Het rapport De goede verstaander
In een quick scan heeft de Animal Sciences Group van Wageningen UR, in opdracht van de Raad voor het Landelijk Gebied, de state of the art beschreven rond megabedrijven voor varkens en pluimvee. Megabedrijven onderscheiden zich op het gebied van milieu, diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en arbeidsomstandigheden nauwelijks van reguliere bedrijven. Wel beschikken megabedrijven over meer economische ruimte om te innoveren en te investeren. Daarmee kunnen ze versneld vooruitgang in duurzaamheid boeken, bijvoorbeeld door extra maatregelen in milieu. De beeldvorming van de burger speelt een belangrijke rol bij de discussie over megabedrijven. Onzekerheden over de gevolgen van schaalvergroting op bijvoorbeeld dierenwelzijn en landschappelijke inpassing voeden de discussie over de maatschappelijke aanvaardbaarheid van megabedrijven. Als er heel veel maatschappelijke druk komt dan zullen megabedrijven hun bedrijfsvoering aanpassen. Zo niet, dan proppen ze de bedrijven zo vol mogelijk om zoveel mogelijk geld te verdienen.
Effecten op de fysieke omgeving
Zonder technologische toepassing leidt clustering van bedrijven met meer dieren op een bepaalde locatie tot meer puntbelasting. Door nieuwe technologische ontwikkelingen hebben megabedrijven echter de mogelijkheid om veel van de emissies van geur, ammoniak en fijnstof te reduceren. Voor mest en mineralen vindt een ontwikkeling plaats naar mestverwerking (varkens) en in sterkere mate mestverbranding (pluimvee). Voor de varkenshouderij kunnen technologische ontwikkelingen nog verder perspectief bieden, met name gericht op afzet van mestproducten. Aandachtspunt is of de productie van biogas opweegt tegen de fossiele energie die nodig is om de biogasinstallatie draaiende te houden.
Megabedrijven leveren meer overlast op. Door wat schijnbewegingen te maken op het gebied van terugwinning van energie kan men proberen de publieke opinie te be´nvloeden.
Vestigingslocatie, logistiek en transport
Op regionaal niveau kunnen megastallen voordelen bieden voor landschap en milieu. Door een sterkere concentratie van de veehouderij met meer dieren per locatie kan de omvang elders verminderen, waardoor deze gebieden worden ontlast. Op lokaal niveau neemt de belasting van de leefomgeving mogelijk wel toe als gevolg van megastallen. Daarbij gaat het vooral om de impact van toepassing van technologie en slimme infrastructuur met optimalisatie van transport van voer en dieren. Dit is echter niet onderzocht.
Door de megabedrijven gaan kleinere familiebedrijven failliet. De belasting van het milieu verschuift naar de plekken waar de megabedrijven worden gevestigd.
Landschapskwaliteit
Megabedrijven hoeven geen problemen op te leveren mits ze zorgvuldig op nieuwe locaties worden ingepast. De omvang van de bouwkavel kan wel van invloed zijn op de mogelijkheid de bedrijven goed landschappelijk in te kunnen passen. Geadviseerd wordt te beschikken over voldoende ruimte om open elementen/doorkijk te kunnen creŰren zodat de massaliteit afneemt. Aandachtspunt is het sluipend proces van verstening wanneer nieuwe megastallen of -bedrijven worden gebouwd zonder dat oude stallen worden afgebroken.
Megabedrijven bederven het uitzicht. Dat effect kan een beetje worden gedempt.
Effecten op mens, dier en volksgezondheid
Mogelijke verschillen hangen vooral af van de ondernemer, de locatie waar hij bouwt en in welke mate hij/zij daarbij ook maatschappelijke eisen meeneemt. Bovendien is de kans op uitbraak van een besmettelijke dierziekte op megabedrijven waarschijnlijk kleiner dan op reguliere bedrijven omdat megabedrijven minder contact hebben met andere bedrijven. Wel is de schade groter bij een uitbraak.
Als het fout gaat, dan gaat het ook goed fout.
Beeldvorming in de samenleving
Het landschap heeft voor de burger een grote cultuurhistorische waarde waarmee men zich identificeert. Een megabedrijf mag dus geen negatieve effecten hebben op het landschap. Alle genoemde beelden raken de burger echter in meer of mindere mate. Daarom leiden megabedrijven tot maatschappelijke discussie. Ondanks dat de wetenschap eerder positieve dan negatieve effecten van megabedrijven laat zien, leidt de maatschappelijke discussie vooralsnog tot een negatief beeld.
Wetenschap alleen kan het imago niet redden. Een intensieve PR-campagne kan het publiek lang genoeg aan het lijntje houden.

Dit artikel is onderdeel van een reeks over drogredeneringen en demagogie

Er zijn drogredenen voor de volgende groepen en onderwerpen:

vleeseters
vegetariŰrs
verdedigen van de bio-industrie
het negeren van dierenrechten
dierenrechten verdedigen
plezierjacht
dierproeven
sportvissen
circus
stierenvechten
nertsenhouderij
zeehondenjacht

en ook voor het houden van huisdieren.

Sommige argumenten worden vaak gebruikt, maar zijn niet geldig. Dat gebruiken van de zogeheten drogredenen doen voor- en tegenstanders.

We zetten onderaan de pagina deze ongeldige argumenten op een rij (links) en plaatsten daar (rechts) het tegenargument naast. Dit ten behoeve van een heldere en eerlijke discussie.

Er zijn verschillende types drogredenen. Zij worden expres of per ongeluk toegepast in een discussie. Wees je daarom bewust van de uitgangspunten en integriteit van een opponent. Klik hier voor tips bij het be´nvloeden van dieronvriendelijk gedrag en wat wel en niet te doen bij drogredeneringen.
De beweegreden om drogredeneringen te voeren ligt in de wens om macht over de ander uit te oefenen in de vorm van een machtsstrijd.

Er worden in de media en de politiek veel drogredenen aangedragen en er wordt demagogie bedreven, die leidt tot spraakverwarring zonder dat iemand verantwoordelijkheid neemt.

Voorbeelden van een drogredenering uit het weblog: