Het beïnvloeden van gedrag naar dieren |
Onverschilligheid van de consument
Onverschilligheid is de schaduwzijde van de medaille waarop tolerantie staat gegraveerd. Tolerantie is weer het zusje van vrijheid. Gecombineerd met geldzucht kan onverschilligheid akelige gevolgen hebben, zoals de bio-industrie. Die geldzucht valt te beteugelen door ongewenste bedrijfsvoering financieel onaantrekkelijk te maken: subsidies intrekken en werken volgens het principe "de vervuiler betaalt".
Hoe kan het dat bijna iedereen tegen dierenleed is en toch zo weinig mensen hun gedrag aanpassen? Veel mensen vinden kooien en volle stallen verkeerd, maar kopen toch het goedkoopste vlees. In wetenschappelijke termen: hoe ontstaat het gat tussen houding (attitude) en gedrag? |
Wanneer veranderen mensen hun gedrag (niet)?
Gedragsverandering begint met het besef dat er met het huidige gedrag iets mis is. Bij dieren gaat het dan om kennis van de misstanden, maar ook om ethiek of spiritualiteit. Als ethiek niet geworteld is in mededogen, komt er van rechtvaardig handelen weinig terecht. Het dier moet minstens een zekere status hebben, zodat mensen grenzen zien aan wat ermee mag gebeuren. Wij vinden overigens dat dieren rechten hebben, los van hun status of waarde.
Daarna weegt iedereen voor- en nadelen af: prijs, smaak, gemak, gezondheid en of er goede alternatieven te krijgen zijn. Ook telt de vraag wie verantwoordelijk is: ik, de boer, de supermarkt of de overheid? En of mijn keuze iets uitmaakt: is mijn druppel niet een druppel op een gloeiende plaat?
Zijspoor: het model van Fishbein en Ajzen
De psychologen Fishbein en Ajzen zien een rationele afweging van voor- en nadelen als belangrijkste motor van gedrag. Daarnaast telt de sociale druk van belangrijke anderen: familie, vrienden, medeconsumenten, belangenorganisaties en de overheid. Hoe belangrijker je hun mening vindt, hoe groter hun invloed. Later voegde Ajzen er een derde factor aan toe: hoeveel controle je denkt te hebben over je eigen gedrag. Wat voor de een rationeel is, kan voor een ander overigens irrationeel zijn.
|
Sociale druk en levensstijl
Sociale druk komt van ouders, het onderwijs, de media, reclame en rolmodellen. Vlees staat van oudsher voor kracht en welvaart. Wie geen vlees eet, valt op en levert impliciet kritiek op de levensstijl van anderen. Daarmee maak je je niet snel populair. Een levensstijl waarin je rekening houdt met anderen valt bovendien nauwelijks op. En de slachtoffers van de bio-industrie zijn niet altijd aantrekkelijk om voor op te komen.
Het jachtige leven helpt ook niet. Wie het druk heeft, neemt geen tijd om zijn eetpatroon te heroverwegen. Men erkent de nadelen wel, maar doet er niets mee. Competitie geldt als deugd, jezelf matigen als jezelf tekortdoen en altruïstisch gedrag is al snel verdacht. |
De vleesparadox
De meeste mensen houden van dieren en eten ze toch. Psychologen noemen dat de vleesparadox. Die tegenstrijdigheid voelt ongemakkelijk. Mensen lossen het ongemak meestal niet op door hun gedrag te veranderen, maar door anders over dieren te denken. Onderzoek laat zien dat mensen dieren die ze eten minder verstand en gevoel toeschrijven, vooral vlak voordat ze vlees gaan eten. Een koe lijkt dan "dommer" dan een hond.
Daarnaast praten mensen vlees eten goed met vier vaste rechtvaardigingen, de 4 N's: vlees eten is natuurlijk, normaal, noodzakelijk en lekker (in het Engels "nice"). Wie de vier N's herkent, ziet ze overal terug in gesprekken over vlees. Lees meer over drogredenen van vleeseters.
Zijspoor: mechanismen die slechte gewoontes in stand houden
Filosoof Tatjana Visak beschreef al in 2002 hoe we het onszelf makkelijk maken om aan een slechte gewoonte vast te houden:
- Het slachtoffer wordt minderwaardig verklaard. Dat gebeurt in oorlogen en het rechtvaardigt ook de overheersing van dieren.
- De handeling wordt in stukjes opgedeeld. De vleeseter doodt het dier niet zelf en lijkt er niet verantwoordelijk voor.
- Het lijden is ver weg. We hoeven het slachtoffer niet in de ogen te kijken.
- Een "steak" of "kroketje" lijkt niet meer op een koe of een varken. Het verband verdwijnt makkelijk uit ons bewustzijn.
- Wie geen band heeft met het dier, zegt ook minder snel 'nee' tegen het aangeboden vlees.
- We leren anderen geen pijn te doen, maar nog niet om dat principe toe te passen op mensen en dieren die ver weg zijn.
|
Wat helpt wel?
Argumenten alleen veranderen weinig. Gedrag verandert vooral als de omgeving meewerkt. Onderzoek wijst op een paar dingen die werken:
- Maak het makkelijk. Hoe meer vegetarische gerechten er op het menu staan, hoe vaker mensen die kiezen. In kantines van de universiteit van Cambridge steeg de verkoop van vegetarische maaltijden met 40 tot 80 procent toen het aanbod werd verdubbeld. Een vegetarisch gerecht als standaardkeuze werkt nog sterker.
- Laat zien dat het verandert. De boodschap "steeds meer mensen eten minder vlees" werkt beter dan "de meeste mensen eten nog vlees". Mensen willen meegaan met de richting waarin anderen bewegen.
- Zorg dat het lekker is. Wie lekker kan koken zonder vlees, houdt het langer vol. Goede recepten doen meer dan argumenten.
- Eet samen. Een gezellige vegetarische maaltijd met vrienden verandert meer dan een preek.
- Laat de prijs de waarheid spreken. Als vlees de echte kosten voor dier, milieu en gezondheid zou bevatten, zou het veel duurder zijn. Nu betalen we gespreid: via de belasting en later in de winkel. "De vervuiler betaalt" maakt de afweging eerlijker.
- Geef kleine stappen een kans. Wie begint met een paar dagen per week zonder vlees, ontdekt dat het meevalt. Dat maakt de volgende stap kleiner.
|
Zijspoor: verslaving en onvrijheid
De onverschilligheid van de consument van bio-industrieproducten lijkt op die van een verslaafde voor de gevoelens van zijn slachtoffers. Verslaving is een vorm van onvrijheid die de vrijheid van anderen kan bedreigen. De moderne mens werkt hard, heeft geen tijd voor alternatieven en wil gemakkelijk, goedkoop en snel eten. Daarmee geeft hij de bio-industrie te veel speelruimte, omdat hij de producten niet kritisch bekijkt en geen grenzen stelt.
Ook het dier wordt zo snel mogelijk "opgepept". Groeihormonen zijn in de Europese Unie sinds 1988 verboden. Toch worden er nog stoffen ingezet die de groei bevorderen, zoals toevoegingsmiddelen in het voer. Bij controles worden ook af en toe verboden middelen aangetroffen. Buiten de EU, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, zijn groeihormonen voor rundvee en groeibevorderaars voor varkens gewoon toegestaan. Resten van zulke stoffen kunnen weer in ons eten terechtkomen.
Tot zover de individuele overwegingen. Er zijn ook factoren op macroniveau die verbetering van het dierenwelzijn vertragen. Wie meer wil weten over hoe mens en samenleving zich (on)gezond ontwikkelen, leest Erich Fromm of onze visie op innerlijke bevrijding.
Confucius (551-479 v.Chr.): "Ik zag ze leven en kan niet verdragen ze te zien doden; ik hoorde hun smartkreet en weiger hun vlees te eten."
Bronnen: Loughnan, Haslam en Bastian, The role of meat consumption in the denial of moral status and mind to meat animals (Appetite, 2010); Piazza e.a., Rationalizing meat consumption. The 4Ns (Appetite, 2015); Sparkman en Walton, Dynamic norms promote sustainable behavior (Psychological Science, 2017); Garnett e.a., Impact of increasing vegetarian availability on meal selection and sales in cafeterias (PNAS, 2019); Tatjana Visak in Trouw (31 mei 2002). Bijgewerkt in oktober 2026. |
|
|