Sinds wanneer leeft de hond met de mens?
De oudste zekere vondst van een hond die bij mensen leefde, is ruim 14.000 jaar oud. Het gaat om een graf in Bonn-Oberkassel (Duitsland). Daarin lag een jonge hond die ziek was geweest en door mensen was verzorgd. Volgens DNA-onderzoek begon de scheiding tussen wolf en hond al eerder, ergens tussen 20.000 en 40.000 jaar geleden. Oudere vondsten uit Siberië en België zijn omstreden: het kan ook om wolven gaan. Ongeveer 11.000 jaar geleden bestonden er al minstens vijf verschillende hondenlijnen.
Mogelijk gebeurde de domesticatie op meer dan één plek. Het kan ook zijn dat vroege honden zich later vermengden met wolven uit een ander gebied. Het is niet zeker of de mens naar de wolf is gekomen of andersom. De meest aanvaarde theorie is dat het een geleidelijk proces was van wederzijdse aanpassing.
Beiden hadden profijt van de ontstane situatie. De mens gebruikte de hond bij de jacht. Zijn scherpe zintuigen en snelheid waren onmisbaar voor het opsporen en achtervolgen van wild. Daarnaast werd de hond ingezet voor het bijeenhouden van de kudde, het bewaken van eigendommen en om te waarschuwen tegen vijanden of roofdieren. In Siberië trokken honden al 9.500 jaar geleden sleden. De mens zorgde er op zijn beurt voor dat de hond te eten kreeg, bescherming had tegen andere roofdieren en een veilige plek om te rusten.
Waarom de hond de mens begrijpt
De wolf is een erg sociaal dier. Hij leeft, net als de mens, in een groep: de roedel. Een roedel is meestal een gezin, met twee ouders en hun jongen. De ouders geven de richting aan. Het beeld van een strenge rangorde met een 'alfawolf' aan de top komt uit onderzoek naar wolven in gevangenschap. Bij wilde wolven klopt het niet. Dat leven in een groep maakte het voor mens en hond makkelijker om samen te leven.
Honden letten sterk op menselijke gebaren en blikken. Zo volgen ze een wijzende hand naar verstopt voer. Wolven kunnen dat ook leren, maar vooral als ze van jongs af bij mensen opgroeien. Dit maakt de hond geschikt en aantrekkelijk als gezelschapsdier.
De eerste rassen
Men begon andere eisen aan het gedrag en het uiterlijk van de hond te stellen. Selectieve fokkerij zorgde ervoor dat bepaalde eigenschappen werden versterkt: sommige honden werden kleiner en speelser, andere juist groter en beschermender. Zo ontstonden overal ter wereld honden voor de jacht, voor het hoeden van vee en voor de bewaking. Opvallend is dat tijdens de domesticatie ook het lichaam veranderde. Honden kregen slappere oren, krullende staarten en gevlekte vachten. Die kenmerken komen bij wilde wolven zelden voor.
De hond als statussymbool
Tijdens de middeleeuwen gingen mensen de hond als een soort statussymbool beschouwen. Adellijke families hielden bepaalde rassen voor de jacht en voor vertoon. Het bezit van zo'n hond liet je sociale positie zien. Kleine schoothondjes werden populair bij de Europese adel. Grote jachthonden zoals windhonden waren voorbehouden aan de elite. De hond verschafte de mens aanzien. Hij werd zelfs afgebeeld in familieportretten en wapenschilden.
Van enkele tientallen tot honderden rassen
Rond 1800 waren er enkele tientallen typen honden. Officiële rassen bestonden toen nog niet. Die kwamen pas in de negentiende eeuw, met de eerste hondenshows (Newcastle, 1859) en de eerste rasvereniging, de Engelse Kennel Club (1873). Nu erkent de Fédération Cynologique Internationale (FCI) ruim 360 rassen. Met de rassen die alleen nationaal of helemaal niet erkend zijn, kom je op ruim 400.
Honden werden gefokt op grootte, lengte, kleur, kop, gedrag en aaibaarheid. Van de kleine Chihuahua van 1,5 kilo tot de Sint-Bernard van soms 90 kilo: de verscheidenheid binnen één diersoort is buitengewoon. Het grootste deel daarvan is pas in de laatste twee eeuwen ontstaan. De hond is daarmee een sterk voorbeeld van door de mens gestuurde evolutie.
Dat gaat nog steeds door. Vaak wegen het uiterlijk en de raskenmerken daarbij zwaarder dan de gezondheid van de hond. Wat dat betekent, lees je bij de gevolgen van doorfokken voor de hond. Eerst kijken we naar de hond van nu.
Bronnen: Bergström e.a., Nature 2022 (afstamming); Bergström e.a., Science 2020 (hondenlijnen); Botigué e.a., Nature Communications 2017 (20.000 tot 40.000 jaar); Janssens e.a., 2018 (Bonn-Oberkassel); Sinding e.a., Science 2020 (sledehonden); Mech, 1999 (roedel); Hare e.a., 2002 en Udell e.a., 2008 (gebaren); The Kennel Club; FCI. Bijgewerkt op 16 oktober 2026. |