Wat vertraagt verbeteringen van het dierenwelzijn in de veehouderij?
Bijna iedereen vindt dat dieren in de veehouderij beter moeten worden behandeld. Toch gaan verbeteringen tergend langzaam. Dat heeft niet één oorzaak, maar een hele reeks, die elkaar versterken. We zetten ze op een rij in vier groepen.
1. Economie: goedkoop wint
De vrije markt
Door export is de hele wereld een afzetmarkt. Handelsafspraken, zoals in de Wereldhandelsorganisatie, bouwen beperkingen op ethische gronden steeds verder af. Wie het minst om dierenwelzijn geeft, produceert het goedkoopst. Nederland heeft met zijn grote veestapel en de export van het grootste deel van de productie het dierenwelzijn in eigen land en daarbuiten onder druk gezet.
Elke verbetering maakt dierlijke producten duurder. Veehouders willen wel een hogere prijs, maar bijna niemand stopt zelf of investeert in diervriendelijke stallen zolang de afzet onzeker is. Bovendien betaalt de consument via de belasting al een deel van de prijs vooruit, via subsidies en het opruimen van schade aan milieu, water en landschap. Daardoor lijken eerlijke producenten onterecht duur.
Het geloof in technologie en groei
Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben technologie en economische groei zoveel opgeleverd, dat we ook de nadelen ervan, zoals milieuschade en dierenleed, willen oplossen met nog meer technologie en groei.
3. Politiek en toezicht
Inconsistent beleid
De overheid laat de veehouder niet betalen voor de nadelen van zijn bedrijfsvoering. De belastingbetaler draait op voor de schade aan milieu, schoon water en landschap. De bio-industrie wordt gedoogd, ook al moet de Wet dieren het welzijn van dieren beschermen.
Weinig controle
Regels zijn er wel, maar de handhaving blijft achter. Vroeger werd een varkenshouder gemiddeld eens in de zeventien jaar op dierenwelzijn gecontroleerd. De NVWA deed in 2025 ruim 4.400 inspecties op dierenwelzijn, op tienduizenden bedrijven met dieren.
4. De sector en de wetenschap
De mentaliteit van de veehouder
Veel veehouders vinden dat hun dieren het niet slecht hebben: ze krijgen toch op tijd eten en drinken? Dat dat vooral dient om ze zo snel mogelijk slachtrijp te maken, zien ze niet meer. Een omslag in denken is nauwelijks te verwachten. Effectiever is het om op economische gronden, met zachte maar duidelijke dwang, een verantwoorde bedrijfsvoering te belonen.
Weinig ethisch besef in de wetenschap
Door financiering uit het bedrijfsleven kiezen onderzoekers vaak voor kortetermijndoelen. Naar alternatieven voor dierproeven wordt te weinig gezocht. Zuivel wordt "functioneel verrijkt", terwijl het lekkerder en voedzamer maken van plantaardig voedsel veel meer problemen zou oplossen.
Halfslachtige verbeteringen
Kleine verbeteringen in de stal worden breed uitgemeten in publiciteit en marketing, maar gelden vaak maar voor een klein deel van de dieren. Publiek en dierenbeschermingsorganisaties geloven graag dat verbeteringen in kleine stapjes moeten. Grote veranderingen vragen om gedragsverandering. Die is lastig.
Een tegenbeweging van vrijwilligers
Het aantal betaalde krachten dat zich tegen de bio-industrie inzet, valt in het niet bij de tienduizenden die dierlijke producten promoten. Bovendien is de dierenrechtenbeweging niet altijd even effectief.
Zijspoor: wat is het ergste dierenleed?
Wakker Dier vroeg wetenschappers die zich bezighouden met dierenwelzijn welk dierenleed in de veehouderij en visserij het ernstigst is. Hun antwoord verraste: de manier waarop vissen worden gedood. Daarna volgden de kale, krappe hokken van varkens, de veel te snelle groei van vleeskippen en de kooien van legkippen.
Vissen sterven vaak na een urenlange doodsstrijd: ze stikken aan dek, worden levend gestript of bevriezen. Voor paling is bedwelming sinds juli 2018 verplicht en is het levend zouten verboden. Voor de meeste andere vissen, ook kweekvis, bestaan nog geen specifieke regels voor pijnloos doden, terwijl verdoving met een elektrische schok al mogelijk is. Lees meer over het welzijn van vissen en vis als alternatief voor vlees.
Wat er wél beweegt
Het gaat langzaam, maar het gaat wel:
- In 2021 besloot de Tweede Kamer dat de veehouderij uiterlijk in 2040 dierwaardig moet zijn. Het kabinet stuurde de regels in september 2026 naar de Tweede Kamer. De eerste gaan naar verwachting in 2028 in. Lees wat er per diersoort verandert.
- De Europese Commissie heeft voorstellen aangekondigd voor een kooiverbod: in 2026 voor legkippen en vleeskuikens, medio 2027 voor zeugen.
- Supermarkten verkopen steeds meer vlees met een welzijnskeurmerk zoals Beter Leven. Vers kippenvlees komt steeds vaker van langzamer groeiende rassen.
- Steeds meer mensen eten minder vlees of helemaal geen. Plantaardige alternatieven liggen inmiddels in elke supermarkt.
Deze factoren liggen voor een deel op macroniveau. De ideale situatie zal nog veel energie kosten. In hun boek "In het belang van het dier" bespreken ethologe Francien de Jonge en hoogleraar biologische landbouw Eric Goewie wat het welzijn van dieren beïnvloedt.
Bronnen: NVWA, Dierenwelzijn in 2025; NVWA, dierenwelzijn bij het doden van paling; Besluit dierwaardige veehouderij; Rijksoverheid, Dierenwelzijn in de veehouderij naar een hoger niveau (11 september 2026); Animal Law Europe (juli 2026). Bijgewerkt in oktober 2026. |