Dieren aanpassen door inteelt
Een veelgebruikte fokmethode is lijnteelt, een vorm van inteelt: er worden familieleden met elkaar gekruist. Dat doet men om bepaalde eigenschappen, de raskenmerken, te behouden en te versterken. Daardoor hebben de dieren meer kans op erfelijke afwijkingen en ziekten. De natuurlijke selectie, waardoor zieke of ongeschikte dieren zich niet voortplanten, speelt bij het fokken geen rol meer: de mens bepaalt welke dieren zich voortplanten. |
Andere afwijkingen
Dit is maar een kleine greep uit de ziekten en afwijkingen van hart, bloedvaten, bloed, hormonen, ogen, huid, zenuwstelsel, spijsvertering, gewrichten en afweer die direct samenhangen met het fokken van honden. Constante pijn en lijden kunnen het gevolg zijn, omdat men opzettelijk rasspecifieke kenmerken in stand wil houden en versterken.
Voorbeelden zijn: Chiari-malformatie en syringomyelie, glaucoom, progressieve retina-atrofie, hydrocefalus, atopie, mitralisklepdysplasie, alopecia areata, kleurmutant-alopecia, patella-luxatie, persisterende ductus arteriosus Botalli, pulmonalisstenose, demodicose, cryptorchisme, abnormale dwerggroei, cataract, ceroïde lipofuscinose, dystocie (moeilijke geboorte), elleboogdysplasie, endotheliale cornea-dystrofie, myxomateuze mitralisklepinsufficiëntie, narcolepsie, necrotiserende meningo-encefalitis (hersenvliesontsteking), open fontanel, pyruvaatkinasedeficiëntie en de ziekte van Legg-Calvé-Perthes.
Dit wordt dieren aangedaan omdat mensen vinden dat honden met een bepaald uiterlijk er lief, leuk of mooi uitzien. Bijna alle rashonden hebben last van negatieve effecten van het fokken. Let wel: iedereen die zo'n hond koopt, houdt het fokken in stand. Zolang er vraag naar is, zal er ook aanbod zijn.
Wat zegt de wet? (stand 2026)
- Fokken: sinds 2014 verbiedt het Besluit houders van dieren (artikel 3.4) om met gezelschapsdieren te fokken op een manier die het welzijn of de gezondheid van de ouderdieren of de nakomelingen schaadt. Dat geldt ook voor uiterlijke kenmerken met schadelijke gevolgen. Het besluit verving het honden- en kattenbesluit van 1999.
- Kortsnuitige honden: sinds 2019 gelden er criteria voor het fokken met kortsnuitige honden, zoals mopshonden en Franse bulldogs. Een hond met een extreem korte snuit (een verhouding tussen snuit en schedel van minder dan 0,3) mag niet meer worden gebruikt om mee te fokken. Sinds 24 augustus 2023 is de tijdelijke uitzondering daarop vervallen en mag er ook niet meer worden gefokt met honden die aan hun snuit of luchtwegen zijn geopereerd. De NVWA controleert dit en kan een boete tot 1.500 euro opleggen.
- Houden: een verbod op het houden van kortsnuitige honden is er (nog) niet. Minister Adema noemde dat in 2023 een "zeer vergaand middel". Voor katten bestaat wel een houdverbod: vouwoorkatten (zoals de Scottish Fold) en naaktkatten (zoals de Sphynx) die na 1 januari 2026 zijn geboren, mogen niet meer worden gehouden.
- Couperen: het afknippen van de oren is sinds 1 oktober 1996 verboden, het couperen van de staart sinds 1 september 2001. Ook de hubertusklauw (de vijfde teen) mag sinds 2014 alleen nog op medische gronden door een dierenarts worden verwijderd.
Kies je toch voor een hond? Kijk dan niet naar het uiterlijk, maar naar de gezondheid van de ouderdieren. Of overweeg een hond uit een asiel.
Bronnen: Besluit houders van dieren, artikel 3.4; Rijksoverheid, Strengere regels fokken kortsnuitige honden (24 augustus 2023); NVWA; Kassa (24 juli 2023); Dierengezondheidscentrum, houdverbod vouwoor- en naaktkatten; Couperen; Hubertusklauw. Bijgewerkt in oktober 2026.
|