Durf je voor dieren uit te komen of word je dan gepest?

Je eet geen vlees meer of je komt op voor dieren. Misschien ben je bang dat anderen je daarom raar vinden of gaan pesten. Toch: durf het. Je staat er niet alleen voor. Steeds meer jongeren eten minder of geen vlees. En als je toch gepest wordt, ligt dat nooit aan jou.

Als je gepest wordt

  • Praat erover. Met je ouders, een vriend, je mentor of een andere volwassene die je vertrouwt. Pesten gaat vaak door omdat niemand het weet.
  • De school moet ingrijpen. Sinds 2015 moet elke school in Nederland zorgen voor een veilige school en een aanspreekpunt voor pesten hebben. Vraag wie dat bij jou is.
  • Online gepest? Maak screenshots, blokkeer de pester en meld het bij de app of het platform. Reageer niet terug in dezelfde toon.
  • Liever eerst anoniem praten? Bel of chat met De Kindertelefoon. Dat is gratis en anoniem voor iedereen van 8 tot 18 jaar, elke dag van 11 tot 21 uur.

Kindertelefoon 0800-0432 of chat via kindertelefoon.nl

Slim reageren op opmerkingen over je eten

  • Houd het kort en rustig. "Ik eet geen vlees omdat ik dieren niet wil laten lijden" is genoeg. Je hoeft geen lezing te geven.
  • Humor helpt. Wie lacht, is moeilijk te pesten. Een grap over je eigen boterham haalt de angel eruit.
  • Je hoeft niet elke discussie aan te gaan. "Daar praat ik straks graag over" is ook een antwoord. Een gesprek met één persoon werkt beter dan een discussie met de hele groep.
  • Ken de bekende smoesjes. "Planten hebben ook gevoel" of "Leeuwen eten toch ook vlees": de meeste opmerkingen zijn drogredenen. Wie ze herkent, blijft rustiger. Oefen met het spel Welke drogreden is dit? of lees Drogredenen die leiden tot dierenleed.
  • Zoek medestanders. Vaak zijn er in je klas meer mensen die er net zo over denken, maar het niet durven te zeggen. Samen sta je sterker.

Waarom groepen pesten

In elke groep ontstaat een soort pikorde, net als bij kippen. Wie anders is of anders denkt, valt op. Soms wordt zo iemand een zondebok: de groep reageert spanning en frustratie op die ene persoon af. Dat zegt meer over de groep dan over degene die gepest wordt. Pesters willen vaak stoer lijken, erbij horen of zich zelf belangrijker voelen. Soms zijn ze zelf onzeker of worden ze thuis slecht behandeld.

Pesten duurt vaak lang omdat iedereen zwijgt. Wie gepest wordt, schaamt zich of is bang dat het erger wordt. De anderen zien het wel, maar grijpen niet in. Ze zijn bang om zelf het doelwit te worden. Dat heet het omstanderdilemma. Wie niets doet, voelt zich daarna vaak schuldig. Om dat gevoel weg te duwen, geven omstanders soms het slachtoffer zelf de schuld. Zo houdt het pesten zichzelf in stand.

Pesten is niet alleen iets van school. Ook volwassenen pesten, bijvoorbeeld op het werk. Vaak gaat het dan om iemand die anders is dan de rest van de groep. Ook daar is het belangrijk dat een leidinggevende ingrijpt.

Wegkijken bij mensen en bij dieren

Er is een opvallende overeenkomst tussen pesten en de manier waarop we met dieren in de bio-industrie omgaan. In beide gevallen zien veel mensen dat er iets mis is. Toch komt bijna niemand voor de slachtoffers op. Het is onaantrekkelijk om de kant te kiezen van wie zwak staat. Je loopt het risico zelf buiten de groep te vallen. Iedereen wijst naar een ander. Lees daarover Recht doen aan dieren: wie zijn er allemaal verantwoordelijk?

Mensen die gefrustreerd zijn, reageren zich soms ook af op dieren. Ze schoppen de hond of lachen om dierenleed. Zie Lachen om dieren.

Lees ook

Bronnen: De Kindertelefoon; Wet sociale veiligheid op school (2015). Bijgewerkt op dierendag 2026.