Dierenrechten of dierenwelzijn? Vrijheid versus gelijkheid |
|
Moeten dieren een recht op vrijheid krijgen? Of bevestigt zo'n recht juist de macht van de mens over het dier? In 1999 voerden Henry Schoen en Bert Stoop daarover een debat op Animal Freedom. Henry kiest voor de erkenning van gelijkheid en een negatief omschreven dierenwelzijn. Bert houdt vast aan vrijheid als grondrecht voor mens en dier. Lees eerst het betoog van Henry Schoen of ga direct naar de repliek van Bert Stoop. Hoe staat het er nu voor?Het debat is ruim een kwart eeuw oud. Wat is er sindsdien veranderd? Het debat in 2026
Bronnen: Wet dieren, artikel 1.3 (wetten.overheid.nl); Verenigde Naties, Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948). Bijgewerkt op 25 oktober 2026. Het artikel uit 1999: Henry Schoen kiest voor gelijkheidDoor Henry Schoen, 18 juli 1999. Een recht veronderstelt een machtsverschilHet uitgangspunt van Animal Freedom is de wens het recht op vrijheid van dieren bij wet te regelen. Ik heb mij hier van meet af aan fervent tegenstander van betoond. Ik dank Bert Stoop dan ook bijzonder voor zijn aanbod mijn bezwaren hier andermaal te formuleren. Kort en goed: 'recht op vrijheid' is mijns inziens een potentieel gevaarlijke contradictio in terminis. Een 'recht' wordt verleend en de mogelijkheid van het verlenen van een recht van de een aan de ander impliceert een machtsverschil. Bij een machtsverschil is per definitie geen sprake van volledige vrijheid voor de ondergeschikte partij. In het geval van de verhouding tussen mens en dier zou de erkenning van de macht van de mens om dieren wat dan ook te verlenen, juist die vorm van antropocentrisme legitimeren die ten grondslag ligt aan het systematische misbruik dat de mens van zijn mededieren maakt. En daarmee wordt de notie van 'recht op vrijheid' zelfs mogelijkerwijs schadelijk voor 'de goede zaak'. Het is niet alleen weinig meer dan een poging tot symptoombestrijding, het voedt zelfs de wortel van het kwaad: het bevestigt de suprematie van de mens over het dier. Ook een erkend grondrecht is een mensenrechtDit spreekt vooral uit het woord 'recht'. Immers, wij mensen zijn, voor zover wij weten, de enige wezens die rechten bepalen. Dit geldt ook als 'recht' in dit verband geïnterpreteerd zou worden als een 'grondrecht', een verondersteld universeel ethisch principe dat op iedereen van toepassing is en als zodanig niet verleend maar erkend wordt. Hoewel dit 'erkennen' de pil ontegenzeggelijk verguldt laat het onverlet dat het hier mensenrechten betreft. Immers, het zijn mensen die met elkaar afspreken wie waar wanneer recht op heeft en wat dit recht nu precies inhoudt. De betekenis en interpretatie daarvan hangt ook nog eens sterk af van diverse, uiteindelijk vooral cultuurhistorisch bepaalde, omstandigheden. Denk hierbij bij voorbeeld aan de Universele Rechten van de Mens zoals die amper 50 jaar geleden, na vele duizenden jaren mens, zijn vastgelegd naar een uitgesproken 'Westers' model. Dat mensen dit onderling met, maar meestal toch vooral voor, elkaar afspreken moeten ze desnoods zelf weten (dat is een menselijk politiek vraagstuk), maar op het moment dat geaccepteerd wordt dat deze menselijke afspraken over de soortgrens heen 'regeren' zit alweer de mens op de troon en viert hetzelfde antropocentrisme hoogtij. Grondrecht of repressief rechtEen andere variant is 'recht' als juist nadrukkelijk betrekking hebbend op ons menselijke rechtssysteem, dat slechts bedoeld is om mensen mensen te laten beheersen en geen werkelijke jurisdictie heeft over dieren. Dit is zonder meer de meest charmant klinkende interpretatie, hoewel ook deze variant pijnlijk duidelijk maakt dat het alweer de mens is die het voor het zeggen heeft; ook nu zijn de dieren afhankelijk van wat mensen in hun wetten vastleggen. Bovendien is deze variant van recht een fundamenteel andere dan de vorige. De twee liggen feitelijk in elkaars verlengde. Want waar de 'grondrecht'-variant als basisprincipe een uitgangspunt zou kunnen zijn, is deze variant van repressief mensenrecht slechts een middel, een hulpmiddel bij het naderbij brengen van een bepaalde als ideaal voorgestelde situatie, zoals het verbod op diefstal een verlengstuk is van het recht op eigendom. Als er bij het formuleren van een uitgangspunt al sprake zou moeten zijn van een 'recht' dan in elk geval liever van een grondrecht dan van een repressief recht. Maar sowieso is in beide gevallen sprake van mensenrecht, met het impliciete machtsverschil en alle gevolgen van dien. Tot welke uitwassen dit kan leiden moge genoegzaam bekend zijn. Ik acht het dan ook onjuist om uitgerekend dit machtsverschil als uitgangspunt te nemen voor een toenaderingspoging tot de andere dieren. En al helemaal als het gaat om hun vrijheid. Vrijheid bestaat niet bij een machtsverschilZoals eerder betoogd is een machtsverschil fnuikend voor de vrijheid van de machteloze. Immers, in de praktijk blijkt vrijheid relatief te zijn. De vrijheid van de een eindigt waar de vrijheid van de ander begint. Op het moment waarop deze grens tussen de beide vrijheden eenzijdig door een der betrokken partijen bepaald wordt, verleent deze partij de andere partij precies zo veel vrijheid als deze wil toestaan en is er van vrijheid geen sprake meer. Integendeel. In een ander model, een samenlevingsvorm waarin het collectieve belang op sommige punten zwaarder weegt dan het individuele belang, kan het individu ten behoeve van het collectief bewust afstand doen van een bepaalde mate van vrijheid. Dit veronderstelt echter gelijkwaardigheid van de elementen van het samenlevingsverband en bovendien een vorm van communicatie. Tenslotte is daar nog de theoretische absolute vrijheid, die noch verleend noch afgesproken wordt, doch simpelweg erkend. Maar dat is dan niet iets waar je 'recht' op hebt, laat staan een recht dat eerst nog afgesproken en vastgelegd moet worden. Gelijkheid kan alleen worden erkendIk zou dan ook veel liever op voorhand het begrip 'vrijheid' in dit verband willen vervangen door 'gelijkheid'. Gelijkheid kan nimmer verleend worden; 'recht op gelijkheid' is absurd. Evenmin kan er over gelijkheid onderhandeld worden. Nee, gelijkheid kan eigenlijk uitsluitend worden erkend. Hierbij dient te worden opgemerkt dat gelijkheid hier niet bedoeld is als 'identiteit' maar als 'gelijkwaardigheid', een term die zelf, door het element 'waarde' en de daarmee veronderstelde maatstaf en beoordelaar, binnen deze context helaas minder bruikbaar is omdat daarmee toch weer de mogelijkheid tot onderhandelen wordt gesuggereerd. In feite bedoel ik met 'gelijkheid' de 'theoretische absolute gelijkwaardigheid'. Kortom, ik stel tegenover het verlenen van het recht op vrijheid aan dieren de erkenning van de gelijkheid van dieren. Het zal op basis van deze gelijkheid zijn dat uiteindelijk aan een groeiende mate van vrijheid gewerkt zal kunnen worden. Let wel, het is geenszins mijn opzet de goede bedoelingen van een initiatief als Animal Freedom in twijfel te trekken. Ik wil alleen stellen dat het wordt opgetrokken op een te zwak fundament. Een fundament waarvan je nu al kunt constateren dat het niet veel verdiepingen dragen kan. Mijns inziens zijn er neutralere fundamenten beschikbaar, zoals bij voorbeeld het hierboven voorgestelde. Dierenwelzijn negatief definiërenMeer in het algemeen wil ik pleiten voor een spoedige afschaffing van de term 'dierenrechten' en wil ik voorstellen in plaats daarvan het begrip 'dierenwelzijn' te hanteren. Dit begrip 'dierenwelzijn' dient dan wel negatief te worden gedefinieerd, met andere woorden niet als een verzameling van omstandigheden waarvan wij mensen vermoeden dat een dier zich erbij prettig voelt, maar als een verzameling van omstandigheden waarvan wij weten of vermoeden dat zij door het dier als onaangenaam worden ervaren. Hier zou dan weer wel mensenrecht aan gekoppeld kunnen worden, namelijk in de vorm van wettelijk vastgestelde verboden op die menselijke handelingen die tot deze negatieve omstandigheden zouden kunnen leiden. Hoewel het langs deze weg ijveren voor een vergroting van het welzijn van dieren in de praktijk eveneens weinig meer dan symptoombestrijding zal blijken te zijn, wordt met 'dierenwelzijn' tenminste geen impliciete uitspraak gedaan over de vermeende superioriteit van mens over dier. En het is dit superioriteitsgevoel waar iedereen die zich inzet voor de belangen van dieren, zich met hand en tand tegen dient te verzetten. Henry Schoen, 18 juli 1999. Repliek van Bert Stoop: vrijheid is een paradox, geen contradictieDoor Bert Stoop. Uitgebreid in oktober 2026. Waar Henry en ik het over eens zijnIk ben het helemaal eens met Henry's opvatting dat dierenrechten eigenlijk mensenrechten zijn. Het zijn regels voor de omstandigheden waarin mensen het welzijn van dieren bedreigen. Dieren kennen het begrip recht niet. Ze verdedigen zich of ze vluchten. Het zijn dus mensen die met elkaar afspreken waar de grens ligt. Ook over het machtsverschil heeft Henry gelijk. De mens is machtiger dan het dier. Juist daardoor zijn dieren zo kwetsbaar. Ik deel ook zijn voorkeur om dierenwelzijn negatief te omschrijven: niet wat een dier prettig zou vinden, maar wat het schaadt. De oudste regel voor normen en waarden is niet voor niets negatief geformuleerd: "wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". Omdat ik een jaar eerder al met Henry over dit onderwerp had gediscussieerd, staan er op Animal Freedom al artikelen die erop reageren. Hieronder zet ik de kern op een rij. Ons verschil zit niet in het doel. Het zit in het fundament. Een recht begrenst de macht van de sterksteHenry stelt dat een recht wordt verleend. Wie iets verleent, heeft macht. Een recht op vrijheid zou daarom de suprematie van de mens over het dier bevestigen. Ik zie dat anders. Een grondrecht is niet bedoeld om de machtige iets te laten uitdelen. Het is bedoeld om hem te binden. De grondrechten van mensen beschermen de burger tegen de staat en de zwakkere tegen de sterkere. Niemand zegt dat de vrijheid van meningsuiting de macht van de overheid bevestigt. Ze begrenst die macht. Zo werkt een recht op vrijheid voor dieren ook. Juist omdat er een machtsverschil is, is er een grens nodig die de machtige bindt. Wie geen macht heeft, kan zelf geen grens trekken. Een dier kan niet naar de rechter stappen. Daarom moet een mens dat namens het dier kunnen doen. Een dierenrecht maakt de mens niet tot heerser. Het maakt hem aanspreekbaar. Ook gelijkheid wordt door mensen erkendHenry wil gelijkheid niet verlenen, maar erkennen. Dat klinkt neutraler. Maar ook erkennen is iets wat mensen doen. Dieren erkennen niets en ze vragen er ook niet om. Is het machtsverschil een bezwaar tegen een recht op vrijheid? Dan is het evengoed een bezwaar tegen de erkenning van gelijkheid. Henry zegt het zelf: ook een grondrecht dat "niet verleend maar erkend wordt", blijft voor hem een mensenrecht. Dat klopt. Maar dan geldt dat net zo goed voor zijn eigen voorstel. Het onderscheid tussen verlenen en erkennen lost het machtsverschil dus niet op. Het gaat er niet om wie een recht formuleert, want dat zijn altijd mensen. Het gaat erom wat het recht inhoudt en of je het kunt toetsen. Gelijkheid heeft een inhoud nodigGelijkheid zegt nog niet waarin mens en dier gelijk zijn. Henry bedoelt niet dat ze identiek zijn. Hij bedoelt een "theoretische absolute gelijkwaardigheid". Daar ben ik het mee eens. Alleen is zo'n begrip moeilijk te toetsen. Een rechter kan er weinig mee. Hetzelfde bezwaar heb ik tegen de intrinsieke waarde van het dier: iets wat voor alles geldt, zegt in de praktijk weinig. De praktijk laat dat zien. Sinds 2013 staat in artikel 1.3 van de Wet dieren dat "de intrinsieke waarde van het dier wordt erkend". Dat is precies het soort erkenning dat Henry voorstaat: niets verlenen, alleen erkennen. Toch leven er nog altijd miljoenen dieren in de bio-industrie. Een erkenning verandert weinig zolang niet duidelijk is wat ermee in strijd is. Daarom kies ik niet tussen gelijkheid en vrijheid. Ik verbind ze: mens en dier zijn intrinsiek evenwaardig in hun recht op vrijheid. Gelijkheid is het uitgangspunt. Vrijheid geeft er de inhoud aan. Ik spreek liever van evenwaardig dan van gelijkwaardig: geen van beide is bij voorbaat meer waard dan de ander. Vrijheid is een paradox, geen contradictieHenry noemt "recht op vrijheid" een contradictio in terminis: een begrip dat met zichzelf in tegenspraak is. Ik noem het een paradox. Een paradox lijkt tegenstrijdig, maar is het niet. Vrijheid bestaat niet zonder grenzen. Je kunt het vergelijken met een gat in een muur. Zonder muur is er geen gat. Henry schrijft het eigenlijk zelf: "De vrijheid van de een eindigt waar de vrijheid van de ander begint". Dat is precies de paradox. Vrijheid vraagt om een grens. De plicht om de vrijheid van een ander te respecteren is daarom geen tegenspraak. Het is een verplichting die zelf weer van verplichtingen ontslaat: wie een dier vrij laat, hoeft verder niets. Meer daarover lees je in Grenzen aan vrijheid om dieren te misbruiken. Waarom negatief omschreven welzijn niet genoeg isHenry stelt voor om dierenwelzijn negatief te omschrijven en daar wettelijke verboden aan te koppelen. Dat is grotendeels gebeurd. Artikel 1.3 van de Wet dieren noemt onder meer honger en dorst, pijn, angst en chronische stress en beperking van het natuurlijk gedrag. Toch helpt het dieren weinig. Dezelfde wet staat een inbreuk op hun welzijn toe als die "redelijkerwijs noodzakelijk" is. Elders spreekt de wet van een "redelijk doel". Wat redelijk is, bepaalt de mens. Zo wordt welzijn toch weer onderhandelbaar. Dat is precies wat Henry wilde voorkomen. Er is nog een bezwaar. Ook negatief omschreven welzijn blijft een oordeel van de mens over wat een dier voelt. Wij bepalen wanneer een dier lijdt. Bij vrijheid ligt dat anders. Een vrij dier bepaalt zelf hoe het leeft. Vrijheid laat de invulling aan het dier over. Daarom vind ik vrijheid minder antropocentrisch dan welzijn. Vrijheid draait ook de bewijslast om. Nu mag je een dier schade berokkenen als daar een redelijk doel voor is. Met vrijheid als grondrecht is elke vrijheidsbeperking verboden, tenzij het dier zijn natuurlijke gedrag kan blijven vertonen. Dat werk ik uit in Op welk principe kunnen dierenrechten worden gebaseerd? Vrijheid heeft bovendien een bovengrens. Zodra de vrijheid van een dier gegarandeerd is, vervalt de verantwoordelijkheid van de mens voor de verdere invulling. Wat dat betekent voor vlees eten, de jacht of huisdieren, lees je in Wat wordt onder het recht van dieren op vrijheid verstaan? Hetzelfde doel, een ander fundamentHenry vreest dat Animal Freedom op een te zwak fundament staat. Ik denk dat het omgekeerd is. Vrijheid is het fundament onder de rechten van mensen. Er is geen reden om dieren daarvan uit te zonderen. Wie dieren een ander fundament geeft dan mensen, maakt ze juist ongelijk. Henry en ik willen hetzelfde: een eind aan het idee dat de mens boven het dier staat. Een dier is intrinsiek evenwaardig aan de mens in zijn grondrecht op vrijheid. Daarbij kunnen we het laten. Wat dat grondrecht inhoudt, kost iets meer tekst. Die tekst vertelt de mens waar de vrijheid van dieren begint en waar de verantwoordelijkheid van mensen ophoudt. Zie ook Waarom is vrijheid zo belangrijk? en Vrijheid als basis voor ethiek. Lees ook
Terug naar het forum. |
