De meeste koks zitten met de handen in hun haar als ze een veganist op bezoek krijgen. Een restaurant moet dan ook met grote zorg uitgezocht worden door een veganist. Gelukkig heeft hij het thuis een stuk eenvoudiger. Want denkt u maar eens goed na, wat blijft er aan voedingsmiddelen over als het vlees, vis en zuivel geschrapt wordt? Om te beginnen een enorme variatie aan groenten, veel soorten peulvruchten, granen, de heerlijkste noten en vruchten om maar wat te noemen. De mogelijkheden zijn eindeloos veel groter dan je op het eerste gezicht zou denken. Variatie is daarbij het belangrijkste voedingsadvies. Bij de standaardmaaltijd van de gemiddelde Nederlandse vleeseter is dat vaak ver te zoeken. De enige echte beperking voor een veganist is vitamine B-12, die op chemische wijze moet worden aangevuld als hij zijn principes geen geweld wil aandoen.
Voor wie zich voelt aangesproken is het voordeel van veganisme een brandschoon geweten. Dat levert ook nog eens geen kopzorgen op ten aanzien van het oplopen van Creutzfeldt-Jacob.
Weer terug naar de vergelijking met Calvijn. Calvijn ging uit van de predestinatie van mens en dier. Een dier zou voorbestemd zijn. Dat mag men zo geloven, maar dat betekent nog niet dat een dier voorbestemd is om een leven te leiden in de bio-industrie. Mensen mogen dan wel vinden dat zij het recht hebben om dieren te eten, dat wil nog niet zeggen dat zij dieren hun vrijheid om natuurlijk te leven mogen ontnemen.
Vrijheid om een natuurlijk leven te leiden is voor een veganist zowel een middel als een doel. Het is de paradoxale situatie van de mens dat hij zowel vrij geboren is als keuzes moet maken gedurende zijn leven om deze vrijheid te behouden.
Het leven van een dier heeft bepaalde mensen altijd aangetrokken omdat vrijheid als het ware de natuurlijke situatie van het dier is. Ondanks de grotere intelligentie van de mens heeft dat zijn vrijheid niet gegarandeerd. Mensen hebben daarmee een machtspositie ten opzichte van het dier verworven, maar ook de plicht om de omstandigheden voor dieren zo te regelen dat de vrijheid van het dier niet onrechtvaardig sterk wordt verkleind.
De veganist die met zijn levensstijl zowel zijn eigen vrijheid als die van het dier vergroot, leeft een gepassioneerd leven, waarbij passie zowel moet worden uitgelegd als "gedreven" als "lijdend onder". |