Het Natuurnetwerk Nederland, de vroegere Ecologische Hoofdstructuur (EHS), moet natuurgebieden met elkaar verbinden. Ook in Noord-Nederland botst dat met de intensieve veehouderij en met andere economische belangen. Een paar voorbeelden.
Natuur in conflict met de intensieve veehouderij
Westerwolde
Een voorbeeld is het gebied Westerwolde, in het zuidoosten van Groningen. Rond 2000 bracht de vereniging Groningen Tegen Bio-industrie in kaart waar de bestaande varkens- en kippenhouderijen lagen en waar uitbreiding was gepland. Zo werd zichtbaar dat de intensieve veehouderij ook in relatief "schone" gebieden een bedreiging vormt voor de natuur en de soortenrijkdom. Zo'n kaart bestond ook voor het Zuidwesterkwartier. Volgens de provincie Groningen was de milieukwaliteit van de natuur in 1998 zo:
- Verdroging. Ongeveer driekwart van alle gebieden was droger dan gewenst.
- Verzuring. Twee derde van de gebieden was zuurder dan gewenst.
- Vermesting. In een derde van het gebied was er meer stikstof dan gewenst.
Dat probleem is nog lang niet opgelost. In 2024 kreeg in heel Nederland nog maar 31 procent van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden niet meer stikstof dan ze kan verdragen. Meer cijfers staan bij het Natuurnetwerk Nederland.
Westerbroek
Een tweede voorbeeld uit Groningen is de ecologische verbinding tussen de natuurgebieden aan beide kanten van de A7 tussen Groningen en Hoogezand. De zone van ongeveer 85 hectare verbindt de natuurgebieden van het Roegwold en het Zuidlaardermeer en hoort bij het Natuurnetwerk. Er ligt een slenk met verschillende waterpartijen. Vooral de noordse woelmuis, de ringslang en de otter profiteren ervan, omdat ze zich makkelijker en vooral veiliger tussen beide gebieden kunnen verplaatsen. In het voorjaar van 2021 was het werk klaar.
Een boer aan de rand van deze zone zette er een bord bij: "van de natuur kun je niet eten". Dat het leeuwendeel van het in Nederland geproduceerde voedsel wordt geëxporteerd ten koste van de biodiversiteit, is voor hem blijkbaar geen probleem.
Mest in Friesland
De omvang van de intensieve veehouderij vertraagt het tempo waarin de aangewezen natuur echt beschermde natuur wordt. Ook het noorden van het land heeft een mestoverschot. Tot 2026 mochten Nederlandse melkveehouders met een uitzondering van de Europese Unie (derogatie) meer mest op hun grasland uitrijden dan boeren in andere landen. Die uitzondering is op 1 januari 2026 vervallen. Volgens het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding wordt het mestoverschot daardoor meer dan vijf keer zo groot. Vooral Friesland merkt dat: daar moet in 2026 naar schatting 3,2 miljoen ton mest van de bedrijven worden afgevoerd, 2,1 miljoen ton meer dan in 2022. Dat terwijl de Friese boeren hun zuivel vooral in het buitenland verkopen en daarmee hun buitenlandse collega's beconcurreren.
De kokkelvisserij in de Waddenzee
De Waddenzee is een beschermd natuurgebied waarin grootschalige visserij volgens natuurbeschermers niet past. Kokkels staan in Nederland nauwelijks op het menu, maar in Zuid-Europa worden ze gretig gegeten, bijvoorbeeld in paella of als tapas. Rond 2000 was de mechanische kokkelvisserij een lucratieve bedrijfstak. Tegelijk stierven er opvallend veel scholeksters en later ook eidereenden. "Vissers en eidereenden zitten duidelijk in elkaars vaarwater, dat blijkt wel als je de kaartjes over elkaar legt. Ze zijn allebei op zoek naar grote schelpen die op enige diepte in voldoende hoge dichtheden liggen" (NRC, maart 2001).
Na een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in 2004 is de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee sinds 2005 verboden. Kokkels mogen alleen nog met de hand worden gevist, door een beperkt aantal vissers met een vergunning. Toch hebben schelpdieretende vogels als de scholekster en de eidereend het in de Waddenzee nog steeds moeilijk.
Gaswinning onder de Waddenzee
Door bodemdaling als gevolg van gaswinning kan er in het Waddengebied minder wad droogvallen. De Waddenzee wordt dan dieper en veel vogels kunnen geen voedsel meer vinden. Juist het droogvallende wad is internationaal van groot belang voor trekvogels.
Sinds 2007 wint de NAM vanaf het vasteland gas onder de Waddenzee, bij Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen. Dat gebeurt volgens het principe "hand aan de kraan": daalt de bodem meer dan afgesproken, dan moet de winning worden beperkt of gestopt. Sinds 2024 verbiedt de wet nieuwe gaswinning onder de Waddenzee. In november 2025 sprak het kabinet met de NAM af dat de geplande gaswinning bij Ternaard definitief niet doorgaat.
Vismigratie
Een aantal vissoorten trekt van zout naar zoet water om zich voort te planten. Er zijn veel gemalen, dijken, stuwen en sluizen gebouwd om de waterstand te beheersen en mensen te beschermen tegen hoog water. Daardoor kunnen vissen niet meer op een natuurlijke manier naar hun paaiplaatsen zwemmen.
De waterschappen helpen de vissen een handje met vistrappen, vispassages en visvriendelijke gemalen. Toch raken er nog veel vissen gewond in gemalen met visonvriendelijke pompen. De techniek in de nieuwe vispassage biedt hierin uitkomst. In de Afsluitdijk wordt de Vismigratierivier aangelegd: een kronkelende rivier waardoor vissen van de Waddenzee naar het IJsselmeer kunnen zwemmen. De eerste vissen kunnen er naar verwachting in 2027 doorheen.
Bronnen: RIVM, Dalende trend stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (2026); Omrop Fryslân, Friese boeren zijn tienduizenden euro's extra kwijt; Nederlands Centrum voor Mestverwaarding; Kokkelvisserij; Vogelbescherming, Visserij in de Waddenzee; Rijksoverheid, Geen gaswinning onder Waddenzee bij Ternaard (28 november 2025); Waddenzee.nl, Beleid diepe delfstoffen; Van Oord, Vismigratierivier. Bijgewerkt in oktober 2026. |