Wat dieren eten, kan de menselijke gezondheid beïnvloeden

"Je bent wat je eet." Wat een dier binnenkrijgt en hoe het gehouden wordt, kan via vlees, melk en eieren bij de mens terechtkomen. Dat geldt voor ziekteverwekkers, resistente bacteriën en schadelijke stoffen in het voer. Hoe meer dieren dicht op elkaar leven, hoe groter de kans dat een ziekte zich verspreidt en overspringt naar mensen.

Ziektes van dier naar mens

Ziektes die van dier op mens kunnen overgaan, heten zoönosen. Ongeveer 6 van de 10 infectieziektes bij mensen zijn zoönosen. Van de nieuwe infectieziektes komen er zelfs zo'n 3 van de 4 van dieren. Ook oude ziektes als tuberculose, pokken en mazelen zijn ooit van dieren op mensen overgesprongen.

  • Q-koorts. Tussen 2007 en 2010 werden in Nederland ruim 4.000 mensen ziek door Q-koorts van geitenbedrijven. Ongeveer 100 mensen overleden aan de gevolgen, vooral aan chronische Q-koorts. Het was de grootste Q-koortsuitbraak ooit gemeten. Nog steeds hebben veel mensen er last van.
  • Vogelgriep. Het H5N1-virus doodt elk jaar miljoenen kippen en wilde vogels. Sinds 2024 besmet het in de Verenigde Staten ook melkkoeien. Mensen raken nog maar zelden besmet, maar van de bekende besmette mensen is wereldwijd ongeveer de helft overleden. Hoe vaker het virus in zoogdieren komt, hoe groter de kans dat het zich aanpast aan mensen.
  • Campylobacter en salmonella. Dit zijn de bekendste voedselinfecties. Campylobacter zit vooral op kippenvlees, salmonella vooral in eieren en kip. Samen maken ze in Nederland elk jaar tienduizenden mensen ziek.
  • Resistente bacteriën. Door antibiotica in de veehouderij zijn bacteriën ontstaan waartegen veel antibiotica niet meer werken, zoals ESBL en veegerelateerde MRSA. Veel varkenshouders en dierenartsen dragen MRSA bij zich. Lees meer in Het gevaar van antibiotica in veevoer.

Wat er in het voer zat en zit

  • Antibiotica als groeibevorderaar. Jarenlang ging antibiotica door het voer om dieren sneller te laten groeien. Dat is in de EU sinds 2006 verboden. Antibiotica om zieke dieren te behandelen mag nog wel. Vaak krijgt dan een hele groep dieren tegelijk een kuur.
  • Groeihormonen. Die zijn in de EU sinds 1988 verboden. Buiten de EU zijn ze in een aantal landen nog toegestaan, zoals in de Verenigde Staten. Ook binnen de EU worden af en toe illegale groeibevorderende middelen gevonden.
  • Dioxine. Dioxine komt vrij bij verbranding. Het kwam in het voer terecht doordat afvalstoffen met grondstoffen voor veevoer werden gemengd, bijvoorbeeld in België in 1999. Lees meer over dioxine.
  • Diermeel. Door BSE werd diermeel in veevoer in 2001 in de hele EU verboden. Sinds 2021 mag het weer deels: kippenmeel in varkensvoer en varkensmeel in kippenvoer. Voor koeien, schapen en geiten blijft het verboden.

Over de herkomst en de nadelen van veevoer lees je meer in De veevoederindustrie als stille kracht achter de schermen.

BSE: hoe het begon en hoe het afliep

BSE, de gekkekoeienziekte, is een hersenziekte bij runderen. Ze wordt veroorzaakt door prionen: verkeerd gevouwen eiwitten die andere eiwitten ook verkeerd laten vouwen. Daardoor ontstaan gaten in de hersenen. BSE werd in 1986 in het Verenigd Koninkrijk ontdekt.

Koeien eten van nature geen vlees. Toch kregen ze diermeel in hun voer, gemaakt van slachtafval van onder meer runderen en schapen. Zo verspreidde BSE zich. In het Verenigd Koninkrijk kregen ongeveer 184.000 runderen BSE. Op het hoogtepunt in 1992 waren dat er meer dan 37.000 in één jaar. Ook in andere landen kwam BSE voor, ook in Nederland.

Via besmet rundvlees kregen mensen een nieuwe variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Die is altijd dodelijk. In de jaren 90 vreesde men tienduizenden slachtoffers. Uiteindelijk werden wereldwijd zo'n 230 mensen ziek, van wie 3 in Nederland. In Nederland is al meer dan tien jaar geen nieuw geval meer geweest.

Na de crisis werden miljoenen runderen gedood. Diermeel in veevoer werd verboden en riskante delen van het rund, zoals hersenen en ruggenmerg, mogen niet meer in voedsel. Sindsdien is BSE zeldzaam geworden. Af en toe wordt nog een geval gevonden, meestal een vorm die spontaan bij oude koeien ontstaat.

Meer informatie

Bronnen: RIVM, Q-koorts en vCJD; UMC Utrecht, chronische Q-koorts; ECDC, vCJD; WHO, zoönosen en vogelgriep; Europese Commissie, verwerkt dierlijk eiwit (2021). Bijgewerkt op dierendag 2026.