Wanneer de vleesproducent zich onverantwoordelijk gedraagt
Een onderdeel van onze vrijheid is dat we ons niet druk hoeven te maken over het produceren van voedsel.
We hoeven niet meer zoals onze verre voorouders op jacht naar vlees, we kunnen ons beperken tot koopjesjacht in de supermarkt. We delegeren de verantwoordelijkheid voor het verantwoord produceren van vlees naar de veehouder.
Deze ontvangt op zijn beurt geld voor zijn product en iedereen lijkt tevreden omdat we de handen vrij hebben om zelf geld te verdienen op de wijze die het aangenaamst en het meest effectief lijkt.
So far so good, helaas komt er een kink in de kabel als de vleesproducent zich onverantwoordelijk blijkt te gedragen. Hij vergiftigt het vlees met hormonen, antibiotica, mishandelt (weliswaar passief door het dier een onnatuurlijk leven te geven) het nog levende dier enz. Wanneer de producenten ook nog eens zoveel produceren dat producten geëxporteerd (70%!) worden, wordt de wijze van productie des te meer een zaak voor iedere inwoner. Immers de overproductie vraagt om ruimtebeslag, doet een aanslag op het milieu en gaat gepaard met gebrek aan dierenwelzijn. Het houden van dieren onder minimale omstandigheden kan (zeker bij export) niet worden afgedaan als een noodzakelijk kwaad. We hebben als burger het democratische recht om van producenten te eisen dat zij een fatsoenlijke bedrijfsvoering houden en zelfs dat ze zich onthouden van overproductie.
Verantwoordelijkheid
De consument kan de producent niet meer vertrouwen en wordt gedwongen om na te denken over de ongewild teruggegeven verantwoordelijkheid. We kunnen zoeken naar een andere, meer verantwoordelijke producent, maar je kunt ook proberen de boodschap te verdringen of de verantwoordelijkheid af te wentelen naar de overheid.
De overheid op haar beurt heeft voor het uitvoeren van haar beleid nodig dat de consument en de producent zich verantwoordelijk gedragen, want beleid is onuitvoerbaar als iedere burger gecontroleerd moet worden.
Deze vicieuze cirkel is te doorbreken als een van de drie partijen de ander voor het blok zet. Helaas hebben alle 3 de partijen er financieel belang bij om de ander niet al te zeer onder druk te zetten. Via de belastingen heeft de consument al vooruit betaald voor vlees en zuivel. Prijsverhoging moet dus samengaan met het stopzetten van subsidie.
Het zal dus niet vanzelf tot een oplossing komen. Verantwoord leven moet ook niet onze vrijheid kosten, bijvoorbeeld door ver om te moeten rijden voor biologisch vlees of door te veel gerechten te moeten laten staan.
We hebben het al druk genoeg. Begrijpelijk, maar bio-industrie en het exporteren van dierlijke producten betekent dat wij onze eigen levensruimte meer beperken dan nodig is. Het betekent ook dat we een grote gemeenschappelijke leugen in stand houden, namelijk dat het lot van dieren onze verantwoordelijkheid niet is en dat we ons daaraan mogen onttrekken. |