarop hier wordt gedoeld zijn geen kosten, maar niet verdiend bloedgeld.

De minister stelt de aanscherping uit

Het is duidelijk dat deze boodschap bij de nieuwe regering niet welkom is. Normen en waarden o.k., maar het mag geen miljard omzet schelen. Minister Veerman stelt daarom doodleuk voor om de afgesproken aanscherping van de fosfaat- en stikstofnormen in 2003 maar niet meer door te laten gaan. De verliesnormen voor droge zandgronden per hectare liggen voor 2003 op 160 kilo voor grasland en 80 kilo voor bouwland. Voor 2004 is dit 140 respectievelijk 60 kilo. De normen overige en matig droge zandgronden (grondwatertrap VI) blijven gehandhaafd.

Het RIVM-rapport besluit de samenvatting met: "Het verdient aanbeveling om bij de beleidsmatige afweging de sociaal-economische kosten en de ecologische baten te beoordelen met het oog op de langere termijn. De puur landbouweconomische mogelijkheden staan onder druk van het toekomstige EG-landbouwbeleid, inclusief de uitbreiding met Oost-Europese lidstaten. Ook de milieudoelstellingen beperken de economische (uitbreidings)mogelijkheden, maar vergemakkelijken de inpassing en rol van de landbouw binnen natuur en groene ruimte".

Voor de goede verstaander, hier staat klip en klaar "we moeten de intensieve veehouderij toch kwijt in de toekomst en de verminderde milieudruk komt ons om andere redenen ook goed uit".

Laat de intensieve veehouderij krimpen

Laten we de intensieve veehouderij krimpen (liefst tot nul) en veehouders stimuleren om zich te gedragen als verantwoorde hoeders van een ecologisch gezonde manier van omgaan met de natuur. Er wordt dan in Nederland minder vee onder betere welzijnsomstandigheden gehouden. Het niet meer gedogen van de bio-industrie is een bijdrage aan het hanteren van normen en waarden in de samenleving.

2. EU-Hof veroordeelt Nederlands mestbeleid

Het onderstaande werd 2 oktober 2003 bekend (Bron: de Boerderij).

Nederland op alle fronten in het ongelijk

Het Nederlands mestbeleid schiet ernstig tekort. Het Europese Hof van Justitie stelt in zijn vanochtend verschenen arrest Nederland op alle fronten in het ongelijk.

De langverwachte uitspraak van de Europese rechters heeft tot gevolg dat Nederland gebruiksnormen moet invoeren voor mest en kunstmest. De Europese Commissie had Nederland aangeklaagd omdat Minas, de verliesnormen en de heffingen niet passen in de voorschriften van de Nitraatrichtlijn.

Verliesnormen accepteren uitspoeling

Het Hof vindt die klacht gegrond. Dit instrumentarium kan niet garanderen dat uitspoeling wordt voorkomen. Sterker nog, het hanteren van verliesnormen bevestigt dat uitspoeling acceptabel is. De richtlijn schrijft gebruiksnormen voor, dus moet Nederland die invoeren.

Ook de details deugen niet

Ook op details van het beleid wordt Nederland veroordeeld. Zo zijn er geen of onvoldoende voorschriften voor:

  • opslagcapaciteit van mest.
  • het uitrijden op hellingen en langs waterlopen.
  • een aanwendperiode van kunstmest.
  • de stikstoffixatie door vlinderbloemigen.
  • de mineralisatie van stikstof uit organische stof.

Te laat is te laat

Het doet er voor het Hof niet toe dat Nederland inmiddels wel maatregelen heeft genomen of aangekondigd. Ze hadden van kracht moeten zijn in de periode waarin ze door de Nitraatrichtlijn werden voorgeschreven. Zo rekent het Hof Nederland aan dat het de uitspoelingsgevoelige zandgronden te laat heeft aangewezen.

De uitspraak is niet verrassend. Het Hof volgt de conclusies die zijn advocaat-generaal al in november 2002 presenteerde. Het arrest dwingt Nederland zijn mestmaatregelen aan te passen aan de wensen van de Europese Commissie. Daarover was al overleg gaande met EU-milieucommissaris Wallström.

3. Het bufferland buffert niet

Tussen landbouw- en natuurgebieden worden vaak bufferstroken ingericht om het vervuilde grondwater te spoelen. Ze halen weinig uit, blijkt uit nieuw onderzoek. Door Marieke Aarden in de Wetenschapsbijlage van de Volkskrant 22-11-2003.

Weinig zinvol besteed geld

De discussie over de effectiviteit van het natuur- en milieubeleid is weer opgelaaid. Wordt het geld besteed aan zinvolle maatregelen en is het milieu-rendement aan de maat, vroeg onlangs de staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel zich af.

Aan de lijst ernstige twijfelgevallen kan een nieuw worden toegevoegd. Bufferzones zijn stroken land tussen landbouw en natuurgebieden. Ze moeten vervuiling tegengaan, maar lijken te vallen in de categorie weinig zinvol besteed geld. Buffers langs beken die naast intensieve-landbouwgronden liggen, bufferen weinig, wijst onderzoek door ir Mariet Hefting van de Universiteit Utrecht uit. Hefting promoveert op 24 november 2003. De Wageningse onderzoeker ir Hans van Dobben van Alterra komt met eenzelfde conclusie.

Hoe een bufferzone zou moeten werken

Tussen landbouw- en natuurgebieden ontstaan problemen omdat koeienstront veel stikstof bevat. De dieren krijgen namelijk voer met een hoog stikstofgehalte om snel te groeien. Die hoge stikstofniveaus kunnen de gewassen als aardappelen, uien, maïs en bieten niet opnemen en daardoor verdwijnt veel stikstof in het grondwater, waar de stikstofmoleculen worden omgezet in nitraat.

Dit water stroomt naar de beek, die daardoor vervuilt. Door het grondwater nu door een bufferstrook te leiden, kan het onderweg worden ontdaan van nitraat zodat het water schoon de beek in stroomt.

Van Amerika tot Japan zijn ecologen dol op het aanleggen van zulke bufferzones. Meestal met het doel de waterkwaliteit te verbeteren, soms om de luchtvervuiling te verminderen en ook wel om afstand te scheppen tussen een woonwijk en een lawaaiïg industrieterrein.

Tegen zoveel nitraat kan geen buffer op

In Nederland wordt een bufferzone vaak gebruikt om de nitraatuitspoeling uit de landbouw enigszins te dempen. Maar de nitraatconcentraties in het grondwater zijn zo hoog (tweehonderd milligram per liter water in Nederland, tegen bijvoorbeeld nul milligram in Polen) dat daar geen bufferzone tegenop kan.

Ook onderzoeker Van Dobben van Alterra ontkent niet dat het 'gepruts in de marge is', zo lang de ware oorzaak niet wordt aangepakt. Dat is een té grote veestapel en té stikstofrijk voer.

Bufferzones werken niet zoals aanvankelijk werd gedacht, ontdekte Hefting. Het water verliet wel schoner de bufferzone, maar in de diepere ondergrond had het nitraat zich vermengd met het schone grondwater. Het reinigend vermogen van de bufferzone werd dus grotelijks overschat.

Van de bodem naar de lucht: lachgas

Er is nog een ander probleem. Een belangrijk deel van de stikstofstroom wordt weggevangen door de-nitrificerende bacteriën in de bodem. Deze bacteriën zetten de nitraat om in stikstofgas. Omdat de lucht al voor 80 procent uit stikstofgas bestaat, is dit een prima oplossing. Maar dit proces heeft ook zijn keerzijde. Bij extreem hoge nitraatconcentraties in het grondwater worden de bacteriën nogal lui. Ze maken hun werk niet af en er komt een ander gas vrij, lachgas.

Lachgas is een broeikasgas en slaat gaten in de ozonlaag. In staatssecretaris Van Geels milieubeleid wordt lachgas als een zwaar probleem aangemerkt. Ook om die reden is de bufferzone verschuiving van een milieuprobleem van het ene compartiment naar het andere: van de bodem naar de lucht.

Ammoniak: een kilometer buffer nodig

Een ander onderzoek van Hans van Dobben naar bufferzones om de ecologische hoofdstructuur veilig te stellen, wijst al evenmin op succes. 'Het is veel slimmer om een boer die in het diepste putje van een natuurgebied zijn bedrijf heeft, uit te kopen. Juist in dit putje bezinkt veel vervuiling, die uitspoelt naar de omgeving. Als zo'n bedrijf wordt opgedoekt, is het effect ervan groot'.

De uitkomsten van dit onderzoek lijkt koren op de molen van het CDA, dat weinig voelt voor bufferzones in landbouwregio's, omdat die de bedrijfsvoering van boeren beperken. Hier wordt de bufferzone ook vaak gebruikt om de verzuring via de lucht door de ammoniakuitstoot uit de mest te dempen. De meeste planten kunnen die ammoniakvracht niet aan en verpieteren of maken plaats voor heel algemene soorten als brandnetels.

Een bufferzone van 250 meter tussen een varkensstal en kwetsbare natuur moet het ammoniakeffect verminderen. Het onderzoek door Van Dobben leert dat in Brabant een bufferzone van een kilometer nodig is om te voorkomen dat de ammoniak de natuur om zeep helpt. Dat komt omdat er door de jarenlange intensieve veehouderij permanent een zeer hoge concentratie ammoniak in de lucht hangt.

Pak de bron aan

'Een bufferzone van een kilometer is natuurlijk niet haalbaar in een land waar om elke hectare grond gestreden wordt', zegt Van Dobben. Dus is het zaak de vervuilingsbron aan te pakken. Dat is precies wat de Europese Commissie Nederland opdraagt. Nederlandse boeren moeten zich aan de Europese norm houden: maximaal 170 kilo stikstof per hectare.

Met 250 kilo per hectare zit de Nederlandse landbouw daar ver boven, wat zal leiden tot een forse boete als minister Veerman van Landbouw niet bijstuurt. Hoewel Hefting kritisch is over de bufferzones, wil ze deze stroken ook niet kwijt. 'Als de nitraatconcentraties niet te hoog zijn, prevaleert het milieuvoordeel. Vaak liggen er al stroken bos of bloemrijk grasland tussen natuur en landbouwgebieden. Die moet je natuurlijk gewoon in stand houden en niet opgeven'.